verhalen

Het verhaal van Tjeerd Zandbergen: “Maak van iets droevigs, iets krachtigs”

Tjeerd Zandbergen vertrok op zijn negentiende naar Afghanistan, op een missie die grote impact maakte. Een nacht zonder slaap en licht werd voor zijn eenheid een nacht van ellende, waarin hij twee kameraden en twee Afghaanse collega’s verloor. Jaren later zet hij zijn pijn om in krachtige daden. “Op 12 januari 2025 organiseer ik een speedmars, zodat iedereen die deze nacht beleefde, niet vergeten wordt.”

Tjeerds avontuur bij Defensie begon op zijn zeventiende, in 2006. Zijn oudste broer zat al in dienst, waardoor het voor Tjeerd een jongensdroom werd om hem achterna te gaan. “Mijn droom is uitgekomen, maar het liep anders dan verwacht.” Op zijn negentiende verjaardag stapte Tjeerd het vliegtuig in naar Afghanistan. “Als ik daar op terugkijk, was ik echt nog een jong gastje. Ik stapte in met het besef dat er heftige dingen gingen gebeuren. Alles waar we voor getraind hadden, maakten we ook mee.”

Tjeerd tijdens zijn missie in Afghanistan.

Tjeerd werd in een ervaren eenheid geplaatst. De eerste paar dagen in Afghanistan voelde hij zich echt ‘een groentje’ en keek hij op tegen de oudere jongens van de Charlie-compagnie. “Het is gezond om dat te voelen. We moesten al redelijk snel de poort uit met die gasten, dat was gaaf, maar ook spannend. Ook omdat je weet dat die club voor ons het heel zwaar had.”

Tjeerd en zijn kameraden gaan buiten de poort, in de woestijn van Afghanistan, op patrouille.

Het eerste vijandelijk contact bleef niet lang uit voor de eenheid van Tjeerd. Een paar dagen na aankomst, op 24 december, liepen ze voor het eerst in een hinderlaag. Met 1000 patronen op de borst liep Tjeerd als schutter door het warme, droge Afghanistan. “Vanaf dan is het de adrenaline die je in leven houdt.”

De nacht van 12 januari 2008 werd zo’n nacht waarin de adrenaline door het lijf van Tjeerd gierde. Tijdens de opnames van het nieuwe seizoen van Mee Op Missie, vertelt hij zijn verhaal voor het eerst tot in detail. 

Om vier uur ‘s nachts wordt de operatie Kapcha As opgestart. Het is 15 graden onder nul, de nachtzichtmiddelen van de Charlie-compagnie werken slecht door het tekort aan restlicht en de gangen en kamertjes in het ingenomen Afghaanse huis – een quala – zorgen voor blijvende druk van de vijand. “Er gebeurt zoveel om je heen, het zuiveren van quala’s, het geluid van de luchtsteun, je bent helemaal kapot. Er is een wachtschema, maar door de constante dreiging slaap je geen seconde.”

Tjeerd ligt een uur met zijn buddy op wacht, bovenop de quala – het ingenomen huis -, wanneer hij wordt afgelost. “Ik dacht eindelijk een oog dicht te kunnen doen. Maar toen brak de hel los. Ik hoorde klappen, keek om me heen, en zag kogels vlak boven mijn hoofd nagloeien in de veertig centimeter dikke muren. De muren zorgden eerder voor een veilig gevoel, maar nu waren er kogels doorheen gekomen. Dat werd mentaal.” 

Samen met zijn groep gaat hij naar buiten om een 360-graden beveiliging rondom de quala te leggen. In de ijskoude en pikdonkere nacht mocht Tjeerd geen licht gebruiken. Terwijl hij verplaatste naar een betere vuurpositie, scheurde zijn tasje open, waardoor al zijn munitie op de grond viel. “Ik zag niks, moest mijn munitie terugstoppen terwijl ik me verplaatste. Het duurde voor mijn gevoel uren. Een deel van de nacht werden er op afstand lichtmortieren geschoten zodat wij iets konden zien, maar dat duurde elke keer slechts twintig seconden. En door het slaaptekort en de lichtflitsen begin je dan ook nog eens te hallucineren.”

