verhalen

Mee Op Missie met Stefan Mastenbroek: "Ik hoop dat ik dezelfde persoon blijf, ook als ik dat uniform aan heb."

Een bibliotheekboek over 325 jaar Korps Mariniers bepaalde de koers van zijn leven. Wat begon met een fascinatie voor rugzakken en uitrusting, leidde Stefan Mastenbroek van de hei in Nederland naar humanitaire hulp in Honduras, zware dagen in Uruzgan en trainingsmissies in Irak. Hij verloor kameraden, koos onder druk bewust voor menselijkheid en belandde uiteindelijk in het hart van de Haagse defensiepolitiek.

Al struinend door de bibliotheek vond de elfjarige Stefan Mastenbroek het boek dat zijn leven richting zou geven: 325 jaar Korps Mariniers. Hij bracht het nooit meer terug. Als jongen uit een dorp onder de rook van Rotterdam keek hij gefascineerd naar de foto’s van mariniers in Noorwegen, Schotland of op jungle-training. Hij bestudeerde hun uitrusting, hun rugzakken, de manier waarop alles precies was ingepakt. “Dat plantte het zaadje: Ik wil marinier worden.”

Na het vwo meldde hij zich direct aan. Op de dag van zijn examenuitslag zat hij niet zenuwachtig thuis te wachten op een telefoontje, maar onderging hij zijn keuring voor de mariniersopleiding. Eigenlijk wilde hij officier worden, maar hij werd afgekeurd: te veel aanwas, te jong. Dus begon hij aan de mariniersopleiding. Op de hei, in de sneeuw, terwijl ze een tent moesten knopen met verkleumde handen, dacht hij soms: waar slaat dit op? Wat ben ik hier aan het doen? “Iedereen kent zulke momenten tijdens de opleiding.” Maar er was altijd een buddy die zei: “Doe normaal. We gaan gewoon door.” En dus ging hij door.

Stefan Mastenbroek met een collega-marinier

Principes

Wat Stefan daar leerde, draagt hij nog altijd met zich mee. Discipline. Orde. De vanzelfsprekendheid dat je voor je gaat slapen precies weet waar je spullen liggen. Hij rust nog steeds niet voordat alles op zijn plek ligt . En hij leerde iets anders, iets heel principieels: je bent óf volledig militair óf volledig burger. Geen halve combinaties met kleding; die werelden houd je gescheiden. Daarom ging hij voor deze serie op de foto met zijn baret in zijn hand en niet op zijn hoofd. Want hij is niet meer actief dienend. “Ik ben gewoon inwoner van dit land,” zegt hij;

‘Ik ben ook vader, collega, en nog veel meer. En ik ben ook marinier. Maar het is niet mijn volledige identiteit. Ik hoop dat ik dezelfde persoon blijf als Stefan, ook als ik dat uniform aan heb.’

Of hij op uitzending wilde, was tijdens zijn opleiding eigenlijk geen vraag. “Als je voetballer bent, wil je wedstrijden spelen. Je traint niet alleen maar om te trainen.” Bovendien zag hij oudere mariniers met medailles. Dat hoorde erbij. Eerlijk is eerlijk: dat had ook iets van status.

Na zijn opleiding werd hij eerst geplaatst op Curaçao. Daarna volgde in 1998 zijn eerste uitzending naar Honduras, na orkaan Mitch. Het was een humanitaire missie van enkele weken, gericht op noodhulp en wederopbouw. Officieel werd deze inzet niet erkend als missie; humanitaire operaties kregen pas vanaf 2001 die status. Voor Stefan voelt dat nog altijd wrang. Hij was jong, nog geen twee jaar uit de opleiding. Het voelde als een avontuur, als het begin van iets groters. 

Stefan in Afghanistan

Verlies in Afghanistan

In 2010 volgde zijn eerste officieel erkende uitzending: naar de provincie Uruzgan in Afghanistan. Het was de laatste Nederlandse rotatie. De opdracht was om de missie af te bouwen en over te dragen, maar tot de laatste dag moest het gebied veilig blijven. Ze liepen patrouilles, ondersteunden lokale projecten, legden waterpompen aan en hielpen bij het openen van een meisjesschool. 

Ondanks dat ze de laatste rotatie waren, helemaal aan het eind van de missie, was hun aanwezigheid niet zonder risico. Op 17 april 2010 reed een pantservoertuig van hun eenheid op een bermbom. Twee mariniers kwamen om het leven: Marc Harders en Jeroen Houweling. Een derde raakte zwaargewond. Zo’n verlies snijdt diep in een eenheid. Er was een officiële ceremonie in Kamp Holland, maar zij konden daar niet bij zijn en organiseerden hun eigen afscheid. Verdriet, chaos, ongeloof en boosheid liepen door elkaar.

