verhalen

Genomineerde Witte Anjer Prijs 2024: ‘Ik vroeg me altijd af: wat heb je daar meegemaakt?’

Marianne is voorzitter van de Reünie- en Nazorgcommissie 2-6 Regiment Infanterie T-brigade, redacteur van het verenigingsblad Sepatoe Roesak (de Kapotte Schoen) en luisterend oor van menig veteraan en diens naasten. Ze is blij met haar nominatie, maar: “Het belangrijkste vind ik, dat ik er mag zijn voor de mannekes.”

Het zaadje van Mariannes werk werd gelegd door een bundeltje foto’s tussen de familiekiekjes. Ze zag haar vader met andere jonge mannen in uniformen, op jeeps, met wapens, tussen palmbomen: ‘Ik vroeg me altijd af: wat heb je daar meegemaakt?’ Maar vragen stellen was uit den boze: dat was de oorlog en daar praatte haar vader niet over. 

‘Jaren later heb ik er toch naar gevraagd. “Wie vindt dat nou belangrijk?” vroeg hij. Nou, om te beginnen ik!’ Zo raakten ze voorzichtig aan de praat over zijn tijd in voormalig Nederlands-Indië: ‘Over sommige dingen wilde hij niet praten, over algemene dingen wel. Daarvan heb ik een boekwerk voor de familie gemaakt.’ Daarbij kwam Marianne online een veteraan tegen die bij hetzelfde onderdeel had gediend als haar vader: ‘Bel hem eens op pa!’ En dat was een schot in de roos: het bleek zijn “slapie” te zijn. Ze hebben elkaar ontmoet en het was meteen als vanouds. 

Die man was bestuurslid van 2-6RI en vroeg om een gunst: ‘Of ik af en toe een briefje wilde schrijven: de secretaris had gezondheidsproblemen.’ Na die briefjes volgden meer brieven, het ledenbestand, de redactie van het verenigingsblad, een website, de uitbreiding van het ledenbestand naar alle Indie-veteranen en de reünies: ‘Ik heb altijd geprobeerd daar iets speciaals van te maken. Geen “koffie met een plakje cake”-bijeenkomst, maar met lekker eten, optredens, loterijen, cadeaus en goodiebags. Het begon met pennen, sleutelhangers en kaartspellen. Op een gegeven moment moesten de mannekes tien kilo mee naar huis sjouwen.’ 

De reünies zijn helaas gestopt: ‘We houden daarom nu een jaarlijkse thuisloterij. Maar ik heb nog dagelijks contact met veteranen en hun familie. We gaan bij mensen op bezoek. Ik bel op verjaardagen. Als ik hoor dat iemands vrouw net is overleden, bel ik nog een paar keer. Soms stuur ik een kaartje of mail ik een leuke video. Als iemand eenzaam is, spoor ik hem aan om eens in de gemeenschappelijke ruimte te eten bijvoorbeeld. Dat is soms net het zetje dat iemand nodig heeft. Als een veteraan overlijdt, stuur ik de familie een brief met herinneringen aan onze gesprekken. En er komt natuurlijk een mooi in memoriam in het verenigingsblad.’

Marianne staat ook klaar voor familie, vrienden en andere geïnteresseerden: ‘Regelmatig komen mensen bij me met een vraag over de diensttijd van hun vader of opa. Ik probeer ze altijd te koppelen aan veteranen die samen gediend hebben of aan nabestaanden. Daar ontstaan leuke contacten uit.’ Ook journalisten als Hans Goedkoop kloppen bij haar aan voor contacten en tips. ‘Toen ik zijn serie Indonesia Roept! keek, was het een feest van herkenning.’

Marianne en haar man gaan ook regelmatig bij veteranen op bezoek: ‘We gingen langs bij iemand in het hospice. Een markante man. We zaten daar wat tegen hem te praten en bij het afscheid zei hij opeens: ‘“Marianne, je ruikt zo lekker.” Toen heb ik een sachetje gemaakt met mijn parfum voor onder zijn kussen. Ik weet niet of het daardoor kwam, maar hij leefde weer even helemaal op, mocht het hospice uit en heeft nog vier weken in een verzorgingstehuis doorgebracht. Zulke dingen maken we mee.’

Ze is blij met de nominatie, maar Marianne opereert het liefst op de achtergrond: ‘Het gaat niet om mij. Die jongens gingen, vrijwillig of dienstplichtig, vanuit de klei, de boot op en zo de jungle in. Ze gingen om orde en vrede te handhaven, maar kwamen in een oorlogssituatie terecht. Dat heeft natuurlijk wat met ze gedaan en het gaat steeds meer spelen naarmate ze ouder worden. Ik merk ook dat de veteranen, zodra er wat gebeurt in de wereld, vaker bellen. Dan komen er een hele hoop herinneringen boven. Het belangrijkste vind ik dat ik er mag zijn voor ze.’

Wie wint de Witte Anjer Prijs 2024?

Het Nationaal Comité Veteranendag reikt sinds 2018 jaarlijks de Witte Anjer Prijs uit voor mensen die een bijzondere rol spelen in het leven van veteranen. De Witte Anjer is een symbool van waardering voor alle Nederlandse veteranen. De steun van naasten kan ontzettend belangrijk zijn voor veteranen. Denk aan de oprichter van het veteraneninloophuis, een ondersteunend thuisfront, een burgemeester die zich elk jaar extra inzet om een prachtige lokale Veteranendag te organiseren of simpelweg de buurman/buurvrouw die altijd klaarstaat.