‘Noodzaak is hard, dat is gewoon zo’

Naam
Luuk Elshout
Missies
Irak (2004, 2005)
Afghanistan (2009)
Publicatiedatum
7 september 2021

‘In Irak stonden we continu op scherp, maar er gebeurde nooit iets. Dat is verschrikkelijk. Alsof je de trap oploopt in het donker en je iedere keer het idee hebt dat iemand je bij je enkels grijpt, maar het gebeurt nooit. Daar word je gek van, je gaat er gekke dingen van doen. Daarom vond ik mijn missie in Afghanistan later minder heftig, want daar moesten we gewoon gevechtsacties uitvoeren. Daar zat ik niet de hele tijd met dat rare gevoel dat er iets ging gebeuren, zonder dat het kwam.’

Veteraan Luuk ging op zijn 17e bij Defensie. Na twee keer Irak draaide hij als 24-jarige ook nog een missie in Afghanistan, tot het noodlot toesloeg. ‘Franse militairen waren op een bermbom gereden. De man die de bommen maakte in die vallei zou ik gaan oppakken. Toen we bij zijn huis stonden ging het mis. BAM. Onze YPR (militair voertuig, red.) reed over een bermbom.

‘Toen ik weer bij kennis was, checkte eerst mijn gezicht en zag ik bloed. Maar ik kon wel zien. Ik ging luisteren. Ik hoorde, ik hoorde wel weer. Ik checkte mijn armen en benen. Die zaten er nog aan. Toen ik opstond zakte ik weer weg – “shit dat is niet goed”. Maar mijn mannen waren er erger aan toe dan ik. Je ziet dat je dus dat je een moment, een fractie naar jezelf hebt gekeken. En dan eigenlijk meteen weer in je rol als groepscommandant zit. Ik dacht: “ik ga er hier geen maten verliezen.” Pas toen ik in het ziekenhuis in Tarin Kowt lag, was ik helemaal in de stress. Zonder scherfvest, zonder maten om mij heen, helemaal alleen in een militair hospitaal.

‘Op mijn arm staat een tattoo: Dura Necessitas. Noodzaak is hard. Als je op een onbewoond eiland zonder voedsel zit en je lievelingsdier is een konijn, zou je dat dan opeten of niet? Als de nood aan de man is, dan is iedereen kneiterhard. Dan doe je wat je moet doen om te overleven. Dat is gewoon zo.’

‘Waar ik voor sta is: hoe ga je nou met tegenslagen om? Ik kan wel weer alleen vertellen hoe ik daar lag te creperen, maar dat is voor mij niet de essentie. Het leven heeft nog zoveel te bieden. Ik heb de mogelijkheid gehad om op het lijntje te balanceren van leven en dood, en daar maximaal op te ontwikkelen. Die kans hebben veel mensen niet, die werken van 9 tot 5 en komen dan weer gewoon thuis. Dat mag, geen probleem. Maar ik heb de kans gehad om het maximale eruit te halen. Ik wil anderen laten zien dat ellende niet alleen negatief HOEFT te zijn. Dat mag wel, maar denk eraan dat het ook positief kan zijn. Ik wil je de optie geven om ook de andere kant te zien.’