Twee missies, drie huwelijken

Naam
Arjan Veldhuizen
Missies
Joint Forge (Bosnië/Kroatië), SFOR (Bosnië), Enduring Freedom (Afghanistan)

‘Toen ik net kon lopen riep ik al: ik wil soldaat worden!’ Toen Arjan Veldhuizen (49) op zijn 17e bij Defensie begon, kwam dat voor zijn omgeving dan ook niet als verrassing. Als hij over zijn missies in Bosnië en Afghanistan vertelt, krijgt hij nog steeds een glimlach om zijn mond. Hij vond het fantastisch, ook al zijn twee van zijn drie huwelijken door zijn tijd bij Defensie op de klippen gelopen. Toen zijn derde (toen nog) vriendin zwanger werd heeft hij besloten voor zijn gezin te kiezen en zijn leven bij Defensie naast zich neer te leggen. Toch heeft hij regelmatig spijt van zijn vertrek: ‘Ik zou het allemaal zo weer doen.’

‘Na begonnen te zijn op de Havo heb ik uiteindelijk mijn Mavo-diploma gehaald. Dit was de snelste weg naar Defensie, waar ik op mijn 17e al begon. Ik vond het een geweldig leven. Eind jaren ’90 begonnen mijn uitzendingen. De eerste keer naar Bosnië en de tweede keer naar Afghanistan. Dat vond ik fantastisch.’

‘In Bosnië was ik één van de vier groepscommandanten. Een van de dingen die ik behoorlijk indrukwekkend vond was het opstellen van de afscheidsbrief die wij allemaal schreven voor onze familie of partner. Het is gebruikelijk dat wanneer je op missie gaat je zo’n brief schrijft, voor het geval je niet meer terugkomt. Ik was al 31, maar dan zag ik 19-jarige jochies een afscheidsbrief aan hun moeder schrijven. Dat is gek hoor. Vooral die jongere jongens hadden de houding: “we gaan ze daar in Bosnië wel even wat laten zien.” Maar dat is anders, als je er daadwerkelijk bent en beschoten wordt in je helikopter, of moet opletten voor mijnen overal waar je loopt of rijdt.’

‘Tijdens mijn tweede missie in Afghanistan had ik een dochtertje van één jaar met mijn tweede vrouw, dan voelt het wel anders. Bijvoorbeeld ernstige zaken rondom kinderen en overledenen komen veel harder binnen. Mijn toenmalige vrouw wilde graag kinderen en zei het prima te vinden dat ik in het leger bleef, maar het pakte toch anders uit. Je kan je daar gewoon niet echt op voorbereiden. Mijn vrouw moest alleen voor onze dochter zorgen en ik miste een aantal belangrijke momenten. Tijdens mijn tijd in Afghanistan vertelde ze dat ze wilde scheiden en zo liep dus ook mijn tweede huwelijk stuk. Ik heb ervoor gekozen toen niet een extra keer naar huis te komen, maar mijn missie gewoon af te maken. Toen ik thuis kwam was alles ineens anders. Dat is wel een klap.’

Als ik nu gebeld zou worden zou ik het zo weer doen

‘Inmiddels heb ik ook met mijn derde vrouw een dochtertje. Toen zij zwanger werd ben ik toch gestopt bij Defensie. Ondanks dat ik echt niet weg wilde, won het gevoel dat ik niet met een derde gestrand huwelijk wilde komen te zitten. Toch zou ik het allemaal weer doen. Alleen trouwen zou ik uitstellen totdat ik niet meer bij Defensie zou zitten. Ik heb nu een goede baan bij de douane, een goed salaris, leuke collega’s, een gezin, mijn vrouw werkt in de buurt: ik heb een fantastisch leven. Maar als ik nu gebeld zou worden, dan zou ik het toch zo weer doen. Ik zou morgen zo op het vliegtuig stappen met mijn maatjes, dat weet mijn vrouw ook. Dat snapt zij enerzijds wel en anderzijds niet, maar ja.’

‘Wat ik zo mooi vond aan Defensie is dat er in je DNA gepompt werd dat je voor elkaar zorgt, dat je elkaar steunt en alles samen doet. Hier rent iedereen om half 4 naar huis, bij Defensie dronken we samen nog iets na het werk. Die sociale cohesie mis ik en probeer ik er ook een soort van te forceren door borrels te organiseren en collega’s een kaartje te sturen bij ziekte of geboorte. Ook vind ik het soms lastig dat er zoveel geklaagd wordt over kleine dingen, zoals het weer. Dan denk ik: man man, hou eens op, als je die ellende in Bosnië gezien hebt zeur je niet meer zo snel om dit soort dingen hoor.’

‘Ik loop ieder jaar mee in het defilé in Wageningen met mijn veteranenclub Dutch Military Veterans. Op de Nederlandse Veteranendag loop ik ieder jaar mee onder de vlag van de Douane. Beiden clubs zijn erg hecht. Op het moment dat ik in mijn uniform, inclusief alle medailles en andere versierselen, het Malieveld op loop, dan voel ik pas echt de waardering voor wat we destijds hebben gedaan en opgeofferd. Het klinkt misschien raar, maar dan ben ik gewoon even intens gelukkig.’