Mee Op Missie met Ton Monster: “Als ik hier niet had gestaan, waren de jongens niet omgekomen”
Ton Monster diende bijna veertig jaar bij Defensie, het grootste deel bij de Luchtmobiele Brigade, en werd uitgezonden naar Irak, Afghanistan en Mali. Begin juni werd hij onderscheiden met de Witte Anjer Prijs 2026, samen met collega Pascal Jonker was hij genomineerd, voor het werk dat zij doen voor het thuisfront van veteranen en de nabestaanden van gesneuvelde militairen. Zelf had hij liever niet gewonnen. “Als ik hier niet had gestaan, waren de jongens niet omgekomen voor wie ik hun thuisfront nu help.”
Onder de tafel meeluisteren
Ton Monster wilde altijd al militair worden. “Mijn vader was militair en veteraan, dus dat zat wel een beetje in het bloed.” Op school ging het niet goed en toen hij werd vrijgeloot voor de dienstplicht, lichting ’59, trok hij met een vriend naar Marseille om het Vreemdelingenlegioen in te gaan. Ze kwamen tot aan het opleidingscentrum, voordat de reis strandde op een familie-issue van zijn vriend. “Samen uit, samen thuis.”
Hij werd stratenmaker, later werkzaam bij de PTT en KPN als directievoerder en in 1989 reservist. Elf jaar later, in 2000, hakte hij de knoop definitief door en koos hij voor een volledige overstap naar Defensie.
De militaire herinneringen van zijn vader die diende als groepscommandant in voormalig Nederlands-Indië hoorde hij als kind alleen in fragmenten. “Als er verjaardagen waren, zat ik onder de tafel om mee te luisteren.” Later op een reünie van de 7 December Divisie in Schaarsbergen sprak hij leden van de groep van zijn vader en hoorde hij hoe zijn vader was geweest als gerespecteerd groepscommandant. Na zijn terugkeer kreeg hij een tweedehands pak en twintig harde guldens, met de opdracht Nederland weer op te bouwen. “Daar krijg ik nog steeds kippenvel van.”
Onverwacht terug uit Irak
In 2004 ging Ton Monster met 11 Infantrie Bataljon Grenadiers en Jagers naar Irak. Tijdens het ’s nachts inladen van tientallen zware tentkachels liep hij een hernia op en werd hij teruggevlogen naar Nederland, waar zijn vrouw met hun kleine dochter op hem stond te wachten. Drie weken plat, en toen wilde hij maar één ding: terug. “Ik ben getraind om de finale te spelen, zeg maar. Dat is toch de uitzending.”
Terug in Nederland werd hij gevraagd als Compangnies Sergeant-Majoor (CSM) van de Bravo-compagnie van het 11e Infanteriebataljon (Air Assault) van de Luchtmobiele Brigade, ook wel bekend onder de naam Stiercompagnie. Voor Monster waren dit zijn beste jaren. “Die samenhorigheid, met de commandant, de plaatsvervanger, dat is nog steeds zo’n clubje bij elkaar.” Zij werden toegevoegd als Luchtmobiele component aan 45 Pantserinfanterie Regiment Infanterie Oranje Gelderland (RIOG), voordat ze samen naar Afghanistan werden uitgezonden.
Afghanistan: het moment onder de kist
Zijn eenheid in Afghanistan noemt Monster een goed blok, met een sterke commandant en veel overleg met lokale kopstukken. Maar de uitzending eiste ook een prijs. Er sneuvelden verschillende kameraden, onder wie: luitenant Dennis van Uhm en zijn chauffeur Mark Schouwink, omgekomen bij een aanslag met een geïmproviseerd explosief. Dennis van Uhm had voor zijn vertrek op schrift gezet wie zijn kist mochten dragen: de commandant (nu Brigade-generaal) Frank Bal en Ton Monster. “Dat was toch wel een grote eer om te doen.”
