‘Ik werd wakker en kon niet meer bewegen of praten.’

Naam
Lin Andringa
Missies
Bosnië, Afghanistan, Irak

Het kleine dorp waarin Lin opgroeide werd al snel te klein. Ze had grotere dromen en koos voor een carrière bij Defensie. Ze voelde zich meteen op haar plek. Echter tijdens haar missies in Bosnië, Irak en Afghanistan werd ze voor het eerst geconfronteerd met de lelijke kanten van oorlog. Die ervaringen hadden een grote impact. Jaren later kwam ze erachter dat ze Posttraumatische Stressstoornis (PTSS) heeft. Inmiddels is gaat het goed. Ze werkt weer en wil zoveel mogelijk uit het leven halen.

‘Ik was als kind al op zoek naar avontuur. Slootjespringen, kanoën met m’n vader en in bomen klimmen met mijn broer waren m’n favoriete bezigheden. Ook hield ik van ruige sporten, zoals judo. De zachte meisjeswereld was niks voor mij en het dorp waar ik opgroeide werd al snel te klein voor mij. Toen er op de middelbare school een voorlichter van Defensie langskwam werd ik direct gegrepen. Het avontuur, de mogelijkheden voor studeren en de wereld rondreizen; dit moest het worden!’

Tijdens de opleiding werd ik uitgeroepen tot best woman.

‘Omdat ik met mijn 16 jaar te jong voor de Algemene Militaire Opleiding, kon ik al wel beginnen met een oriëntatiejaar te volgen zodat ik daarna kon gaan instromen. Het was fantastisch. Een hele duidelijke wereld waar ik mij op mijn plek voelde en kon presteren in dat waarin ik goed was. Ik was fanatiek en ging er vol voor. Tijdens die opleiding werd ik uitgeroepen tot best woman. Een mooie beloning voor m’n harde werken en de basis voor de komende jaren was gelegd. Ik werd militair.’

‘In 2003 ging ik voor mijn eerste uitzending naar Bosnië. Daar werd de theorie ineens de praktijk en heb ik voor het eerst gezien dat de wereld niet alleen maar mooi is. Tijdens een patrouille heb ik het verhaal van deze oorlog meegekregen en gezien wat het met de mensen doet. Die verhalen en dat verdriet van de mensen draag je dan wel met je mee. Zo waren er twee ouders die ik had gesproken. In de oorlog waren hun kinderen door soldaten weggehaald. Ze waren nog steeds aan het wachten tot hun kinderen thuis zouden komen. Terwijl iedereen wist dat die kinderen nooit meer zouden terugkomen. Dat shockeerde mij als 18-jarige wel.’

‘Bij terugkomst in Nederland bleek het dan ook lastiger om weer aansluiting te vinden bij mijn omgeving. Mijn familie en vrienden waren doorgegaan met het ‘gewone’ leven. Ik had een andere wereld gezien en door deze ervaringen voelde ik me enerzijds volwassen geworden en gegroeid, maar soms ook alleen.’

Het blijft moeilijk om over te brengen hoe het is om dat alles mee te maken.

‘Na de missie in Bosnië ben ik uitgezonden naar Irak en Afghanistan. We waren dagen op pad. Tussendoor sliepen we een keer in een oude bibliotheek en ik voelde mij toen voor het eerst onveilig. Buiten werd er geschoten. Ondertussen dacht je vooruit aan hoe te handelen en te anticiperen op wat zou kunnen gebeuren. Avontuur, kameraadschap, reëel gevaar, angst. Het blijft, ook nu nog, moeilijk om over te brengen, hoe het is om dat alles mee te maken. Situaties tijdens deze missie hebben mij gevormd en beïnvloed, al wist ik toen nog niet in welke mate.’

‘Eenmaal terug in Nederland voelde ik mij emotioneel onbereikbaar voor mijn naasten. Voor mijzelf en mijn omgeving was dit ingewikkeld. Ik was boos. Boos op de wereld, boos op mijzelf en op anderen om mij heen. En van binnen was ik ontzettend verdrietig. Niemand begreep wat er aan de hand was en ik ook niet. In die tijd was de nazorg die geboden wordt aan uitgezonden militairen nog niet zo opgezet als deze nu is. Daarom besloot ik dat het tijd was voor een plan B. Ik besefte dat ik beter mijn studie kon afronden en defensie verlaten. Ik wilde niet meer op uitzending, ik wilde rust.’

‘In de burgermaatschappij begon ik een nieuw leven met andere mensen en een andere baan. Toch merkte ik na een half jaar dat het niet goed ging. Ik was prikkelbaar, ging sociale afspraken uit de weg en sliep slecht. Ik was constant alert en zag overal gevaar. Dat kostte veel energie. Ik voelde mezelf als een te hard opgepompte band waar lucht uit moest. Ik kreeg klachten van wat later bleek een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS). Maar ik deed wat ik had geleerd; doorgaan.’

Ik werd wakker en kon niet meer bewegen of praten.

‘Jaren later werd ik ingehaald door de realiteit. Ik werd wakker en kon niet meer bewegen of praten. Ik kon alleen nog maar huilen. Ik was al die tijd op pure wilskracht doorgegaan en dat ging niet meer. Kort daarna is de Veteranenzorg ingeschakeld en ben ik een zorgtraject ingegaan. Het was intensief en het was pijnlijk, maar ook hier bleek doorzetten, hetgeen wat mij hielp en dit keer enkel voor mijzelf. Ik ben behandeld met exposure-therapie: een herhaaldelijke en langdurige blootstelling aan de pijnlijke en stressvolle herinneringen zorgde ervoor dat ik er steeds minder last van kreeg en ik kreeg mijn eigen leven, mijn eigen gedachten en de rust terug die ik nodig had.’

‘Na drie jaar behandeling gaat het goed. Ik wil zoveel mogelijk uit het leven halen, maar probeer ook een rustige versie van mijzelf te zijn. Soms is een balans vinden nog lastig. Zo weet ik dat ik na een dag in een drukke stad even een dag moet uitrusten. Bepaalde triggers lijken er altijd te blijven. Dat besef vind ik soms verdrietig en soms zorgt dat voor frustratie en ook onbegrip van anderen. Inmiddels werk ik 28 uur per week als jobcoach. Ik vind het fijn om op deze manier mensen te begeleiden met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ik ben immers zelf ook uit een diep dal geklommen.’

‘Overigens zoek ik soms nog steeds avontuur en het kameraadschap van toen. Ik heb een fijne groep ‘veteranen’ vrienden. We begrijpen elkaar zonder een woord te zeggen. Ik heb leren leven met een scala aan ervaringen en ga nu uit van de mogelijkheden die ik heb. Dat gun ik iedereen. Met mijn verhaal hoop ik anderen te inspireren.’