Mee Op Missie met Brahim Abid: "Wat je meeneemt, lang nadat je bent afgezwaaid"
Brahim Abid was negentien toen hij werd uitgezonden naar Bosnië. Een Amsterdamse jongen, net klaar met de havo, opgegroeid in een periode waarin thuis niet alles vanzelfsprekend was. Zijn ouders waren gescheiden, zijn moeder werkte veel, hijzelf werkte ook. School ging wel, maar het leven eromheen was rommelig. De militaire dienstplicht voelde mede daarom niet als een onderbreking, maar als een kans. Toen de brieven kwamen met de afvinklijstjes, marine, korps mariniers, marechaussee, uitzending, kruiste hij alles aan. Niet uit roekeloosheid, maar omdat hij iets zinnigs wilde doen. “Als ik er toch ben,” dacht hij, “dan maar goed.” Marinier werd hij niet. Hij kreeg te horen dat hij te eigenwijs en te weinig volgzaam was. Hij was teleurgesteld, maar haakte niet af. Integendeel zelfs, na het behalen van zijn havo-diploma kon hij vrijwel direct opkomen en al snel werd hij geselecteerd voor een uitzending. Achteraf noemt hij dat een zegen.
Dienstplicht in een andere tijd
Het is begin jaren negentig, de Berlijnse Muur is net gevallen en de Koude Oorlog lijkt ten einde. Oorlog is iets van vroeger. En toch ontstaat er ineens een conflict in voormalig Joegoslavië. Nederlandse militairen worden ingezet en uitgezonden naar Bosnië Herzegovina. Brahim twijfelt geen moment, het avontuur lonkt. Hij is achttien als hij zich beschikbaar stelt en negentien als hij vertrekt. De opleiding, het zogenaamde opwerktraject, is intens. In sneltreinvaart wordt hij klaargestoomd: algemene militaire opleiding, vredesoperaties, functioneren in een groep. Brahim wordt opgeleid als verbindelaar. Het omgaan met radio, telex en satellietcommunicatie. Later volgen er ook nog trainingen die minder technisch zijn en meer over grenzen verleggen gaan, zoals parachutespringen, samen leren werken. Hij vindt het prachtig.
Bosnië
Als jonge dienstplichtige militair komt Brahim terecht in Kiseljak, bij het Bosnische hoofdkwartier van UNPROFOR. Een staflocatie centraal in het land, niet dichtbij de frontlinies, maar ook allesbehalve veilig. De oorlog is nooit ver weg en de chaos is voelbaar. Hij komt nooit in een gevechtssituatie terecht, maar de oorlog en het dreigende geweld zijn nooit ver weg. De eerste weken is er veel shelling in het gebied en de ritjes naar Sarajevo, waar de verbindelaars gaan helpen op het vooruitgeschoven hoofdkwartier, gaan langs het beruchte Servische checkpoint Sierra 1en Sniper Alley. Beelden, verhalen, verslaggeving. De waanzin van wat mensen elkaar aandoen, wordt vastgelegd op bandjes met door de BBC gemaakte compilaties die rondgaan. Muziek die zich mengt met nieuwsbeelden. Voor Brahim is Crazy van Seal onlosmakelijk verbonden met die tijd. “Je reproduceert mentaal wat je meemaakt,” zegt hij later. “Ook ter plekke al.”
Terug zonder landing
In mei 1994 keert hij terug naar Nederland en twee maanden later zwaait hij af. Er is geen serieuze opvang, geen doordachte landing. Op Schiphol is er een afscheidswoord en dan: ‘succes’. Achteraf weet hij dat dit niet goed was. Toen voelde hij het vooral als gemis. Het strakke verband viel in één klap weg. Weg was de structuur, de kameraadschap, zijn buddy en de vanzelfsprekendheid van met elkaar zijn. Hij slaapt slecht en is hyperalert, al kent hij dat woord dan nog niet. Hij is twintig en gaat blowen om te kunnen slapen. Dat gaat een tijdlang goed, tot hij merkt dat hij vastloopt. Dan besluit hij het anders te doen en vooruit te kijken.
