Het verhaal van Kirsti van Pelt: "De lucht in, de wereld in"
Voor Kirsti van Pelt begon het met een gevoel van verwondering. Opgegroeid in het land van Maas en Waal, zag ze als meisje wekelijks helikopters laag overvliegen boven haar huis. “Ik vond dat machtig mooi,” zegt ze. En dat gevoel liet haar niet los. Ze besloot te solliciteren bij Defensie, specifiek om helikopterpiloot te worden. Voor Kirsti geen militaire familie, geen traditie, maar gewoon een droom die ook nog eens haalbaar bleek te zijn.
Voor Kirsti van Pelt begon het met een gevoel van verwondering. Opgegroeid in het land van Maas en Waal, zag ze als meisje wekelijks helikopters laag overvliegen boven haar huis. “Ik vond dat machtig mooi,” zegt ze. En dat gevoel liet haar niet los. Ze besloot te solliciteren bij Defensie, specifiek om helikopterpiloot te worden. Voor Kirsti geen militaire familie, geen traditie, maar gewoon een droom die ook nog eens haalbaar bleek te zijn.
In 1996 ging ze op uitzending naar Bosnië. Vanaf een Britse basis in Gornji Vakuf vloog ze met een kleine groep collega’s in utility-helikopters door het verscheurde land. Ze vervoerden mensen, goederen, post en vooral veel informatie (intel). Ze werkte veel samen met Britse inlichtingenofficieren, speurend naar tekenen van leven in verlaten dorpjes. Waar rook was, waren mensen. En waar mensen waren, was kennis over mijnen en boobytraps. Die kennis kon levens redden.
Ze herinnert zich een moment waarop ze twee Britse officieren naar een locatie moest brengen. Bij het zien van haar en haar vrouwelijke co-piloot bleven de mannen verbijsterd stil. “Twee vrouwen in één cockpit, dat hadden ze niet eerder meegemaakt.” Het typeert de positie waarin ze zich vaak bevond: op haar plek, maar toch opvallend.
Na Bosnië bleef ze nog een aantal jaren vliegen bij Defensie, maar de komst van haar kinderen veranderde alles. “Toen mijn zoon begon te praten, wist ik: ik wil niet maandenlang weg zijn.” Ze koos ervoor om haar loopbaan buiten Defensie voort te zetten, met een praktijk in de psychologie én freelance werk als piloot. Later maakte ze de overstap naar de Nationale Politie, waar ze opnieuw de lucht in ging.
Van 2009 tot enkele jaren geleden vloog ze op de politiehelikopter. “Maar uiteindelijk gaat het niet om het toestel, het gaat om de mensen met wie je werkt.” Ze miste het vliegen niet. “Ik heb dertig jaar gevlogen. En ik werk nu met net zulke leuke mensen, ook zonder helikopter.”
Tegenwoordig werkt Kirsti projectmatig binnen de politieorganisatie. Zo was ze tijdens de NAVO-top in Nederland ambtelijk secretaris van het crisisteam. Achter de schermen, maar wel cruciaal werk. “Ik ben enorm trots op wat ons team daar heeft neergezet.”
Wat ze mist aan Defensie? “De broederschap. Bij Defensie voelde het als een familie, een diepe verbondenheid. Bij de politie ben je collega’s. Bij Defensie ben je kameraden.” Daarom ook blijft de band met haar militaire zusters zo sterk. Ze is actief binnen het netwerk van vrouwelijke veteranen. “We willen laten zien dat er veel vrouwen zijn die uitgezonden zijn geweest. Vaak zijn we onzichtbaar, maar we zijn er wel degelijk.”
Die zichtbaarheid is belangrijk, zeker voor toekomstige generaties. “Als mijn kinderen bij Defensie willen, is dat prima. Mijn zegen hebben ze.” En rond Veteranendag kriebelt het weer. De appgroepen gaan aan, herinneringen worden opgehaald. “Dat is het moment om elkaar weer te vinden.”
‘Het is een ode aan de verbondenheid, aan thuis.’
En natuurlijk is ook muziek die haar terugbrengt naar haar tijd bij Defensie. Voor Kirsti is dat De Vlieger van André Hazes. Tijdens de uitzending bouwde haar detachement met lokaal hout een bar op de compound. Bij het draaien van Hazes zongen zelfs de Britten luidkeels mee. “Zo vaak draaiden we dat nummer. Het is een ode aan de verbondenheid, aan thuis, aan wie ze toen waren.”
Kirsti van Pelt kijkt met trots terug op haar uitzending, haar keuzes en haar werk toen en nu. Op haar helikopter, ja. Maar vooral op de mensen naast haar in de cockpit.