verhalen

Het verhaal van Theo Haver: “Na zeventig jaar komt erkenning alsnog binnen”

Theo Haver is 92 jaar oud en kijkt met heldere ogen terug op zijn uitzending naar Korea in 1953. Het is meer dan zeventig jaar geleden, maar de herinneringen zijn nog dichtbij. Niet omdat ze hem dagelijks pijn doen, maar omdat ze zijn leven mede hebben gevormd. “Toen ik daar aankwam, wist ik nauwelijks wat me te wachten stond. Maar ik wilde iets meemaken. Niet per se oorlog, maar avontuur.”

Als jonge man had Theo plannen om onderwijzer te worden. “Ik heb de opleiding gevolgd, tot ik voor de klas moest staan. Toen wist ik: dit is niks voor mij.” De overstap naar de Koninklijke Luchtmacht volgde snel. De wervingscampagnes beloofden avontuur, zekerheid en een plek in de maatschappij. Toen Theo zich kon aanmelden voor een missie in Korea, deed hij dat. “Je ging naar de andere kant van de wereld. Wat ‘oorlog’ écht betekende, daar had ik nog geen beeld bij.”

The Haver (midden) tijdens zijn missie in Korea.

Theo stapte op een troepentransportschip van de Verenigde Naties. De reis duurde vijf weken en voerde langs wereldhavens. “Een belevenis op zich. En ik had geen idee wat me in Korea te wachten stond.”

Daar kwam hij terecht bij de staf van een compagnie, op de sectie Operations. Hij tekende patrouilleroutes op kaarten. “Je moest geen fouten maken. Anders stuurde je mensen de verkeerde kant op.” Totdat er te weinig mensen waren en Theo ineens zelf naar het front moest. “Mijn baas zei: jij gaat het doen. En dan ga je.”

Daar, aan de frontlinie, werd de oorlog tastbaar. “Je hoort verhalen, maar pas als je je eerste gesneuvelde ziet, weet je wat het is. Dat vergeet je nooit meer.”

Na vijftien maanden keerde hij terug naar Nederland. Het ontvangst? “We werden op de trein gezet, kregen ons oude uniform terug, een kaartje naar huis, en dat was het. Geen woord, geen handdruk. De volgende dag stond ik weer op de stoep bij de luchtmacht. Alsof het nooit gebeurd was.”

Jarenlang sprak hij er nauwelijks over. “Je ging trouwen, kreeg kinderen, werkte. Het leven ging door.” Pas veel later, na zijn pensioen, begon Korea weer terug te komen in zijn gedachten. Hij sloot zich aan bij de Vereniging van Oud-Koreastrijders, vond herkenning bij anderen. En toen, in 2022, werd hij door de Zuid-Koreaanse regering uitgenodigd om terug te komen.

“Ik was de enige Nederlander van mijn lichting die meeging. We werden binnengehaald als prinsen. Ceremonies, ontmoetingen met ministers, herdenkingen bij graven van gesneuvelde kameraden. Pas toen voelde ik echt wat we daar betekend hebben. En hoe dankbaar Zuid-Korea nog altijd is.”

Wat hem het meest raakte? “Dat verschil. Wij lieten een land achter in puin, mensen woonden in hutjes van munitiekisten. Nu is het een moderne natie. Dan weet je: daar heb je aan bijgedragen.”

Theo (rechts) tijdens zijn terugkeer-reis naar Korea.

Theo woont inmiddels op Bronbeek, het Koninklijk Militair Tehuis in Arnhem. Een plek die voor hem veel betekent. “Daar merkte ik pas echt dat het goed is om te praten over wat je hebt meegemaakt. Er zitten daar mensen die het begrijpen. Die hetzelfde voelen, zonder dat je alles hoeft uit te leggen. Dat geeft rust.”

Veteranendag 2025 is voor hem bijzonder. “De erkenning die we toen niet kregen, komt nu alsnog. En dat doet me goed. Niet alleen voor mij, maar voor iedereen die daar gediend heeft. We zijn te lang vergeten. Dit is een gebaar dat telt.”