‘Voor jongens als Elvis waren we daar’

Naam
Pieter Koning
Missie
UNPROFOR Dutchbat I 1994
Publicatiedatum
9 april 2021

‘Aan de beruchte poort van Dutchbat in de enclave van Srebrenica heb ik een foto met Elvis gemaakt. Dat is mijn meest dierbare foto uit die tijd. In mijn ogen waren we daar om jongens als Elvis te beschermen.’ Pieter Koning besloot na zijn dienstplicht te solliciteren bij de net opgerichte Luchtmobiele Brigade en werd kort na zijn opleiding met Dutchbat I uitgezonden naar Srebrenica. Na het verlaten van de dienst bleef de wereld van de geüniformeerde beroepen trekken en inmiddels werkt Pieter alweer ruim 20 jaar voor de Politie Amsterdam-Amstelland. Daarnaast heeft hij een eigen bedrijf dat defensie eenheden traint en voorbereidt op inzet in de maatschappij.

‘Toen ik in 1994 de dienst verliet heb ik geprobeerd mijn draai in de burgermaatschappij te vinden.’

‘Ik heb het vier jaar een kans gegeven, overigens wel in combinatie met inzet voor de Nationale Reserve. Maar het lukt niet, ik miste de kameraadschap, de structuur en discipline van defensie. Ik heb mij toen toch maar weer aangemeld bij de Landmacht, Luchtmacht en bij de politie. Ik werd bij alle drie aangenomen en in overleg met mijn vrouw heb ik voor de politie gekozen.’ 

‘Die hang naar de geüniformeerde beroepen zat er niet meteen in bij mij hoor. Ik had helemaal geen zin om als dienstplichtig militair de dienst in te gaan. Ik was in die tijd een serieuze amateurwielrenner en een onderbreking van ruim een jaar kwam mij slecht uit. Maar ik had al snel door dat ik juist heel goed op mijn plek zat in het leger. De kameraadschap en de discipline zaten mij als een jas. Dus meldde ik mij na mijn dienstplicht aan bij de Luchtmobiel Brigade en werd aangenomen bij de 2e lichting. Anderhalf jaar later ging ik als onderdeel van Dutchbat I op uitzending naar Srebrenica.’

‘De enclave zelf en OP Charlie (observatiepost, red.) waar ik regelmatig een paar weken achtereen met mijn groep zat en patrouilles liep, staan nog altijd scherp op mijn netvlies. Die OP was eigenlijk niet meer dan een groot uitgevallen tent, zonder echt noemenswaardige bescherming. We poepten in een bak en vonden granaten net buiten de omheining. En toch probeerden wij daar, ondanks de moeilijke omstandigheden, onze taak – er zijn voor de mensen daar – zo goed mogelijk uit te voeren.’

‘Bij mij overheerst nog steeds een gevoel van trots, maar alles wat daarna is geschreven over Dutchbat III doet ook mij pijn. Iedere keer weer. Het gemak waarmee erover geschreven én geoordeeld wordt zonder echt te weten hoe het daar was en wat daar is gebeurd voelt onrechtvaardig.’

‘De foto met Elvis aan de beruchte poort van de Bravo Compagnie in de enclave van Srebrenica is mijn meest dierbare foto uit die tijd. Elvis was toen 12 jaar, ik 23 en wij spraken elkaar vaak. Het was mijn maatje. In mijn ogen waren wij daar om jongens als Elvis te beschermen.’


(Elvis staat hier links naast Pieter in het rode shirt)

‘Nadien ben ik nog op zoek geweest naar hem. Via Facebook. Gewoon om te weten of hij nog leeft. Tot op de dag van vandaag weet ik dat niet. Ik zou ook nog graag een keer teruggaan. Samen met mijn plaatsvervanger van toen, die inmiddels een goede vriend is, en onze partners.’

‘Inmiddels zit ik alweer ruim 20 jaar bij de politie Amsterdam-Amstelland. Eerst op bureau Nieuwmarkt, daarna in Amsterdam-Zuidoost en nu in Amsterdam-West. Allemaal plekken waar best het één en ander gebeurt en aan de hand is.’


‘Werken bij de politie vind ik ook eigenlijk veel heftiger dan wat ik op uitzending heb meegemaakt. Bij Defensie weet je wat je te wachten staat. Bij de politie neem je ’s ochtends afscheid van je vrouw en hoop je dat je ’s avonds weer heelhuids thuiskomt. Als veteraan tel ik ook mijn zegeningen, ik ben blij met de erkenning & waardering die ik vanuit de samenleving krijg. Bij de politie ligt dat echt gevoeliger. Wij zijn er om onze burgers te beschermen, maar ook om te straffen.’

‘Als bureau hier in Amsterdam-West pakken we het de laatste jaren echt anders aan. We trekken samen op met bewoners. Hier zijn ook helemaal geen corona rellen geweest bijvoorbeeld, vooral omdat we hebben samengewerkt met de buurtmoeders, met de moskeeën, met de jongerenwerkers, met het stadsdeel. Dat zijn momenten dat ik wel die erkenning en waardering voel. Zo werden hier taarten en tekeningen uit de buurt bezorgd.’

‘Dan heb ik ook nog mijn eigen trainingsbureau samen met twee maten die ik bij de politie heb leren kennen. Twee van ons hebben overigens een defensie achtergrond. Wij trainen organisaties om voorbereid te zijn op inzet in de maatschappij na bijvoorbeeld een terroristische aanslag. Zo werken wij voor het Korps Mariniers, de Luchtmobiele Brigade en de Nationale Reserve.’ 

‘Wij leren hen hoe je werkt op straat, wat je bevoegdheden zijn, hoe je sociale gesprekken voert en indien nodig opschaalt in geweld. Als politie zijn wij gewend om op te treden in het publieke domein in Nederland, waar defensie dit alleen gewend is in oorlogsgebieden. Wij krijgen ook vaak te horen van militairen die wij trainen dat onze lessen heel erg bruikbaar zijn voor hun uitzendingen. Zo leren we uiteindelijk allemaal van elkaar. Voor mij is de cirkel nu weer rond, waar ik ooit mijn avontuur begon bij defensie, ben ik er nu via mijn eigen bedrijf weer terechtgekomen en kan ik mijn ervaringen overbrengen op de nieuwe soldaten.’