Het verhaal van Henk Tukker: “Rangen en standen vervagen onder de kist”
Voor Henk Tukker (1969) was zijn keuze voor de krijgsmacht nooit een bewuste droom, maar een ontdekking onderweg. Als dienstplichtige vond hij het aanvankelijk niks, maar gaandeweg zag hij wat Defensie hem te bieden had: structuur, kameraadschap en een duidelijk doel. En precies dat was wat hem bleef trekken. Aan het einde van zijn dienstplicht besloot hij zich als beroeps te verbinden aan de net opgerichte Luchtmobiele Brigade, een nieuwe eenheid vol ambitie en idealen.
Al snel volgde de realiteit van het beroepssoldaat zijn. Dutchbat I stond in 1994 klaar om de Canadezen af te lossen in Srebrenica, in voormalig Joegoslavië. De enclave was kwetsbaar, de situatie onvoorspelbaar. Henk was erbij. De voorbereidingen waren intens, de risico’s groot, maar hij voelde zich onderdeel van een goed getraind geheel. “We wisten wat ons te doen stond,” zegt hij daarover. En toch kon niets hem voorbereiden op de aanblik van een verscheurd land, verscheurde levens. De dreiging was constant, de impact onuitwisbaar.
Dutchbat I keerde in augustus 1994 terug, maar voor Henk Tukker bleef Srebrenica in zijn systeem zitten. Het is dertig jaar later nog altijd niet weg. Hij gaat er ieder jaar naar terug, eerst met het vliegtuig, de laatste keer met zijn camper, via de oude konvooiroute. Alleen, zonder anderen. “Die plek is belangrijk voor mij,” zegt hij. “Het was een sleutelmoment in mijn leven. Daar moet ik zorgvuldig mee omgaan.” Het terugkeren voelt niet als het openhalen van wonden, maar als een ritueel. Een manier om dat stuk van zijn leven te blijven erkennen, tot het op een dag misschien niet meer hoeft.
Die jaarlijkse reizen naar Bosnië hebben ook iets helends. Onderweg, langs bekende dorpen en ruïnes, komen herinneringen terug die dertig jaar lang ergens diep lagen opgeslagen. Hij spreekt Bosniërs die hem steevast geruststellen: “Jullie konden er niks aan doen.” Het relativeert, maar het maakt ook duidelijk hoe groot de littekens zijn, daar en hier. Henk vindt er rust in, al is het nooit helemaal af.
Na Defensie vond Henk een nieuwe roeping als ambulancebroeder. Maar de rode baret liet hem niet los. Toen hij via Facebook las over de Draagploeg voor Veteranen van de Luchtmobiele Brigade, voelde hij meteen: dit is van mij. De Draagploeg begeleidt overleden luchtmobiele veteranen naar hun laatste rustplaats, met militaire eer en respect. Henk sloot zich aan, eerst als drager, later als plaatsvervangend commandant. “Elke keer dat we samenkomen, voelt het als thuiskomen,” zegt hij.
In stilte, zonder grote woorden, biedt hij nu het laatste eerbetoon. Een dienst die precisie vraagt, empathie, en discipline. “Je moet letterlijk in spiegelbeeld kunnen denken,” legt hij uit, want de commandant van een draagploeg dirigeert ritme en richting, soms met tegenstrijdige commando’s. Thuis in de woonkamer oefent hij regelmatig de commando’s. Alles moet kloppen, want de kist mag nooit je focus verliezen.
Voor Tukker is het werk bij de Draagploeg meer dan ceremonieel. Het is betekenis geven. Het is troost bieden. En het is verbinding vinden, juist op het meest kwetsbare moment. “Onder de kist vervagen rangen en standen,” zegt hij. “Een soldaat kan de leiding hebben over een officier. Dat maakt ons allemaal gelijk.”
Zijn betrokkenheid bleef niet onopgemerkt. In 2025 ontving hij, samen met zijn ploeg, de Witte Anjer Prijs. Een enorme erkenning, juist voor een team dat het liefst in de schaduw werkt. “We doen dit bewust stilletjes, zonder schouderklopjes,” zegt Henk. “Maar de waardering is groot. En dat voelt bijzonder.”
Veteranendag 2025 was voor Henk een mijlpaal. Hij sprak met de koning, ontmoette kameraden, en voelde zich opnieuw veteraan tussen duizenden anderen. “Het draait vandaag een beetje om ons,” zei hij met een glimlach. Toch houdt hij zijn eigen bescheidenheid: hij reist liever anoniem in spijkerbroek, zonder zijn uniform, maar de verbondenheid voelt hij des te sterker.
En dat is wat hem drijft. Die verbondenheid. Met Defensie, met zijn maten, met het verhaal dat hij ieder jaar opnieuw ophaalt in Srebrenica. “Als ik toen wist wat ik nu weet,” zegt hij, “dan was ik misschien bij Defensie gebleven.” Maar tegelijk is hij dankbaar voor hoe het gegaan is, want hij kan nog steeds iets betekenen. In zijn werk als ambulancebroeder, en in zijn rol als commandant bij de Draagploeg.
Op de vraag welk nummer hem altijd terugvoert naar zijn uitzending, hoeft hij niet lang na te denken. Brothers in Arms van Dire Straits. Het werd ooit op een reünie gespeeld, terwijl er twee glazen werden geheven op gevallen kameraden. “Dat moment vergeet ik nooit meer,” zegt hij. “Dat nummer hoort bij ons. Het vertelt precies waar we stonden, toen en nu.”
Henk Tukker blijft gaan. Voor zijn oude maten, voor de families die een laatste groet verdienen, en voor zichzelf om nooit te vergeten wat hem gevormd heeft. “Zolang het nodig is,” zegt hij, “blijf ik dragen.”
Het verhaal over de Draagploeg voor Veteranen van de Luchtmobiele Brigade, dat is opgetekend in teken van de Witte Anjer Prijs 2025 is hier te lezen.