verhalen

Mee Op Missie met Franck de Groot: "We just wrote history mate"

Veteraan en reservist Franck de Groot vloog de Apache-gevechtshelikopter en maakte tijdens zijn derde uitzending naar Afghanistan deel uit van de allereerste Nederlandse Apache-bemanning die ooit in het echt heeft geschoten. Franck blikt terug op drie uitzendingen naar Afghanistan, op de nacht boven Chora, en op zijn huidige leven als gezagvoerder op de Boeing 777 en reservist bij de luchtmacht.

De hoed van de cavalerie

Franck schuift aan in zijn volledige vliegeniersoverall, inclusief stetson. Dat laatste is geen kostuumgrap: de hoed is een eeuwenoude gewoonte van de Amerikaanse cavalerie. Omdat de Apache bij de Amerikanen onder de cavalerie valt, namen de eerste Nederlandse Apache-vliegers die voor hun opleiding naar de Verenigde Staten gingen de hoed over. Wat begon als een buitenbeentjes-traditie, is sinds vorig jaar een officieel onderdeel van het Apache-uniform. Als het defilé op het Malieveld dit jaar was doorgegaan, met een Apache-detachement erbij, was dit de eerste keer geweest dat de hoed daar te zien zou zijn.

Op Veteranendag zelf komt Franck niet vaak: hij is inmiddels gezagvoerder op de Boeing 777 bij een grote cargomaatschappij in Duitsland, vliegt de hele wereld over en probeert vrij te plannen rond de dag, maar moet dat afwegen tegen de tijd met zijn twee jonge kinderen. Dit jaar kwam het toevallig goed uit. “Ik dacht: dit wordt één grote reünie op het Malieveld.” Die reünie ging door de hitte niet door, maar zijn ‘klasgenoten’ van toen, een groepje van zeventien dat samen begon op de Koninklijke Militaire Academie (KMA), spreekt hij nog geregeld. “De kameraadschap die je in Top Gun ziet, die is er echt.”

Van de Bijlmer naar de cockpit

Franck groeide op in het centrum van Amsterdam: geboren in de Jordaan, opgegroeid in de Bijlmer en de Pijp. Zijn vader was ooit vrijwillig sergeant op een Centurion-tank. Zijn opa zat bij de politie in Amsterdam. En Francks pad lag al vroeg vast: op zijn vijfde mocht hij tijdens een tripje naar Londen met zijn moeder een kijkje nemen in de cockpit van een Singapore Airlines-toestel, waar drie stevig rokende piloten hem tussen de lichtjes en meters door lieten kijken. “Toen dacht ik: dit wordt hem.” 

Op zijn zeventiende viel de oproep voor de dienstplicht op de mat. Franck’s plan: eerst het leger in, terugkomen met een stoer verhaal voor de klas, dan alsnog zijn havo-diploma halen en naar de KLM Luchtvaartschool. Op de keuring vertelde hij dat hij piloot wilde worden en werd ingedeeld bij de luchtmacht. 

Een kratje bier en een F-16

Bij de luchtmachtbewaking op vliegbasis Soesterberg had Franck een geweldige tijd. Hij werd snel korporaal en kreeg de kans om onderofficier te worden, een vaste baan met goed pensioen, maar de vliegdroom bleef kriebelen. Hij werd kind aan huis bij het squadron met Alouette-helikopters op de basis: telkens als hij een krat bier op de balie zette, mocht hij een uurtje meevliegen.

Op een dag landde een Nederlandse F-16 op de cross-servicing, waar toestellen van buiten de basis worden geholpen. Franck reed er met zijn patrouilleauto op af, mocht in de cockpit klimmen en een paar foto’s maken. Tegen de piloot zei hij dat hij dit ook wilde. “Waarom doe je het dan niet?” vroeg die. Diezelfde dag nog reed hij naar het welzijnsbureau op Kamp van Zeist en meldde zich voor zijn havo aan. Een week later kreeg hij zijn boeken. Op zijn 27e solliciteerde hij bij de KMA en werd aangenomen.