Zijn vrouw begreep niet altijd dat hij, ondanks alles, heimwee had naar Afghanistan. “Dat is niet omdat ik alsmaar wil knokken en niet thuis wil zijn. Maar het voelde niet als een sprong in het diepe. Het was waarvoor ik militair geworden ben, ook al miste ik natuurlijk wel mijn vrouw, dochter en zoon.
Mali: een schepje, een foto en een fles whisky
In 2018 ging Ton Monster, inmiddels adjudant, op uitzending naar Mali met 13 Infantrie Bataljon Regiment Stootroepen Prins Bernhard (RSPB), met lange verkenningstochten door de woestijn. In 2016 kwamen bij dezelfde uitzending twee collega’s, sergeant der eerste klasse Henry Hoving en korporaal Kevin Roggeveld, om het leven bij een mortierongeval. Hun nabestaanden kwamen tijdens de uitzending van Monster naar Mali. De eenheid van Monster begeleidde de nabestaanden naar de plek van het ongeluk.
‘We hebben daar op de fatale plek met de familie, in scherfvesten, midden in de woestijn, een schepje, een foto en een fles whisky in de grond begraven. Dat gaat door merg en been. Maar tegelijkertijd heeft het de nabestaanden wel veel gebracht.’
Het contact met de nabestaanden is gebleven, net als de strijd van de ouders om de waarheid boven tafel te krijgen. Voor een andere collega die in 2014 tijdens een oefening een kijker op zijn hoofd kreeg met als gevolg een gat in zijn schedel en daar bovenop in 2016 een auto-ongeluk kreeg vecht Monster nog altijd mee om erkenning als dienstongeval in plaats van bedrijfsongeval te krijgen. “De kopstukken staan te ver van de werkvloer af. Zij zouden meer naar de werkvloer moeten komen en luisteren.”
De Witte Anjer Prijs: “Ik had hier liever niet gestaan”
Begin juni 2026 werd Ton Monster, samen met collega Adjudant Pascal Jonker, genomineerd voor de Witte Anjer Prijs 2026 voor hun werk voor o.a. het thuisfront en de nabestaanden van omgekomen militairen. Toen Ton Monster de prijs uiteindelijk won, klonk hij in zijn dankwoord allesbehalve triomfantelijk.
‘Als ik hier niet had gestaan, waren de jongens niet omgekomen voor wie ik hun thuisfront nu help.’
Wat de prijs hem wel geeft, is een podium. Hij noemt het voorbeeld van Korporaal Jules, die na een schietincident veroorzaak door een collega zijn arm verloor. Niemand keek naar hem om. Bureau Veteranenzaken 11 LMB heeft hem binnengehaald en begeleid. Hij heeft uiteindelijk meegedaan aan de Invictus Games en inmiddels heeft Jules een stabiel leven opgebouwd en wordt binnenkort vader.
Monster waarschuwt alvast voor wat komt: het NIOD-onderzoek naar Afghanistan, dat eind dit jaar verschijnt. Hier gaan een hoop mensen weer last van krijgen en wordt het bij Veteranenzaken weer druk met de vraag om hulp. “In zes maanden tijd hebben zeven jongens bij ons zelfmoord gepleegd. Daar hoor je tot op heden niks van omdat dit geen actief diendende militairen meer zijn”
Vader en zoon
Ook de zoon van Ton Monster koos voor Defensie: uitzendingen naar Litouwen en Irak, de Rode baret en recent een geslaagde poging voor een speciale eenheid. “Vier van de dertig kandidaten werden aangenomen, waaronder mijn zoon. Het DNA zat er al bij zijn geboorte in.” Toch was het voor Monster moeilijker zijn zoon op uitzending te zien vertrekken dan zelf te gaan.
Wat overblijft
In november wordt Monster 67 jaar en moet hij Defensie helaas verlaten. Wat hij dan gaat doen is onbekend. “Ik ga in ieder geval enorm genieten van mijn gezin en vooral van mijn kleinkinderen Dex en Dané.”