‘Ze proberen je te breken, stuk bij stuk, week bij week, maand bij maand’

Naam
Junny Brejita
Missie
Irak (2003)

Toen de dienstplicht van Junny Brejita (43) op Curacao niet verlengd werd, besloot hij 22 jaar geleden naar Nederland te vertrekken om de opleiding van het Korps Mariniers te volgen. Voor hem een droom die in vervulling ging. In 2003 vertrok hij op missie naar Irak, een plek waar je de oorlog kon voelen en ruiken.

‘Mijn tijd bij Defensie begon op Curaçao. Ik zat daar bij de Antilliaanse Militie als dienstplichtige. Dit zou in eerste instantie een jaar duren, maar omdat ze mensen nodig hadden werd het met drie maanden verlengd. Ik hoopte daarna op nog een jaar verlenging, maar die kwam helaas niet. In die tijd liep ik de wacht met een Nederlandse sergeant. Hij zei me dat ik moest solliciteren in Nederland. Dat vond ik eigenlijk wel een goed idee en stuurde een formulier naar Nederland. Voordat ik het wist was alles geregeld. Op 16 september 1998 was ik in Nederland om een test af te leggen om als beroeps door te gaan. Voor de zekerheid had ik destijds een retourticket gekocht als ik het niet zou halen. Maar zoals je ziet was die nergens voor nodig, ik ben nog steeds hier.’

‘Ik haalde de test en mocht beginnen aan de mariniersopleiding. Dat kan ik me nog goed herinneren. Heel goed zelfs. Het was toen namelijk -8 graden, terwijl ik net uit een tropisch klimaat met 35 graden kwam. Ik had het zo verschrikkelijk koud en had zo veel pijn aan mijn vingers! Dat was ik helemaal niet gewend. Ik heb me er doorheen geslagen. De opleiding was een hel. Mentaal en fysiek ontzettend zwaar. Ze proberen je te breken, stuk bij stuk, week bij week, maand bij maand. Ze zeiden altijd: ‘de boom blijft schudden en alleen de sterkste appels blijven hangen’. Je kan wel bedenken wat ze daarmee bedoelen natuurlijk.’

Wat ik me nog goed kan herinneren is de lucht die er hing. Het rook anders, het rook alsof er erge dingen gebeurd waren

‘Ik weet nog dat er een jongen was die stopte omdat hij heimwee had. Ik snapte dat echt niet. Ik heb mijn familie 9000 kilometer verderop achter gelaten voor dit, terwijl hij zijn familie nota bene elk weekend kon zien. Dat was wel een teken voor mij dat ik stabiel was en een op de juiste plek terecht was gekomen. Het was eigenlijk een andere wereld voor me, alles was nieuw voor me en ik zag het als een grote ontdekkingstour.’

‘In de zomer van 2003 vertrok ik voor nog onbepaalde tijd naar Irak. Daar kwamen we terecht in de woestijn. Er was niets. Hier en daar wat mensen, maar verder was alles leeg. Wat ik me nog goed kan herinneren is de lucht die er hing. Het rook anders, het rook alsof er erge dingen gebeurd waren. We waren de eerste groep die daar arriveerde en hebben het hele kamp opgebouwd in Basra, dichtbij de grens met Koeweit.’

‘Als transporteenheid waren wij verantwoordelijk voor cargo. Alle spullen die binnenkwamen leverden wij aan de andere kampen. Dit verliep eigenlijk altijd goed, gelukkig. Een keer heb ik meegemaakt dat toen we onderweg waren er een pick-up langs scheurde met mannen met geweren achterin. We waren verbaasd maar de auto was zo weer weg. Even later werd ons konvooi gestopt door een andere auto. De personen in die auto bleken overvallen door de lui in de pick-up. Als we vijf minuten eerder waren geweest en dit hadden gezien, waren de poppen aan het dansen geweest. De mannen van het beveiligingspeloton hadden dan het vuur geopend. Het was dichtbij, maar ging gelukkig net goed.’

In een oorlogsgebied is het echt anders, dan ben je nergens safe. Er is altijd dat onderbuikgevoel.

‘Uiteindelijk mochten we na 4,5 maand weer naar huis. Dat was sneller dan verwacht, maar wel fijn. Toen ik terugkwam kreeg ik last van slaapproblemen en woede-uitbarstingen. Dat vormde een behoorlijk groot probleem. Dan kon ik niet slapen, maar ging ik de volgende dag wel gewoon door. Ik was niet moe. Mijn lichaam bleef maar energie maken, zonder moment van rust. Na tien jaar ben ik eindelijk naar een psycholoog gegaan om dit op te kunnen lossen. Dat heeft me veel geholpen. Het is niet helemaal weg, maar het is zeker beter geworden.’

‘Weet je wat het is, op missie word je van je vrijheid beroofd. Je moet op je hoede zijn, 24/7. Dat brengt stress met zich mee. Mensen vergelijken de coronacrisis en het thuis blijven nu met oorlog, maar daar ben ik het niet mee eens. Tijdens een oorlog kan je niet in je huis zitten met het idee dat het veilig is. Thuis is het veilig en kan er niet zoveel gebeuren. Het virus kan niet naar binnen. Maar in een oorlogsgebied is het echt anders, dan ben je nergens safe. Dan is er altijd dat onderbuikgevoel. Het gevoel dat bombardementen of geweervuur er ineens kunnen zijn.’

Als je zelf wat bereikt hebt, moet je ook bereid zijn om anderen te helpen. Dat moet je van nature doen.

‘Uiteindelijk ben ik in 2008 gestopt, na elf jaar fulltime gediend te hebben. Ik had alles gezien en gedaan en belangrijke waardes als discipline en doorzettingsvermogen geleerd, maar op een gegeven moment was de koek op. Een aantal jaar geleden ben ik wel weer als reservist bij de mariniers aan de slag gegaan. Dat doe ik nu nog steeds. Niet veel, maar ik vind het leuk om zo nu en dan te ondersteunen bij oefeningen en de opleiding.’

‘Na het stoppen in 2008 ben ik eerst bij gemeentelijk vervoer als buschauffeur gaan werken, tot een vriend van mij me belde en zei dat hij iemand zocht om te helpen in zijn sportschool. Hij zei tegen me: ‘je bent een Ferrari, maar je rijdt in de bebouwde kom.’ Ja daar had hij wel gelijk in. Toen ben ik me volledig op sport en personal training gaan richten en heb ik zelfs zijn sportschool over genomen. Ineens had ik een eigen bedrijf, mijn eigen sportschool. Ik geef personal training, bootcamps, BMX-training, van alles. In 2017 ben ik uitgeroepen tot beste personal trainer van Utrecht. Dat was echt een eer. Ik haal er veel energie uit om andere mensen te helpen. Iemand die vanaf nul begint begeleiden en wat van mijn eigen discipline en doorzettingsvermogen mee geven vind ik leuk en belangrijk. Als je zelf wat bereikt hebt, moet je ook bereid zijn om anderen te helpen. Dat moet je van nature doen.’