Terug naar het overzicht

Mee Op Missie met Michel Barbier: “Het was niet de vraag of je geraakt wordt, maar wanneer”

Michel Barbier groeide op als boerenzoon, maar koos al snel een ander pad. Na een technische opleiding en een korte periode bij een bedrijf dat betonmixers maakt besloot hij het roer om te gooien en ging hij bij het Korps Mariniers. Dat bleek het begin van een carrière met veel verschillende functies en een overstap naar de Koninklijke Marechaussee. Tijdens een VN-missie in Soedan komt hij uiteindelijk in een extreem gevaarlijke situatie terecht, waar hij getuige is van moord door Soedanese soldaten en samen met zijn collega moet vluchten, waarbij hij ook drie vrouwen meeneemt om hen uit de handen van de soldaten te houden.

Van boerenzoon tot marinier

Michel Barbier groeide op als boerenzoon. Zijn vader had een veehouderij. Maar dat was niet de kant waar hij zelf op wilde gaan. Na de mavo en de middelbare technische school belandde hij bij een bedrijf dat betonmixers maakt. Maar na een paar maanden was de conclusie helder: hier wilde hij niet de rest van zijn leven op die paar vierkante meter doorbrengen, en om 12 uur moeten rennen naar het koffiezetapparaat omdat de chocomel anders op is. Dus knipte hij uit de Veronica-gids een bonnetje: “Meld je aan voor het Korps Mariniers”

Irak en de Marechaussee

Een tijd na zijn mariniersopleiding, in 1991, vertrok hij naar Irak. “Eigenlijk was er niemand die zei: ik wil niet. We konden eindelijk eens een keer doen waarvoor we opgeleid waren.” In Noord-Irak bewaakten ze een grensgebied, liepen patrouilles in dorpen en controleerden bruggen.

Na Irak stapte hij over naar de Koninklijke Marechaussee, mede vanwege de opleidingsmogelijkheden, en zodat hij meer bij zijn vriendin kon zijn. “Als ik haar niet als vriendin had, dan was ik bij het korps gebleven.” Bij de marechaussee had hij veel verschillende werkzaamheden en deed hij om de drie, vier jaar iets compleet nieuws. 

In 2001 ging hij naar Bosnië, als militaire politie ten behoeve van de Nederlandse militairen daar. Zijn oudste dochter was toen net één jaar. “Ik dacht: Ik kan beter nu gaan. Want het is beter dat ik mijn kind mis dan zij mij.” Toch was die uitzending confronterend als jonge vader:

‘Als je dan iemand ziet lopen met een baby van een jaar, denk je: ik heb ook een vrouw met een kind van die leeftijd, alleen zitten zij er veel beter bij dan hier.’
Michel en collega in Soedan

Ongewapend in Soedan

In 2007 ging hij op VN-missie naar Soedan. Zijn oudste dochter was inmiddels zeven, de jongste drie. Hij ging samen met zijn collega Martin naar Yambio in Zuid-Soedan, als politieadviseur voor de VN. Ongewapend. “Volgens de afspraken zou het leger ons moeten beschermen. De praktijk was soms anders.” Elke dag gingen ze op pad, of naar het politiebureau. 

Op een regenachtige dag zitten Michel en Martin buiten het politiebureau in Yambio. Ze zijn bezig met een onderzoek naar de dood van een soldaat. Een groep soldaten loopt het terrein op, uniformen aan, machinegeweren in de aanslag, zichtbaar nerveus. De commandant van de soldaten loopt naar een generaal toe, legt zijn wapen neer. Het gesprek escaleert. Hij stapt terug over zijn Kalashnikov, pakt hem op en opent het vuur op de generaal. Ze schieten nog twee anderen neer. Michel en Martin staan op een steenworp afstand.

Michel traint politiemensen in Soedan

Vluchten onder vuur

“We moeten weg hier,” zegt Michel tegen Martin. Ze zijn niet bewapend. Ze vluchten tussen stilstaande vrachtwagens door. Tussen de voertuigen vinden ze wat dekking, maar de kogels slaan in het blik. “Je hoorde de kogels echt langs je hoofd gaan.” Ze komen bij een hek met prikkeldraad. Martin kruipt er via een uitgesleten stuk onderdoor. Michel klimt eroverheen. Samen zetten ze het op een lopen.

Van hutje naar hutje proberen ze buiten schot te blijven. Bij een compound treffen ze drie vrouwen aan, VN-medewerkers uit Kenia en Oeganda, die ze kennen uit hun kamp. “Als we ze niet meenemen, gebruiken ze hen als wisselgeld om ons te pakken te krijgen.” Ze nemen de vrouwen mee. Ze gaan zigzaggend, van huisje naar huisje, door de maisvelden. De basis is maar een paar kilometer verderop, maar met hun route lijkt het een eeuwigheid. Op een gegeven moment trekken de vrouwen het niet meer. Michel en Martin besluiten ze achter te laten, anders zou het te gevaarlijk voor hen worden, en lopen door.

Dertig meter verderop bedenken ze zich: “We konden ze absoluut niet achterlaten. Ze zouden het niet overleven.” Ze keren terug, slepen de vrouwen mee. De kogels vliegen om hen heen.

‘De vraag was niet of je geraakt wordt, maar wanneer’

Gevangen in eigen kamp

Op een kruispunt, vlak bij het kamp, staat een auto klaar, met een draaiende motor. Ze springen erin en rijden het kamp binnen. Maar veilig voelt Michel zich niet. “Je zit letterlijk gevangen in je eigen kamp.” Die nacht lukt de evacuatie niet. De helikopters vlogen niet meer, daar was het al te donker voor. “Het was kermis in mijn hoofd.” Het vuren stopte. “Dan heb je iets adem. Maar de stress bleef hangen.”

Bij het eerste daglicht hoorde hij een helikopter die uit Juba was gekomen om hen op te pikken. Dat was geen makkelijke route: “Die gasten zijn gaan vliegen in het donker. 2,5 uur heen, 2,5 uur terug, en onderweg tanken op de plek waar de soldaten zaten.”

De “Lucky Dutch”

Eenmaal in het kamp in Juba voelde hij zich nog niet veilig, omdat het een open kamp was. Die zorgen blijken al snel terecht. Daarom besloten ze zo snel mogelijk door te reizen naar Khartoem. Daar drong pas echt het besef door hoe anders het had kunnen aflopen. In Khartoem noemde de Head of Mission hen de “Lucky Dutch”. Hij vertelde dat uit inlichtingen was gebleken dat de soldaten inmiddels wisten dat zij in het open kamp in Juba waren geweest.

Tien jaar later kreeg Michel het Kruis van Verdienste, de eerste bij de Marechaussee sinds de Tweede Wereldoorlog. “Het is een mooie waardering. Maar er zijn ook zoveel mensen die in missies net zoveel shit hebben meegemaakt als wij en die krijgen het niet.”

Michel wordt onderscheiden met een Kruis van Verdienste

Voelt hij zich veteraan? “Absoluut.” Een missie en alles wat daarbij komt kijken schept een bijzondere band. Met Martin heeft hij nog altijd contact. En op 4 november sturen ze elkaar een berichtje. “Je hoeft elkaar niets uit te leggen. Je maakt meer mee dan met wie dan ook van je eigen familie.”

Michel voor de opnames van Mee Op Missie