Afscheidsceremonie bij post Tabor in Afghanistan

Menselijke reactie

Er volgde een tegenactie. Samen met de Afghaanse politie en het leger trokken ze te voet naar een compound waar verdachten zaten. Drie mannen werden aangehouden. Op de terugweg, bergop, bleek dat één van hen een bloedende voet had door het ruwe terrein. Ze stopten om zijn wond te verbinden. Net twee kameraden verloren, en toch kiezen voor menselijkheid. “Het is niet zwart-wit,” zegt hij. “Je kunt boos zijn. Maar als leidinggevende moet je ook zeggen: laat de moraliteit zegevieren.”

Stefan met collega in Afghanistan

Dat moment werd later vastgelegd in een schilderij in de tentoonstelling Helmen vol Verhalen. Voor hem symboliseert het de complexiteit van het vak. Militairen zijn geen karikaturen. Volgens hem gaat het in de publieke beeldvorming vaak mis. Militairen worden zelden neergezet als gewone mensen die dagelijks complexe afwegingen maken. “Er zijn in Nederland meer dan honderdduizend veteranen,” zegt hij. “Dat zijn honderdduizend verschillende verhalen.” Hij voegt daar meteen iets aan toe:

‘Maar het moet niet over mij gaan. Mijn verhaal is helemaal niet zo interessant.’

Stefan vindt dat militairen zelf ook de verantwoordelijkheid hebben om hun verhaal te blijven vertellen, juist om die nuance zichtbaar te maken. Omdat het werk meer lagen heeft dan wat je in films of korte nieuwsfragmenten ziet. “Als wij het niet uitleggen, doet iemand anders het voor ons. En dan wordt het al snel te simpel.”

Van Irak naar Den Haag

Na Afghanistan volgden twee uitzendingen naar Irak. “Irak was superleuk,” zegt hij zonder aarzeling. Zijn referentiekader was Uruzgan, met verlies en intensieve patrouilles. In Irak ging het om een trainingsmissie. Hij leidde Koerdische strijders op die vochten tegen IS. Zelf ging hij niet dagelijks op patrouille; hij droeg kennis en vaardigheden over. Het was serieus werk, maar met een andere dynamiek. Minder directe dreiging, meer focus op ontwikkeling en samenwerking.

In 2017 kreeg zijn loopbaan een onverwachte wending. Hij werd gevraagd om adjudant van de minister van Defensie te worden. Zijn eerste reactie was terughoudend. Hij wilde niet het clichébeeld van een militair die met een tas achter de minister aanloopt. Maar binnen Defensie heb je niet altijd volledige regie over je loopbaan. Hij stemde in, met de afspraak dat hij eerst nog op uitzending naar Irak ging. Vlak voor vertrek had hij zijn allereerste sollicitatiegesprek ooit, meteen bij de minister in Den Haag. Dat maakte hem nerveus. Tijdens zijn uitzending trad de minister af, waarna een nieuwe minister (Ank Bijleveld, red.) aantrad. Met haar bouwde hij een hechte werkrelatie op.

Stefan bij het ministerie van Defensie

Als adjudant was hij verantwoordelijk voor alles wat de minister in militaire zin nodig had: personeelszaken, bezoeken aan eenheden in binnen- en buitenland, internationale reizen naar bijvoorbeeld de VN of het Pentagon, en ceremoniële momenten zoals medaille-uitreikingen en Veteranendag. Later groeide hij door tot politiek adviseur en werd hij de schakel tussen de minister en de Tweede Kamer. Hij onderhield contact met Kamerleden, vooral binnen de vaste Kamercommissie Defensie, en dacht mee over politieke strategie. Zo groeide zijn politieke interesse en stond hij vorig jaar zelfs op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen. Inmiddels is Stefan politiek adviseur van Derk Boswijk, de huidige staatssecretaris van Defensie.

Tastbare herinneringen

Wat tastbaar blijft, zijn de voorwerpen die hem aan zijn uitzendingen herinneren. Zijn Camelbak-rugzak draagt hij al sinds 2009. Die ging mee naar Afghanistan en Irak, en gebruikt hij nog steeds. Als jongen keek hij in dat bibliotheekboek vooral naar de uitrusting: hoe een rugzak werd ingepakt, wat erin zat, hoe alles functioneel en logisch was ingericht. Nu heeft hij zelf jarenlang zo’n rugzak gevuld en gebruikt. Het is een concreet voorbeeld van hoe die vroege fascinatie uiteindelijk werkelijkheid werd.

Daarnaast bewaart hij gebedskettingen die hij kocht op een bazaar in Irak, van een man die daar dagelijks zat om wat geld te verdienen. Eerst kocht hij er één, later de hele voorraad om uit te delen. Ze herinneren hem eraan dat een missie niet alleen bestaat uit operaties en opdrachten, maar ook uit ontmoetingen die je perspectief blijvend veranderen.

Stefan voor de opnames van Mee op Missie