‘Wij maken endorfines aan!’

Naam
Rob Dekker
Missies
Bosnië (1999-2000)
Afghanistan (2002)
Irak (2004)
Afghanistan (2006)
Afghanistan (2007)
Publicatiedatum
10 augustus

‘We reden met Feuer Frei van Rammstein keihard op de speakers door een vallei vol met Taliban in Afghanistan’. Rob Dekker (1977) sprong (met hoogtevrees) ook nog eens ruim 750 keer uit een vliegtuig en draaide als particulier beveiliger voor de kust van Somalië ruim 25 anti-piraterij missies. Veel in het leven draaide om het aanmaken van endorfines, tot alles tot stilstand kwam en er nog maar weinig gelukshormonen door zijn lichaam vloeiden. Inmiddels studeert Rob weer, werkt hij bij de reclassering en heeft een eigen sportschool waar hij samen met veteranen weer veel endorfines aanmaakt.

‘Zeke Anderson, één van de hoofdpersonen uit Tour of Duty (de Amerikaanse dramaserie over de oorlog in Vietnam) was één van mijn helden. Ik zag in de Veronica-gids een advertentie over werken bij Defensie en nog geen jaar later had ik mijn opleiding bij de Luchtmobiele Brigade achter de rug. In 1996 werd ik (net 18 geworden) ingedeeld bij het 13e bataljon in Assen. Ik viel middenin de nasleep van de val van Srebrenica en op de kazerne zat ik tussen allemaal Dutchbat-III terugkeerders. Veel daarvan waren helemaal naar de klote. Problemen werden veelal weg gezopen. Dat was mijn eerste beeld van Defensie.’

‘Pas drie jaar later ging ik zelf voor het eerst op uitzending, naar Bosnië. Dat werd een rustige, routine-uitzending. Het grootste gevaar vormden de landmijnen die nog her en der verspreid lagen. Daarna nog vier uitzendingen als verkenner naar Irak en Afghanistan. Als je naar mijn vijf uitzendingen bij Defensie kijkt zie je eigenlijk een hele mooie opbouw qua intensiteit. De eerste keer Afghanistan was onvergelijkbaar met de derde keer. In 2002 werden wij in Kaboel nog als bevrijders ontvangen. Als we op patrouille gingen stonden vrouwen en kinderen te zwaaien langs de weg en trokken zij hun sluiers voor hun gezicht vandaan.’

‘Toen ik vijf jaar later voor de derde keer in Afghanistan kwam, was het gebied rondom Uruzgan echt heel erg achteruit gegaan. Het was er enorm onveilig en we hebben echt een aantal keer serieus moeten vechten. Vooral op die laatste twee uitzendingen naar Afghanistan kijk ik met een goed gevoel terug. We hebben militairen van het Afghaanse leger kunnen trainen en ik heb veel dingen gedaan waar ik als militair voor ben opgeleid.’

‘Na die laatste uitzending naar Afghanistan ben ik vrij snel begonnen als instructeur bij de Defensie Paraschool. Dat voelde als een enorme eer. Een lastige opleiding, met veel verantwoordelijkheid en last van hoogtevrees. En toch heb ik in totaal bijna 800 sprongen gemaakt. Als ik nu terugkijk, kwam die stap misschien toch te snel na mijn laatste uitzending. Ik zat nog teveel in de modus van ‘boeien’. Als ik werd gecorrigeerd op een onnauwkeurigheid dacht ik: ‘boeien’. Ik zat nog in de vechtmodus van Uruzgan. Alles wat niet met vechten te maken had was irrelevant.’

‘Uiteindelijk heb ik uit frustratie ontslag genomen bij Defensie. Ik wilde als Sergeant-Majoor terugkeren naar waar ik het best op mijn plek was, het Verkenningspeloton in Assen. Dat paste alleen niet in de rigide regels van Defensie. Ik heb mijn spullen ingeleverd en heb als particulier beveiliger 25 anti-piraterij missies gedraaid voor de kust van Somalië. Ook dat was een mooie tijd, waar ik veel vriendschappen aan overgehouden heb en ik leefde ‘in the fast lane’.’

‘Eén van die vrienden die ik daar opdeed was een Zuid-Afrikaan. Samen met hem zou ik een beveiligingsbedrijf daar opzetten. Maar mijn maat reedt zichzelf dood, op weg naar de barbecue in Zuid-Afrika waar we gezamenlijk mijn verjaardag zouden vieren.’

‘Toen begon de ellende, ik werd werkloos. Via het UWV heb ik een doorstart gemaakt, maar ik moest enorm wennen dat ik geen sergeant Dekker meer was, maar soms gewoon tuinman Rob. Via het veteranenloket kwam ik bij een psycholoog terecht. Dat klikte enorm. Hij kon mij uitleggen waar dat korte lontje vandaan kwam, waarom ik soms als een wandelende tijdbom rondliep.’

‘Ik ging op zoek naar een nieuwe uitdaging, iets waaraan ik een nieuwe identiteit kon ontlenen. Het werd boomverzorging. Klimmen, kappen en zagen. Nog steeds met hoogtevrees. Dat heb ik zes jaar met heel veel plezier gedaan, tot een ernstige schouderblessure daar een einde aan maakte. Ondanks ook nog een relatiebreuk ben ik niet bij de pakken neer gaan zitten. Ik ben gaan sporten met veteranen. Juist omdat sport een belangrijke pijler voor een militair is. Naast die basisvaardigheid, vormt een gezond lichaam ook de basis voor een gezonde geest.’

‘Daarom ook ben ik Fit Veteran begonnen in mijn gym Recon Performance Training. Een sportproject voor veteranen (al is het meer dan alleen gewichten, we gaan ook het water op), omdat sporten helpt. Ik zeg niet dat het dé oplossing is, maar het helpt wel. Het is een sportief alternatief voor de bier en barbecue-verenigingen. Bij de veteranen-reünies is het best vaak veel zuipen en klagen met nadruk op het negatieve.’

‘In coronatijd kon ik natuurlijk weinig met de sportschool en zag ik een vacature voor ‘Werkmeester bij de reclassering’ voorbij komen. Ik ben aangenomen en nu zet ik werkgestraften aan het werk. Het is top, ik doe veel met mensen en ik zie veel overeenkomsten met Defensie. Daarnaast geeft het werkmeesterschap ook tijd om erbij te studeren en dus heb ik de studie toegepaste psychologie opgepakt.’

‘Hier bij FIT Veteran maken we endorfines aan. En met de extra bagage van mijn studie kan ik nog beter ook het mentale aspect bij veteranen aanpakken.’