‘Pas op, mijnen!’

Naam
Michel Koster
Missie
SFOR 8
Publicatiedatum
6 mei 2021

‘Mensen hadden hulp nodig. Ze wilden terug naar hun huizen die waren ingenomen door anderen. We konden hen niet helpen, dat voelde heel bizar.’ Als Michel (1976) op zijn 19e net twee maanden met zijn dienstplicht bezig is, wordt het generaal pardon uitgesproken: de dienstplicht wordt opgeschort. Hij besluit te blijven. Wat volgt is een periode van zes jaar die hem heeft gevormd tot wie hij nu is, met een bijzondere missie naar Kroatië.

In 2001 ging ik op missie naar Kroatië. Daar was ik verantwoordelijk voor de logistiek. Het doel van deze missie was opbouwen, het land stabiliseren. Veel mensen die waren gevlucht voor de oorlog kwamen terug, op zoek naar wat erover was van hun huizen. Zo kwam er eens een gezin terug uit Nederland. Tijdens de oorlog waren ze in Eindhoven terecht gekomen, waar ze jaren hadden gewoond. Ze stonden aan de poort van onze compound en vroegen: “We willen terug naar ons huis, maar dat kan niet omdat het is ingenomen door anderen. Kunnen we zolang hier slapen?” Dat kon dus niet, we konden hen alleen doorsturen naar andere instanties. We waren immers geen opvangcentrum, we hadden geen ruimte voor hen.’

‘Dat soort dingen voelden bizar. Ik voelde mij dan machteloos.’

‘Ik ben opgekomen in 1996-2, als een van de laatste dienstplichtigen. Wij zaten twee maanden in dienst en toen werd het generaal pardon uitgesproken, de dienstplicht werd opgeschort. Ik heb toen gekozen om te blijven. Ik had net mijn viertonner rijbewijs en had het er naar mijn zin.’

‘Mijn ouders vonden het minder leuk dat ik werd uitgezonden. Soms werden in Kroatië de zendmasten bij de compound uit de lucht waren geschoten, waardoor er een paar dagen geen telefonisch contact met het thuisfront mogelijk was. Dan schreef ik ze een brief waarin ik ze vertelde waarom ik niet meer kon bellen, en dat ze zich geen zorgen hoefden te maken. Ze zijn toen in halve paniek naar een kazerne in Nederland gereden om toch op een of andere manier met mij te kunnen spreken. Toen ze mij eindelijk aan de lijn kregen, was het eerste dat ze vroegen: “Gaat het wel goed met je, is het wel veilig?”

Na mijn missie hebben we daar met elkaar over gesproken, maar het is lastig om het aan iemand uit te leggen die niet op missie is geweest.’

‘Mijn missie heeft mij veel opgeleverd en het heeft mij best wel gevormd. Als je met z’n drieën zes maanden in één kamer verblijft, dan moet je elkaar aan kunnen. Je bent op elkaar aangewezen, daar haal je veel kracht uit. We hebben daar periodes gehad dat het met iemands thuissituatie niet goed ging. Terwijl hij op missie was, ging zijn vrouw bij hem weg. Dat is wel heftig. Hij loopt daar wel rond met een wapen, hoe zit het met zijn hoofd? Zijn problemen hoeft hij dan niet zelf op te lossen. Wij ondersteunden elkaar, er waren altijd mensen met wie je kon kletsen. Dat is kameraadschap. Ik heb er leren communiceren. Ik was een jonge vent natuurlijk, onervaren. Als je dan opeens moet kletsen over wat je voelt en ervaart, dat vormt je wel.’

‘Toen ik met een kameraad van de compound naar een stadje onderweg was, zijn we een keer bewust van de weg afgereden. Iemand kwam recht op ons af rijden en leek niet van plan om uit te wijken. We sloegen rechtsaf, zo een grasveld op dat was afgezet met linten met doodshoofden erop: “pas op, mijnen!”

‘We reden daarna achteruit het veld af, iets dat je nooit moet doen.’

‘Ik heb nog nooit iemand zo wit gezien als mijn kameraad toen. Het is nu een heel bijzondere herinnering, we hebben heel hard gelachen dat we dat hebben overleefd.’

‘Na 6 jaar bij Defensie was het tijd voor de volgende stap. Ik ben commerciële economie gaan studeren. Praten, met mensen, commercie, handel, daar wilde ik iets mee. Maar mij dienstbaar opstellen, dat blijf ik altijd met mij meedragen. Heel veel normen en waarden die ik bij Defensie leerde, blijf ik met mij meenemen. Dat is iets wat ik mijn zoon ook zou gunnen en mee wil geven, maar tegelijkertijd zou ik me natuurlijk zorgen maken over het gevaar dat hij zou lopen tijdens een missie. Maar ik zou ook mega trots zijn, mocht hij kiezen voor een carrière bij Defensie.’

‘Mijn vriendin weet hoe belangrijk mijn periode bij Defensie voor mij is geweest, zij weet dat het echt iets is wat ik altijd met me meedraag. Mijn baret en medailles hebben ook een plek in het huis, daar zit voor mij echt een verhaal achter. En ook in het werk dat ik doe zal ik altijd in verbinding blijven staan met de strijdkrachten. Met mijn vorige bedrijf, een scootmobielenbedrijf, deed ik dat ook, toen gaf ik korting aan veteranen. Ik kan dat gelukkig ook goed kwijt in mijn huidige werk. Ik ben altijd op zoek naar verbintenis, ook binnen het bedrijf. Bij Double Performance maken we speciale rolstoelen en bedienen we onder andere (oude) veteranen. Maar er zijn ook Invictus spelers waar we producten aan leveren. Ik vind het heel gaaf om die mensen te helpen met hun uitdagingen.’