verhalen

Het verhaal van Thamara Batenburg: "Ik ben blij dat die strijder in mij zit"

Het Defensie-bloed stroomt door Thamara Batenburgs aderen. Haar beide opa’s hadden een militaire carrière bij Defensie. Toch waren het niet de verhalen van haar opa’s, die het zaadje bij haar planten. Over het militaire verleden van haar opa’s werd thuis nooit gesproken. Op 8-jarige leeftijd wilde ze bij de Flying Doctors: ‘Ik wilde het verschil maken op plekken waar je moeilijk komt.’ Jaren later maakte ze deze droom werkelijkheid bij Defensie. 

‘Vooruit kijken en doorgaan, dat is wat je deed’
Thamara Batenburg

‘Toen ik mij aanmeldde voor de Koninklijke Landmacht zat ik ook nog in de modellenwereld. Ik deed modeshows in binnen- en buitenland. Op het moment dat ik aan mijn modeshow team aangaf dat ik niet meer mee ging omdat ik beroepsmilitair wilde worden, lagen ze allemaal in een deuk. Ze dachten dat het een bevlieging was, maar ik werd toegelaten en kwam er pas 5,5 jaar later weer uit.’

Na de Algemene Militaire Opleiding werd Thamara op dezelfde kazerne als haar Nederlandse opa geplaatst, beiden werden opgeleid als ‘verbindelaar’ (een militair die verantwoordelijk is voor de radio- en netwerkverbindingen): ‘ik wist dit niet toen ik daar zat, want mijn opa sprak nooit over de oorlog. Hij is op de eerste VN-missie naar Zuid-Korea geweest en is daar anders van teruggekomen. Ik heb daardoor ook niet veel contact met hem gehad, maar ben wel in zijn voetsporen getreden. Mijn andere opa was een Molukse KNIL-officier in Indonesië. Maar ook hij sprak er bijna niet over. Vooruit kijken en doorgaan, dat is wat je deed. Dat merk ik zelf ook als veteraan, wat je hebt meegemaakt, vertel je niet zo makkelijk.

“Mijn Molukse opa overleed toen ik 12 jaar oud was. Mijn moeder wist eigenlijk bijna niks over zijn tijd bij de KNIL te vertellen. Hij had het er nooit over. Het enige wat zij mij kon vertellen, was dat hij schotwonden had in zijn scheenbenen. Wanneer hij thuis behandeld werd door de zuster, dan gluurde ze stiekem naar binnen en zag ze de wonden. Pas veel later ben ik zelf in zijn geschiedenis gedoken.”

“Sinds 2018 heb ik het stamboek van mijn Molukse opa. Daar staan op chronologische volgorde alle stappen die hij in zijn militaire carrière heeft doorlopen. Het boek begint met zijn aanmelding bij de KNIL als 21-jarige op Ambon tot het eervol ontslag in 1949. Toen kwam ik er pas achter wat mijn opa van zijn 21ste tot zijn 41e allemaal heeft meegemaakt: de Japanse bezetting, de onafhankelijkheidsoorlog. Vorig jaar ben ik voor het eerst naar de Molukken geweest en heb ik ook Allang bezocht, het dorp waar hij is geboren.”

De opa's van Thamara, met links: opa Batenburg, rechts: opa Sohilait

Waar Thamara haar Molukse opa nog heeft gekend, heeft ze haar Nederlandse opa nooit ontmoet. “Na 26 jaar bij Defensie te hebben gediend, had hij vermoedelijke een vorm van PTSS opgelopen. Hij is op een gegeven moment spoorloos geraakt. In 1945 meldde hij zich op zijn 22e vrijwillig aan bij de Royal Air Service in Engeland. Het jaar daarop werd hij als KNIL-militair uitgezonden naar Nederlands-Indië, niet geheel wetende wat hem daar te wachten stond. Daar heeft hij drie jaar gezeten, van 1946 tot 1949. Drie maanden geleden heb ik eindelijk ook zijn stamboek kunnen achterhalen via het ministerie van Defensie.”   

“In 1952 vertrok hij meteen weer naar Korea voor de VN-missie. Thuis had hij samen met mijn oma een gezin met zeven kinderen. Bij terugkomst zijn mijn opa en oma gescheiden. Hij is alleen gestorven en begraven in een gezamenlijk graf in Rotterdam, waarvan wij niet eens precies weten waar dat graf is. Waarschijnlijk heeft hij met zijn ziel onder zijn arm geleefd, zonder daarbij de nodige nazorg vanuit Defensie te krijgen.”

‘Om jezelf beter te leren kennen, is het waardevol om te weten waar je vandaan komt’
Thamara Batenburg

Als derde generatie voelt Thamara de drang om de waarheid over de levens van haar opa’s uit te zoeken. “Om jezelf beter te leren kennen, is het waardevol om te weten waar je vandaan komt. Om te begrijpen waar je nu staat, maar ook om te bepalen waar je heen gaat. Zodat je bewust kan leven en dingen in perspectief kan plaatsen. En ook om de tweede generatie te kunnen helpen. In het stamboek van mijn Molukse opa staan gebeurtenissen waar hij ons nooit over heeft verteld. Wie ben ik dan om dat te vertellen terwijl hij er niet meer is? Dat vond ik ingewikkeld. Uiteindelijk heb ik de verhalen verteld aan de mensen die ernaar vroegen. Ook mijn vader heeft door het stamboek van zijn vader een beter beeld van mijn Nederlandse opa gekregen. Hij zag zijn vader als iemand die zijn verantwoordelijkheid niet pakte, van een drankje hield en vaak van huis was. Maar als je kijkt naar het stamboek, dan snap je zijn handel en wandel beter.”

