Mee Op Missie met Freddy de Lang: "Hier slaap ik met medicijnen, daar zonder”
Bosnië-veteraan Freddy de Lang ging in de jaren negentig drie keer op uitzending: naar Italië voor de handhaving van het vliegverbod boven voormalig Joegoslavië, en twee keer naar Sarajevo. De tweede keer liep het mis. Freddy blikt terug op een stad vol kaarsen op Allerheiligen, op de jaren waarin het daarna stilviel, en op waarom hij inmiddels voor de 55e keer terug is geweest in het land dat hij zijn thuis noemt. Onlangs fietste hij er met het I CAN Wounded Warriors Cycling Team naartoe, helemaal vanuit Doorn.
Een rubberen kin
Freddy waarschuwt vooraf: hij heeft een rubberen kin. Zo zeggen ze dat in zijn streek over mensen die, als je ze eenmaal aan de praat krijgt, niet meer stoppen. Later in het gesprek blijkt dat er meer achter zit. “Het is ook een beschermlaag. Zolang je praat, kunnen ze geen vragen stellen.”
Trappen op negentig omwentelingen
Freddy is meer dan actief bij het I CAN Wounded Warriors Cycling Team. De kern van de vereniging bestaat uit veteranen die tijdens hun uitzending psychisch of lichamelijk gewond zijn geraakt, waar ook ter wereld. Ook politiemensen en andere geüniformeerden zijn welkom. Om hen heen fietsen de ‘maatjes’: familie, vrienden, collega’s die de veteraan in beweging krijgen. Sommige veteranen namen bij hun eerste rit hun broer mee en fietsten achteraan, bang om in een groep te bewegen. “Het maatje zorgt ervoor dat de veteraan uit zijn isolement komt.”
Het hoeft niet per se fietsen te zijn, zegt Freddy: bewegen helpt, een fit lijf geeft een fitter hoofd. Maar van het oudste lid, de 84-jarige Nieuw-Guinea-veteraan Tom van Mierlo, leerde hij iets bijzonders. Wie rond de negentig omwentelingen per minuut trapt, past met die snel herhalende beweging eigenlijk zelf een soort EMDR (een soort trauma therapie) toe. En in de groep hoeft niemand elkaar te kennen of dezelfde missie te hebben gedaan. “Je wordt geaccepteerd zoals je bent. Je mag praten over wat je wilt, maar het hoeft niet.” Wie zich veilig voelt, gaat vanzelf praten. Voor sommigen de eerste keer ooit.
De vereniging ontstond in 2015, toen een groep veteranen vanuit Doorn naar Sarajevo fietste. Die tocht werd dit jaar overgedaan: 18 fietsdagen, 2 rustdagen, 11 man. Niet iedereen fietste elke etappe, door spanning in het hoofd of een pijnlijk zitvlak. Een Libanon-veteraan van boven de zestig, die na een fietsongeluk eigenlijk was afgeschreven, ging gewoon door. “Je zag hem groeien. Ik kan nog steeds een berg op.” Een professioneel medisch team gaat niet mee; wel een voormalig geestelijk verzorger die zelf meefietst. “Het zijn bijna allemaal oud-militairen. Je zegt elkaar de waarheid, drinkt een biertje en we gaan weer verder.”
Wat het vooral oplevert, ziet Freddy bij wie voor het eerst terugkeert. “Ze realiseren zich: het is hier in Bosnië ook 2026. Alles gaat hier ook via de mobiele telefoon.” De scheidslijnen van toen zijn nog wel zichtbaar, in de vlaggen per dorp en in steden als Mostar, die nog altijd in tweeën zijn gedeeld.
Een formulier dat niet werd getekend
Freddy groeide op in een dorp van zo’n 1.500 inwoners in het Gelderse rivierengebied. “Dat was je wereld.” Als dienstplichtige in Utrecht zag hij de eerste treinen met vluchtelingen uit Bosnië binnenkomen, met alles wat ze nog hadden in één koffertje of tas. “Ik dacht: ik wil helpen om de oorlog te stoppen. Jong en zonder levenservaring.” Hij vulde een formulier in om uitgezonden te worden, maar zijn commandant weigerde te tekenen: Freddy had nog maar vier maanden diensttijd te gaan. Achteraf is hij daar dankbaar voor, hij was nog niet klaar om op missie te gaan.
Hij ging alsnog bij Defensie en kwam bij de luchtmacht terecht, gelegerd in Zuid-Duitsland. Zijn eerste uitzending ging naar Vicenza in Italië, waar Operatie Deny Flight, het vliegverbod boven voormalig Joegoslavië, werd gecoördineerd. Drie maanden in een hotel, met zijn eigen auto erheen. “Op een vrije dag liep je tussen de toeristen. Het voelde niet als een uitzending.”
