verhalen

Genomineerden Witte Anjer Prijs 2026 - Zuid-Holland

In de provincie Zuid-Holland zijn André Drost, Josje Jens en Guusje van Wezel genomineerd voor de Witte Anjer Prijs 2026. Zij zijn voorgedragen door commissaris van de Koning Wouter Kolff vanwege hun inzet voor het thuisfront. Ter gelegenheid van hun nominatie zijn André Drost, Josje Jens en Guusje van Wezel geïnterviewd. Op deze pagina lees je hun verhaal.

Josje Jens
André Drost

Josje Jens groeide op als dochter van een marinier die nooit over Nieuw Guinea sprak. Later werd ze partner van André Drost, veteraan van de VN-missie in Libanon. Die geslotenheid over wat hij had meegemaakt, herkende ze maar al te goed. “Libanon was voor André een dichte schoenendoos achter in de kast. Ik wist dat daar dingen in zaten, maar ik mocht er niet naar kijken, laat staan aankomen.”

André diende in 1980 als dienstplichtig militair bij de Landmacht. Hij maakte diverse incidenten mee, raakte twee keer gewond, maar ervoer ook de warmte van de Libanese bevolking die hem uitnodigde voor thee. Thuisgekomen was er niets. Geen opvang, geen brief van Defensie. Zijn vader behoorde tot de oude stempel: zwijgen en doorgaan. En de huisarts? “Die zei: neem warme melk met anijs voor het slapen.”

André voelde zich jarenlang geen veteraan. Pas in 2015, bij de uitreiking van een Draaginsigne Nobelprijs VN-militairen, kwam hij weer in contact met andere veteranen. Het was niet altijd makkelijk. “Een man met PTSS en een opgroeiende puber. Dat is een lastige combinatie.” In die jaren voelde Josje zich niet altijd gezien. Tot een maatschappelijk werker de telefoon pakte, niet voor André, maar voor haar. “Ze vroeg: hoe gaat het met jóú? Ik ben gaan huilen. Het was de eerste keer in jaren dat iemand dat vroeg.”

Die ervaringen werden de drijfveer achter alles wat ze sindsdien doen. Via hun stichting 010 Veteranen zetten André en Josje zich in voor de veteranengemeenschap in Rotterdam, met nadrukkelijke aandacht voor het thuisfront. Ze nodigen partners uit bij bijeenkomsten, ondersteunen weduwen die geen uitnodigingen meer ontvangen voor de Veteranendag en zijn present bij herdenkingen. André: “We proberen altijd de partner binnen te halen als we nieuwe veteranen over de vloer krijgen. Want ook zij hebben die ervaring op hun eigen manier gedragen. Niemand mag vergeten worden.” 

Josje omschrijft de avonden voor partners als een feest van herkenning. “Zoals veteranen elkaar begrijpen met één blik, zo is het ook met partners. Dezelfde humor, hetzelfde gevoel.” Dat er inmiddels ook een partner zonder haar veteraan naar een avond komt, zegt haar genoeg. “Dan denk ik: we zijn toch goed bezig.” 

Op de vraag hoe ze de nominatie ervoer, aarzelt Josje even. “Ik vind het lastig om complimenten te ontvangen. Ik dacht meteen: waarom wij nou?” En dan: “Maar het doet meer met me dan ik had verwacht.”

Guusje van Wezel

Guusje van Wezel groeide op in een Defensiefamilie. Een oom die marinier was en neven die later ook in dienst gingen. De zee zat haar in het bloed, want haar vader voer als kok op de grote vaart. Het voelde als een logische stap om te kiezen voor de Koninklijke Marine, waar ze diende als matroos nautische dienst. Tussen 1993 en 1999 voer ze uit voor missies bij voormalig Joegoslavië om het handelsembargo langs de kust te handhaven.

“Je weet dat je in oorlogsgebied werkt,” zegt ze, “maar dat vervaagt door de waan van de dag. Ik had altijd zoiets van: hier heb ik voor gekozen.” Op de achtergrond was het bewustzijn er wel, want aan de kust stonden raketinstallaties gericht op het schip. Thuis maakte haar moeder zich zorgen, al liet ze dat nauwelijks merken. Ze vond het spannend als ze de beelden zag en wist dat ik voor de kust voer.

Die stille zorg vergat Guusje nooit. Na de marine ging ze aan de slag bij de politie in Rotterdam, waar ze twintig jaar werkt als forensisch onderzoeker. Als bestuurslid van Ex-act KM, de landelijke vereniging voor marinevrouwen, zet ze zich in voor verbinding, ook voor nabestaanden die dreigen vergeten te worden. 

Binnen die vereniging leerde ze Francine Cools van Straten kennen, een van de eerste Marva’s (De Marine Vrouwenafdeling), die op honderdjarige leeftijd overleed. Zij bleef op hoge leeftijd met een rolstoel meerijden in het defilé. “Liefkozend noemden wij haar onze knuffelveteraan,” zegt Guusje. Na haar overlijden hield ze contact met haar kinderen. Ze organiseerde de boekpresentatie van Zij Durft, een boek vol verhalen van marinevrouwen door de decennia heen, en overhandigde hen een exemplaar met een gedicht over hun moeder. In zo’n boek blijven verhalen voortleven, ook voor het thuisfront dat ze anders nooit zou kennen.

“Kameraadschap stopt niet wanneer iemand er niet meer is. Families van, verdienen het om betrokken te blijven.” Dat de dochter van Francine voor het eerst naar Veteranendag in Den Haag kwam, voelde bijzonder. “Ze vond altijd dat dat een ding van haar moeder was. Nu was ze er zelf bij.”

De nominatie voor de Witte Anjer Prijs omschrijft Guusje als een dubbel gevoel. “Zowel trots als oprechte verbazing. Ik doe dit omdat ik hier blij van word, niet voor een prijs.” En toch raakt het haar. “Omdat het nooit mijn doel is geweest om gezien te worden, maar om iets te betekenen.”