‘Plots werd ik tot vijand gemaakt’

Naam
Jody Huliselun
Missie
Irak (2004)

Ik ben geboren in voormalig concentratiekamp Westerbork. Vanwege de onafhankelijkheid van Indonesië en de daaropvolgende onafhankelijkheidsstrijd zijn mijn ouders naar Nederland gekomen. Dit kamp werd een woonoord voor enkele duizenden gevluchtte Molukkers. Waaronder mijn ouders en ik. Uiteindelijk hebben we ongeveer 15 jaar in verschillende kampen gewoond.

De opvoeding van mijn ouders was hard. We kregen de nodige klappen als we iets fout deden. Nooit een aai over je bol. Mijn ouders hadden na de Japanse overheersing een zeer moeilijke tijd mee gemaakt wat invloed had op hun gedrag. Hun geboorteland hadden zij verlaten en in Nederland kregen ze een armoedige huisvesting en uitkering. Mijn vader werkte keihard voor een bodemloon. Ze zijn gehard door die strijd en die manier van opvoeden heeft mij gevormd. Ik werd meer meedogenloos. Toch ben ik er enorm trots dat zij mijn ouders zijn.

Leidinggevenden zeiden dat ik er niet meer bij hoorde en dat ik banden met de terroristen had

Als 16-jarige ben ik toentertijd in dienst gegaan. Na de technische school wilde ik meer spanning en avontuur in mijn leven. Mijn opa’s hadden allebei in het KNIL gezeten. Het militairisme zat al een beetje in mij. Uiteindelijk kwam ik bij de Landmacht terecht. Maar dat ging niet zonder slag of stoot.

Tijdens de treinkaping in 1977 werd ik plots tot vijand gemaakt. Leidinggevenden zeiden dat ik er niet meer bij hoorde en dat ik banden met de terroristen had. Ik kreeg geen toegang meer tot de wapenkamer, mijn vingerafdrukken werden afgenomen en ik werd op non-actief gesteld. Ik word er nu nog woedend van. Om zoiets te horen na vier jaar onvoorwaardelijke trouw en keihard werken. Het was het begin van een hele lastige tijd. Defensie vond dat ik mijn ontslag moest indienen. Ik vond dat ze mij de kont konden kussen en mij maar moesten ontslaan, anders had ik geen recht op een uitkering. Het werd uiteindelijk een strafoverplaatsing naar logistiek.

Dat is mijn redding geweest. Op de kazerne zat bij de Heutz eenheid een Molukse Sergeant Majoor die ook oud KNIL-strijder was. Die heeft mij letterlijk en figuurlijk uit de modder getrokken. Ik was verzuurd en klaar met het leger. Maar hij zei: “Dit leger is jouw werkgever en wees blij dat je erbij zit.” Dat is mij altijd bijgebleven. Ik ben zo dankbaar voor die man. Iedereen had respect voor hem. Dat dwong hij wel af met zijn vol ornaat met drie rijen aan medailles. Een veteraan in hart en nieren.

Uiteindelijk heb ik vreselijk wraak genomen. Vanuit logistiek heb je namelijk ook veel invloed. Iedereen die mij ooit heeft uitgescholden die heeft het geweten. Dan was er bijvoorbeeld iemand zijn broek kapot. Die wilde hem dan ruilen voor een nieuwe broek. Dan zei ik: “Die kan je best aan.” En vervolgens deed ik het luik dicht.

Ik geef toe dat ik mij flink stoer heb gehouden, maar ik krijg er nog steeds rillingen van

De uitzending naar Irak herinner ik mij als de dag van gisteren. We zaten in de compound toen het alarm afging. We gingen direct naar onze post met wapens, kogels en een beschermvest. Ondertussen rukten ook onze gevechtsvoertuigen ook uit. Dan weet je dat het heel serieus is. De eerste berichten die we horen waren niet goed. Zes collega’s waren beland in een regen van kogels. Een hinderlaag, waarbij Jeroen Severs om het leven komt. Vijf anderen mensen raakten gewond. Op een gegeven moment wordt het beschadigde voertuig het kamp binnengesleept… Daar was niks meer van over.

Bij de uitvaart stond het hele kamp langs de weg. Hij was opgebaard door de mobiele geneeskunde en werd naar de helikopter gereden. Die nam na het opstijgen nog een laatste vlucht over het kamp. Dan is het tijd om in te rukken en naar de bar te gaan om moed in te drinken of in je prefab je verdriet te uiten. Ik geef toe dat ik mij flink stoer heb gehouden, maar ik krijg er nog steeds rillingen van.

Al deze ervaringen hebben wel hun impact gehad. Ik was een harde man en werkte veel. Eenmaal thuis uitte zich dat in het gezin. Dan was er bonje met m’n vrouw en kinderen. De afgelopen jaren begin ik meer te ontdooien. Ik probeer nu meer liefde te geven aan mijn gezin en interesseer ik mij meer in het leed van anderen. Als klusjesman sta ik bijvoorbeeld alleenstaande ouderen bij. Ik help met klusjes waar een aannemer niet voor wil komen. Zo komen zij niet voor een kapotte deurklink, ik wel. Niet voor het geld, maar omdat het dankbaar werk is. Voor mij is het een kleine moeite, maar voor de alleenstaande ouderen betekent het de wereld. Daar doe ik het voor.