Thamara tijdens een van haar missie, voor een helikopter.

Thamara’s eigen militaire carrière begon na de opleiding bij het 1st Netherlands Signal Squadron in Krefeld, Duitsland. Kort daarna, in ‘97 ging ze op haar eerste missie naar Sarajevo: ‘Toen we daar aankwamen kon je een speld horen vallen. De geur, kleur en het gevoel van echte oorlog, daar kun je je theoretisch niet op voorbereiden. Alles was kapot geschoten of gebombardeerd. Het verdriet en de depressie voel je gewoon in de lucht hangen. Wat mij het meest is bijgebleven zijn de kinderen. Die renden dikwijls naar de compound omdat ze bang waren en wij mochten ze dan niet naar binnen halen. Er werd ons vanuit de conventie van Genève op het hart gedrukt een neutrale positie te behouden die je hebt als vredesmacht. Dat vond ik soms ingewikkeld.’

‘Met humor hebben we zoveel overleefd’
Thamara Batenburg

Binnen een jaar na terugkomst ging Thamara weer op missie, dit keer naar Macedonië en Kosovo. In Macedonië werd er met spanning gewacht op de ondertekening van de vredesonderhandelingen: ‘We waren daar helemaal niet welkom. Een Britse collega van ons liep patrouille toen een Molotovcocktail een jeep opblies. Wij zaten ondertussen in een bar op de compound terwijl mijn Britse collega een paar meter door de lucht vloog door de ontploffing. Hij was pikzwart van het roet en zijn haren waren helemaal verschroeid. Zo kwam hij dat barretje binnen en zei: ‘‘What the hell mate!’. Wij schrokken natuurlijk, maar moesten ook heel hard lachen om dit aangezicht, het leek net een tekenfilm. Zelf kon hij er ook om lachen, al denk ik dat dit meer door de spanning kwam. Met kameraadschap en humor hebben we zoveel overleefd met elkaar.’

Thamara Batenburg tijdens een van haar missies.

Terug in Nederland heb ik in de twee jaar na mijn uitzending niet op onverharde wegen gelopen, omdat ik dacht aan het gevaar voor mijnen. Niet in het bos, de berm, op het strand,  of op voetbalvelden. Een jaar lang had ik nachtmerries. Dan ging ik slaapwandelen en hing ik ineens half uit het raam. Het bleek onbewust een verwerking te zijn van bepaalde oorlogs-en crisiservaringen. Mijn moeder mocht mij niet wakker schudden. Ik kon dan immers denken dat zij de vijand was. Mijn moeder heeft mij toen met zachte sinaasappels steeds wakker gegooid, dan zat ik onder het zweet. De nachtmerries duurde een jaar lang en toen ebde het weg.’

‘Na de missies was ik, volgens mijn familie, veranderd. Mijn vader zei daarom tegen mij: ‘Zou je niet een keer wat anders gaan doen? Want hoe harder je wordt, hoe sneller je breekt’. Misschien begrijp je het nu niet, maar neem bijvoorbeeld een glas, die is hard, maar als je het glas laat vallen ligt het in duizend stukjes op de grond’. Een mens kan een hoop incasseren, een hoop zien en beleven, maar op een gegeven moment is het genoeg. Ik ben in 2001 uit militaire dienst gegaan en weer in de burgermaatschappij getreden. Dat was een groot contrast waar ik nooit helemaal aan heb kunnen wennen. De kameraadschap en de één voor allen, allen voor één mentaliteit die ik ken van Defensie, heb ik nog vaak gemist.

‘Hoe harder je wordt, hoe sneller je breekt’
Thamara Batenburg

‘Toen ik op een informatieavond van een banenmarkt werd gevraagd naar mijn recente training- en werkervaring zei ik: ‘Ik ben scherpschutter tweede klas met een semi-automatisch vuurwapen, ik kan mijnen monteren en demonteren’. Dat vond ik wel grappig om te melden. Die mensen zaten mij aan te gapen, daar konden ze in de burgermaatschappij helemaal niets mee. Toen heb ik zelf, buiten de geijkte paden, actie ondernomen en ben ik naar een bedrijf toegestapt waar ik graag wilde werken. Te goeder trouw meldde ik mij bij de receptie dat ik een afspraak had met HR. Ik werd aangenomen en heb er vele jaren met veel plezier gewerkt. Dat vind ik leuk, dat ik mede door Defensie creatief over situaties kan nadenken en recht op mijn doel kan afgaan.

Nu jaren later ben ik zakelijk financieel adviseur, hebben we twee goedlopende restaurants in Middelburg en ben ik o.a. ambassadeur bij het Veteraneninstituut, gastdocent burgerschap en voorlichter Humanitair Oorlogsrecht bij het Rode Kruis. Sinds twee jaar maak ik mij in Middelburg ook hard voor de erkenning en waardering van de KNIL-veteranen. Hun graven hebben het afgelopen jaar een beschermde status gekregen. Dat hebben we samen met de Molukse gemeenschap voor elkaar gekregen. Ik ben blij dat ik nu zo op mijn plek zit en dat ik nog steeds mijn morele kompas volg dat ik als klein meisje al had. Als ik naar mijn roots kijk, stam ik (volledig) af van strijders tegen onrecht. Ik ben dankbaar dat ik veteraan ben, maar ik ben pas echt trots op mijn strijdersbloed.’

Wil je ook het militaire stamboek van je (voor)ouders opvragen? Dat kan op de website van het nationaal archief.