Allerheiligen in Sarajevo
Dat veranderde op 1 november 1996. Freddy vertrok voor een specifieke functie op het hoofdkwartier in Sarajevo, en vroeg zelf om een jaar onafgebroken te mogen blijven in plaats van steeds een paar maanden. Het werd goedgekeurd, “het enige wat ik Defensie kwalijk neem.” Hij kwam aan bij schemering, op Allerheiligen. Bij een kleine katholieke kerk vlakbij het vliegveld brandden kaarsen. De rit door de stad was onwerkelijk: een jaar na de vrede op papier was alles nog kapot. “Je denkt: hoe kunnen mensen hier wonen?” De eerste nacht al deed hij geen oog dicht.
Hij was 24. “Achteraf zeg ik: we waren allemaal te jong, of misschien werden we snel volwassen. Of allebei.”
Binnen 24 uur naar huis
Na dat jaar zat Freddy tweeënhalve maand thuis, en dat voelde niet als thuis. Dus ging hij terug naar Sarajevo, voor zes maanden. Na drie maanden besefte hij dat het niet meer ging. “Het was gewoon te veel en te lang achter elkaar.” Binnen 24 uur werd hij gerepatrieerd. Omdat hij maar een halve uitzending had gedaan, kreeg hij twee of drie dagen verlof en moest hij weer aan het werk.
Het leek allemaal goed te gaan. Zijn laatste functie bij Defensie was bij de DVVO (Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie), waar hij transporten door heel Europa plande, ook van veteranen naar behandelcentra. Veel van hen waren Libanon-veteranen, bij wie de klachten twintig jaar na hun uitzending opspeelden. “Toen dacht ik nog: ik ben er goed vanaf gekomen.” In 2004 verliet hij Defensie, omdat hij zijn kinderen wilde zien opgroeien. Vanaf 2005 begon het te schuren en weer vijf jaar later werd Freddy volledig afgekeurd.
Op zijn shirt staat het motto van de I CAN WOUNDED WARRIORS: “gewond, maar niet verslagen”. Het lastige van PTSS, zegt hij, is dat je onvoorspelbaar bent. “Je weet niet wanneer het goed gaat, maar ook niet wanneer het fout gaat.” Hij kan zich verplaatsen in werkgevers die daarom huiverig zijn.
Papa Freddy
Via zijn wijnimport uit Bosnië kwam Freddy in contact met een stichting die elk jaar een bus vol kinderen uit arme Bosnische gezinnen naar Nederland haalt. Jarenlang logeerden er elk jaar twee kinderen drie weken bij hem thuis. Ze kwamen binnen met één onderbroek, één shirt, één paar sokken en geen tandenborstel, en gingen terug met een tas vol kleren. “De eerste week is wennen, de tweede week zijn ze gewend, en de derde week zijn ze met hun hoofd weer bij papa en mama. Maar als je ze in de bus zet, huilt het aan beide kanten.”
Toen hij twee weken geleden in Bosnië aankwam, kreeg hij meteen een appje: “Hé papa Freddy!” Een van de meisjes gaat trouwen en woont in Mostar. Een ander studeerde vorig jaar af en runt met haar zus een dagopvang voor 32 kinderen, zes dagen per week. Dat vindt Freddy het belangrijkste: “De helft van de bevolking is al vertrokken. Maar de jeugd daar is de toekomst. Anders verandert er nooit iets.”
Het mooiste bedrijf dat er is
Gevraagd of hij vandaag weer op uitzending zou gaan, zei Freddy ooit: “Dan was ik gisteren al vertrokken.” Hij liet in Bosnië een stuk van zijn leven achter, en in Nederland vriendschappen die het niet overleefden. Toch noemt hij Defensie nog altijd “het mooiste bedrijf om voor te werken.”
“En zijn eigen vrouw, die hem pas na zijn uitzendingen leerde kennen, wil hij nadrukkelijk bedanken. “Zij heeft altijd achter me gestaan. Als je het thuis niet samen hebt, pakt het niet goed uit.”
De plannen voor de vereniging liggen klaar: over twee jaar een tocht door Nederland om aandacht te vragen voor PTSS, en ooit nog een rondje vanuit Split door Kroatië naar Bosnië. Wel hoopt Freddy dat de jongere generatie veteranen aanhaakt.
Freddy wil nog een nummer onder de aandacht brengen dat hij leerde kennen in Sarajevo, via cassettebandjes van het Duitse legerstation Radio Andernach: Entre dos tierras van Héroes del Silencio. Tussen twee werelden. Toepasselijker kan het niet.