Spullen die blijven
Brahim is niet iemand die zijn spullen koestert. Zijn VN-baret ligt jarenlang ergens in een kast en later in een verkleedkist waar zijn kinderen mee spelen. Zijn oude gevechtstenue ligt daar ook. Pas als hij naar een uitvaart moet van iemand met wie hij in Bosnië zat en de baret niet kan vinden, verandert dat. Sindsdien ligt deze op een vaste plek. Er is ook een andere herinnering: een verwassen sweater uit 1994, gekocht bij de PX omdat het koud was en hij nauwelijks burgerkleding had meegenomen. De trui is dertig jaar oud. Er zitten verfvlekken op, het is een klustrui geworden. Hij draagt ’m graag. Omdat hij al zo lang meegaat en het iets tastbaars is wat er nog is uit die tijd.
Trots, met terugwerkende kracht
Of hij trots is? “Ja”, zegt hij. Niet omdat hij alles bewust zo gepland had of omdat hij toen precies wist waar hij aan begon. Maar omdat hij terugkijkend ziet dat hij onderdeel is geweest van iets wat groter was dan hijzelf. “Met misschien jeugdige roekeloosheid,” zegt hij. “Maar wel met het doel om de wereld iets beter en veiliger te maken.” Vooral zijn moeder had het er moeilijk mee. Toen hij het formulier invulde met wie Defensie moest bellen als er iets gebeurde, brak ze midden in een snackbar in tranen uit. Het woord ‘oorlog’ was genoeg. Was hij volwassen genoeg? Achteraf denkt hij van niet. Maar hij denkt ook: dit zijn keuzes die je juist in die fase van je leven maakt. En misschien ook móét maken.
‘"Dit zijn keuzes die je juist in die fase van je leven maakt. En misschien ook móét maken." ’
Van dienst naar bestuur
Na zijn diensttijd gaat Brahim verder studeren. Via het HBO, studeert hij daarna politicologie en internationale betrekkingen. Bosnië heeft zijn interesse in politiek aangewakkerd. Later raakt hij actief in de lokale politiek. Uiteindelijk wordt hij stadsdeelvoorzitter van Amsterdam-Noord, een stadsdeel met meer dan honderdduizend inwoners. In zijn werk herkent hij veel van wat hij bij Defensie leerde. Eerlijkheid, dingen op tafel leggen, ook als het schuurt. En daarna weer samen door. Hij weet dat klein handelen grote gevolgen kan hebben. Zoals een soldaat bij een checkpoint in Bosnië ineens internationale media-aandacht kon veroorzaken. Dat bewustzijn neemt hij mee. Zeker in crisissituaties wil hij dicht op de uitvoering zitten. Niet iedereen weet van zijn defensieverleden. Hij loopt er niet mee te koop. Maar hij voelt dat het er is en dat het functioneel is.
Veteraan worden met de jaren
Lange tijd voelde hij zich geen veteraan. Dat verandert met de jaren. Als je ziet hoe het met sommige maten goed gaat en met anderen niet. Als mensen overlijden. Als je beseft dat wat jullie delen, dat ene moment in de tijd is. Hij gaat naar de Amsterdamse Veteranendag, eerst aangespoord door anderen en later uit zichzelf. Het is gezellig, maar het voelt ook belangrijk voor erkenning en zichtbaarheid. In Amsterdam-Noord is er De Veldpost, een veteranenontmoetingscentrum. Brahim is betrokken en denkt mee. Hij ziet ook hoe zo’n plek kan werken voor anderen in de publieke sector. Voor ander geüniformeerde beroepen, zoals de politie en hulpdiensten, die ook behoefte hebben aan lotsverbondenheid.
Dienen, ook later
Brahim pleit voor een maatschappelijke dienstplicht. Niet zoals vroeger, maar wel als moment waarop jongeren iets doen voor de samenleving. Omdat het verbindt en zeker ook omdat het een dwarsdoorsnede van de samenleving samenbrengt. “Dat gedeelde moment,” zegt hij, “dat we allemaal ooit iets deden voor het land en niet alleen voor onszelf.” Het is een overtuiging die rechtstreeks voortkomt uit zijn eigen ervaring.
Wat blijft
Brahim noemt zichzelf nu veteraan. Niet luid maar wel bewust en pas nu omdat sommige dingen pas betekenis krijgen met de tijd. Van de baret tot de trui en een manier van kijken en opereren. Het is iets wat je meeneemt, lang nadat je bent afgezwaaid.