Van drie keuzes naar de Apache

De KMA was geen makkelijke start: zijn instructeurs waren zijn oud-collega’s van de bewaking, dus een streepje voor kreeg hij niet. Zijn klas was de eerste die niet vooraf een toestel toegewezen kreeg: pas aan het eind van de vlieg- en grondschoolopleiding werd, op basis van scores en drie persoonlijke voorkeuren, bepaald wie welk toestel ging vliegen. Franck koos F-16, Apache, Chinook, in die volgorde. Maar tijdens zijn start- en landingsfase, onder majoor Van der Vlies, wilde het “kwartje” van de F-16-vliegstijl maar niet vallen. Toen zijn klas te horen kreeg dat er drie F-16-plekken, zes Apache-plekken en de rest transporthelikopters te verdelen waren, wilde Franck, als oudste van de klas, geen “buschauffeur” worden. Hij stapte naar zijn vluchtcommandant en veranderde zijn eerste keuze in Apache, een toestel waar op dat moment nog niemand voor stond: het was gloednieuw en niemand wist nog goed wat het kon.

De dag erna werd hij bij majoor Van der Vlies geroepen, Franck vreesde het ergste, want hij had een reputatie als kattenkwaadstoker (vandaar zijn callsign Spank: als er iets was uitgehaald, werd de schuld toch altijd bij hem gelegd). Maar het ging om zijn koerswijziging. Van der Vlies streepte zijn naam van de F-16-lijst. 

Chora, het moment om nooit te vergeten

In 2004 ging Franck met het allereerste Nederlandse Apache-detachement naar Afghanistan. Na een aanlooptijd van vier maanden zou hij op deze uitzending worden opgeleid tot section lead, leider van een koppel van twee Apaches.

Zijn volgende uitzending ging opnieuw naar Afghanistan, naar Kandahar. Met het gevoel dat het menens zou worden. Als eerste detachement in de regio beveiligden de Apaches en F-16’s de bevoorradingscolonnes richting het nog in aanbouw zijnde Kamp Holland bij Tarin Kowt. 

Twee weken voor het einde van de uitzending vroeg het Korps Commandotroepen (KCT) om twee Apaches boven het dorpje Chora: er leek iets aan de hand. Franck ging als nummer twee mee. Vanaf een paar kilometer afstand zagen ze geen vrouwen of kinderen op straat, en bij het politiebureau stond een auto in brand. Het KCT besloot die nacht zelf het dorp in te gaan en riep de Apaches pas voor zonsopgang weer op.

Bij aankomst zagen ze pick-uptrucks het dorp uitrijden, die bleken van bevriende Afghaanse politie en leger te zijn, op de vlucht. Volgens de regels van inzet betekende dat: wie nu nog gewapend in Chora was, was vijandig. Vanaf grote hoogte en een paar kilometer afstand zag Franck een groep van vijftien tot twintig zwaarbewapende mannen door de bosschages sluipen, richting de KCT-positie. Toen het moment kritiek werd, vroeg Franck twee keer om zelf de lead over te mogen nemen en na overleg met de grondgeleider kreeg hij toestemming om aan te grijpen.

“Dan gaat er van alles door je heen,” zegt Franck over dat moment. “Je adrenaline spuit, en je denkt: nu ga ik iets doen waarvoor ik ben opgeleid en getraind, maar wat je eigenlijk hoopte om nooit te hoeven doen.” Na de eerste paar seconden zakte de adrenaline weg en werd het bijna een simulatie: checks, wapenkeuze en met zijn Amerikaanse achterste-piloot Mike koos hij voor raketten met een groot bereik, geschikt voor het gebied vol bosschages. Franck lijnde zijn helikopter op het doel, gaf het commando “match and shoot,” en zag op zijn beeldscherm hoe de aanvalskop van de raket over het hoofd van de aanvoerder van de groep vloog. Die dacht even dat hij gemist was voordat, twee seconden later, de wolk scherven neerdaalde. “En dan zie je ze omvallen.” Franck en Mike maakten nog een run om zeker te weten dat het gebied schoon was.

