‘Mijn missie is nog niet ten einde’

Naam
Gerno Boes
Missie
Libanon [1985]
Publicatiedatum
15 september 2021

Het zuidelijke grensgebied van Libanon was in 1985 een mijnenveld. Gerno Boes was onderdeel van de laatste Nederlandse Compagnie DIC IV dat op de UNIFIL-missie werd uitgezonden. Als hoofdpost 7-5 “Fort Wanhoop” werden ze constant beschoten, vooral ‘s nachts. Ondanks de dreigende situatie van toentertijd, voelt Gerno zich erg verbonden met Libanon. Elk jaar probeert hij terug te gaan. De gastvrijheid en de warmte van de Libanese mensen trekken hem aan. Zelfs na 36 jaar heeft hij het idee dat zijn taak nog niet vervuld is. ‘Ik voel me verantwoordelijk’. 

De sfeer was bij de aankomst in Libanon onheilspellend. De hitte gaf een klap in je gezicht. Ik dacht: ‘Waar ben ik in beland?’ Je stapt in zo een andere wereld. We zaten in het zuiden van Libanon tegen de grens van Israël. Daar waren allerlei groeperingen actief. We hebben bijvoorbeeld het Israëlische leger op geheime patrouilles betrapt, die mochten daar niet zijn. De Hezbollah en Amal zaten ook in ons gebied. Op mijn eerste dag op de uitkijkpost waren we getuigen van het opblazen van een aantal huizen in “ons” dorp El Jibbain verderop. We waren de hoofdpost in dat gebied. Met als gevolg dat we regelmatig beschoten werden. Ik heb foto’s van raketten vlakbij onze post.’ De beelden en geluiden flitsen door zijn hoofd heen. Hij leeft onder constante spanning en is daarom gediagnosticeerd met PTSS.

‘We werden in Veldhoven als dienstplichtigen getraind, maar dat leek in niets op de situatie daar. De opleiding stelde niet veel voor. Je komt in een heel andere cultuur terecht, waar je niets over hebt geleerd en waar je je ook niets bij kunt voorstellen. Ik was onderdeel van de 42ste pantserinfanteriebataljon: de Limburgse Jagers. We waren de laatste Nederlanders die naar Libanon werden uitgezonden voor de UNIFIL-missie. Ik heb daar zes maanden gezeten. In 1985 kwam de missie ten einde. Maar voor mij voelt het nog steeds alsof ik mijn taak niet heb vervuld. Ik voel me nog steeds verantwoordelijk, en misschien ook mislukt. Het is als de dag van gisteren. Ik kan het zo terughalen. In dat opzicht is mijn missie nog niet ten einde.’

‘Ik probeer elk jaar samen met mijn maatje Do Schat naar Libanon terug te gaan. Hij was een van de eersten die naar het land werd uitgezonden, ik een van de laatsten. Hij plaatste ooit in de krant een advertentie of er Libanon-veteranen geïnteresseerd waren om terug te reizen naar het land. Daar heb ik op gereageerd. In groepsverband was toch niet helemaal ons ding. Later zijn we met z’n tweeën terug blijven gaan. Dat voelt heel goed, en vertrouwd. Wij begrijpen elkaar heel goed, ook zonder woorden! Vanwege corona zijn we al twee keer niet geweest, maar wij hopen snel weer terug te kunnen. Ik kom daar tot rust. Het voelt als thuis. Ik voel me erg verbonden met de Libanese cultuur. Van de gastvrijheid en warmte van de mensen kunnen Nederlanders nog veel leren. Als je daar om zes uur ‘s avonds uitgenodigd wordt voor het avondeten en je staat vijf voor zes voor de deur, staat er nog niets op tafel. Maar niemand heeft stress, het verschijnt wel. Om half acht gaan we eten en dan schuift de buurman en een andere vriend ook aan. Iedereen is welkom. Ik vind dat mooi. In Nederland moet ik soms uitleggen wat PTSS is en dan begrijpen mensen het niet. In Libanon hoef ik dat nooit uit te leggen, daar begrijpen ze me, en wat een oorlog met een mens kan doen. Zij zitten er nog steeds in.’

‘Ik leerde mijn huidige vriendin Barbara kennen, nadat ik van mijn ex-vrouw gescheiden was. Na een jaar of twee zei Do: ‘wil jij dat deze relatie goed blijft gaan, dan moeten we Barbara meenemen naar Libanon’. Ik schrok me kapot. Libanon was alleen maar van mij. Maar ik heb haar wel meegevraagd en dat was perfect. Het gaf me veel rust. Het gaf me vertrouwen dat haar ouders het goed vonden dat zij met ons mee ging naar mijn Libanon. Ze heeft heel het gebied gezien. We zijn zelfs naar Syrië geweest, voordat de burgeroorlog uitbrak. Als ik het nu ergens over heb, dan heeft ze daar een beeld, geuren en gevoel bij.’

Gerno is onderdeel van het Dutch Invictus Team en specialiseert zich op het boogschieten en indoor roeien.