‘We hebben zoveel voor onze kiezen gehad.’
Tjeerd Zandbergen

De volgende ochtend krijgen Tjeerd en zijn eenheid te horen dat de vuurgevechten twee kameraden en twee Afghaanse collega’s het leven hebben gekost. De namen van zijn Nederlandse kameraden: Wesley Schol en Aldert Poortema. Later kwam bij de Charlie-compagnie ook de melding binnen dat het ‘blue-on-blue’ – friendly fire – was.

Veteraan Dayrohn Wiesken maakte de nacht van 12 januari 2008 ook mee en deed zijn verhaal eerder ook voor de Nederlandse Veteranendag. In 2024 stond hij in de Koninklijke Schouwburg om zijn verhaal te doen, terwijl Tjeerd onwetend in het publiek zat. “Hij vertelde daar ook mijn verhaal. Ik wist niet dat hij dit ging vertellen, maar als je het hoort, is het alsof hij een film afspeelt. We hebben zoveel voor onze kiezen gehad, het was heel emotioneel toen hij vijf meter voor mijn neus stond en ons verhaal deelde.”

De dag na het drama in Afghanistan werd het begin van een hele lange strijd voor Tjeerd. “Vanaf de eerstvolgende patrouille die je start, doe je dingen anders als je mensen bent verloren. Je bent scherper, het wordt mentaal. Je hebt de dood in de ogen gekeken. Als je kameraden bent verloren, wordt alles extremer.”

Tjeerd Zandbergen met zijn mini-mi (mitrailleur) op de borst.

Tjeerds strijd zette zich voort toen hij terugkwam in Nederland. “Ik liet één keer foto’s en filmpjes zien, maar daarna stopte ik het weg. Ik heb nog vijf jaar bij luchtmobiel gewerkt, daar ging het goed, maar thuis niet. Ik kon niet meer aarden.” Ondanks dat Tjeerd het advies kreeg om naar een psycholoog te gaan, weerhield zijn schaamte hem hiervan. De slechte nachten en herinneringen achtervolgden hem. Daar was hij niet trots op. “Nu wil ik wel mijn kwetsbare kant laten zien. Ik kwam erachter dat mensen mij begrijpen als ik me uit.”

In 2008 schreef zijn moeder hem een brief waarin ze beschreef hoe Tjeerd veranderd was na zijn uitzending. Ze vroeg hem zijn gevoel op te schrijven. “Ik las die brief voor dit gesprek en dan is het confronterend om te zien hoe lang je vast hebt gezeten in je hoofd. Nadat ik in 2019 ben gestart aan verschillende trajecten ben ik enorm vooruit gegaan. Mijn dochter is mijn redding geweest. Door haar ging ik met mezelf aan de slag en nu durf ik mijn verhaal te vertellen.”

‘12 januari 2025 wordt niet iets droevigs, maar iets krachtigs!’
Tjeerd over de speedmars die hij organiseert.

Tjeerd vond 12 januari jarenlang een moeilijke dag. Hij sloot zich op, omdat het eng was om buiten te komen en ‘s nachts deed hij geen oog dicht. In 2025 wordt dit anders. “Veel kameraden hebben last van die dag, dus ik wilde wat doen. Ik organiseer met Urge to Fight een speedmars van twaalf uur. Dat wordt niet iets droevigs, maar iets krachtigs. Met oude dienstmaten ga ik lopen, voor alle mensen die thuis zitten en erbij waren tijdens die nacht. Zij moeten weten dat er mensen voor ze lopen, dat zij, mijn twee kameraden en twee Afghaanse collega’s, niet vergeten worden.”