Nauwelijks geland voor het bijtanken, met nog draaiende rotors, kwamen de commandanten al aangerend: het KCT-team, samen met Australische special forces, kwam onder zwaar vuur te liggen tijdens de terugtrekking. Franck steeg meteen weer op. Boven Chora bleek een Australische commando gewond: mortiergranaatscherven in zijn nek, ernstige bloeding. Een Amerikaanse reddingshelikopter met een para-medic hing al klaar buiten het gebied, maar durfde niet naar binnen, het was nog altijd een ‘hot’ gebied. Franck kon de mortierstelling zelf niet snel lokaliseren, maar zijn achterste-piloot, ooit onderofficier bij een Amerikaanse mortiereenheid, vond de schutters bliksemsnel terug, verscholen in de schaduw van een gebouw. Zonder laserafstand liep hij zijn raketten letterlijk naar het doel: de eerste twee salvo’s te kort, de derde raak. Pas toen sloeg de vijand op de vlucht sloeg kon de gewonde Australiër worden geëvacueerd.

Pas op de terugvlucht, drie kwartier stilte boven het landschap, kwam het besef. “We hebben net geschiedenis geschreven,” zei Franck tegen zijn achterste-piloot. Zij vormden de allereerste Nederlandse Apache-bemanning die ooit in het echt had geschoten. Op Kandahar stond het hele squadron te wachten en te juichen bij terugkomst, niet uit bloeddorst, benadrukt Franck, maar omdat collega’s veilig waren teruggebracht. Van de gewonde Australiër hoorde hij later dat hij het had gehaald, binnen drie dagen op weg naar huis. Zijn naam heeft Franck nooit weten te achterhalen: “Ik zou die kerel nog wel een keer willen zien.”

Franck en Mike na de actie in Chora

Waarom hij stopte, en waarom hij terugkwam

Op vragen over verheerlijking van geweld, de reacties die hij op sociale media verwacht als fragmenten van deze aflevering online komen heeft Franck een duidelijk antwoord. “In een gevecht is het zij of wij, en het doel is uitschakelen, niet per se doden: zodra iemand niet meer kan schieten, is de dreiging weg. Het gejuich bij terugkomst gaat niet over het vellen van een tegenstander, maar over het veilig thuisbrengen van collega’s.”

Wat de Apache aan adrenaline gaf, kreeg Franck uiteindelijk niet meer terug en dat was ook precies de reden dat hij ermee stopte. Zijn zoon was drie toen zijn vrouw, die had gezegd dat ze een leven met plotselinge uitzendingen aankon, tijdens een Skype-gesprek met hem abrupt moest ophangen omdat er een raketaanval was en Franck QRF-dienst had. Ze bleef uren in het ongewisse. Toen liet ze weten: als hij nog eens naar Afghanistan zou gaan, was het voor haar over. Franck vroeg de luchtmacht om drie jaar niet te worden uitgezonden; toen dat organisatorisch niet haalbaar bleek, koos hij er zelf voor de overstap naar de burgerluchtvaart te maken. Over het thuisfront zegt hij: “Ik denk dat dat een ondergeschoven kindje is. Ik heb zelf gelukkig nergens last van, maar ik kan me voorstellen dat het thuisfront net zo goed iets kan overhouden aan zo’n periode.”

Franck als reservist

Uiteindelijk kwam Franck terug bij de luchtmacht als reservist dankzij een toevallige ontmoeting op een KLM-vlucht met de dochter van een generaal en zelf KLM-piloot. Toen hij haar vertelde hoezeer hij het vliegen miste, wees ze hem op de groep oud-vliegers die als reservist actief blijft. Sindsdien helpt hij mee bij oefeningen, op de Air Traffic Control School op Schiphol en Nieuw-Milligen, en als figurant bij de overlevingsschool van Defensie in Gilze. De adrenaline van een echt gevecht komt nooit meer terug, zegt hij, maar als hij het verhaal vertelt, voelt hij soms nog kippenvel. Aan zijn Duitse collega’s bij de cargomaatschappij, die hem vragen wat hij vroeger vloog, vertelt hij het met een knipoog: de F-16 is voor watjes, hij vloog een écht vliegtuig. En dan volgt het verhaal van Chora, en worden de ogen van zijn collega’s groot. “Wat doe je dan hier?” Zijn antwoord: “Er moet ook brood op de plank komen.”

Franck voor de opnames van Mee Op Missie