verhalen

Genomineerden Witte Anjer Prijs 2026 - Utrecht

In de provincie Utrecht zijn Antoinette van de Ven en Jerry de Roode genomineerd voor de Witte Anjer Prijs 2026. Zij zijn voorgedragen door commissaris van de Koning Hans Oosters vanwege hun inzet voor het thuisfront. Ter gelegenheid van hun nominatie zijn Antoinette en Jerry geïnterviewd. Op deze pagina lees je hun verhaal.

Antoinette van de Ven

KTZ (AR) Revalidatiearts Antoinette van de Ven zet zich al ruim vijftien jaar in om militairen die een hoge prijs voor vrijheid hebben betaald, weer wat bewegingsvrijheid en daarmee meer zin en plezier in het leven te bezorgen. Maar ze benadrukt zelf direct dat ze dat niet alleen kan. “Ik doe mijn werk met hart en ziel, maar ik zou onze hele organisatie willen nomineren. Als iemand een been verloren heeft dan ben ik nodig, maar ook de verpleging, prothesemaker, ergotherapeut, maatschappelijk werker. Het is altijd teamwerk.”

Antoinette werkt in het Militair Revalidatie Centrum (MRC) Aardenburg dat al sinds 1946 revalidatiezorg en orthopedische hulpmiddelen biedt aan onze gewonde, geblesseerde en zieke veteranen. Sinds 2021 vangt het centrum Oekraïense militairen op die een of meerdere ledematen verloren. 

Het helpt in haar werk dat ze “zelf ook weleens vieze schoenen” heeft gehad. In 2003 bouwde ze als commandant voor SFIR I een tweedelijns veldhospitaal in tenten op in As-Samawah, Irak. Met een chirurgisch team leverde ze daar eerste levens- en ledemaatreddende operaties. Haar vervanger had een hoogzwangere vrouw thuis, dus al na twee maanden deed ze er een tweede missie. Een jaar later zette ze een veldhospitaal op in Mazar-I-Sharif in Afghanistan. Toen Pakistan werd getroffen door een zware aardbeving verlengden ze hun missie om daar met hetzelfde team noodhulp te verlenen. Hierover werd het stripboek ‘Op Missie 2’ gemaakt. “Andere artsen publiceren wetenschappelijke artikelen, deze publicatie paste beter bij mij.” 

“Voor mijn eerste missie maakte ik mijn koelkast leeg, trok ik de stekker eruit en ging ik op pad. Pas later begreep ik hoe spannend het was voor mijn ouders. Die dachten dat elke bom in Irak bij mij in de buurt viel. Dan merk je hoe moeilijk het naar het thuisfront te vertalen is wat je hebt meegemaakt. Bij mijn tweede missie zat ik er alweer anders in. Het kind van mijn broer en zijn vrouw was net geboren. Voor het eerst dacht ik na over een testament.” 

Nu heeft Antoinette zelf een partner en kinderen. Nieuwe missies liggen minder voor de hand omdat ze van spoedzorg naar revalidatie is gegaan. Toch zou ze het zeker overwegen als ze opnieuw gevraagd wordt. “Tijdens mijn missies brachten we rust en stabiliteit. We hebben goed werk gedaan. Dus als het moet dan ga ik opnieuw. Want sommige dingen zijn groter dan jezelf.”

Jerry de Roode

Jerry de Roode diende in 2008 en 2009 in Afghanistan. Daarnaast was hij als Hoofd Inwendige Dienst van de vaste kampstaf op Kreta en in Cyprus zeven keer medeverantwoordelijk voor het voorbereiden van Afghanistangangers op hun terugkeer in de maatschappij. “Het begin van de cruciale nazorg.” 

Jerry is nog altijd verrast door de nominatie. “Er zijn genoeg mensen die het nog meer verdienen.” Toch is hij bij veel veteranenactiviteiten betrokken. Hij wordt geroemd om zijn ‘onzichtbare’ inzet, gedrevenheid en betrokkenheid die een lach toveren op het gezicht van vele veteranen. Jerry is lid van de Dutch Veterans Bikers Association én de stichting Nederlandse Veteranenmotorrijders, waar hij de jaarlijkse tochten voorafgaand aan Veteranendag coördineert. Tijdens de stille mars op 4 mei door Amersfoort-Leusden verzorgt hij jaarlijks de bemensing van het veteranenmonument. Vanuit Veteranen Eemland is hij betrokken bij Veteranencafé ’t Draeckje. En hij is lid van de veteranenvereniging van de Nationale Reservisten. Ook adopteerde hij het graf van de Amersfoortse Chris van der Linden die op 11 februari 1995 stierf op missie in Bosnië. Zodra Jerry voldoende is hersteld van een hartoperatie keert hij terug bij het Veteranen Search Team waar hij al vanaf het begin bij zit. 

Zijn vrouw grapt dat hij na zijn pensionering alleen maar harder is gaan werken. Maar het past in Jerry’s overtuiging dat je er ook na de missies voor elkaar moet zijn. “Ik herinner me de Libanonmissies nog. Er was vrijwel geen nazorg. Ik probeerde een dienstplichtige die de weg kwijtraakte op het juiste pad te houden. Maar we verloren hem; eerst aan het vreemdelingenlegioen, daarna aan de drugs.” Inmiddels gaat het beter. Mede door het beter betrekken van het thuisfront. Want PTSS ontstaat vaak juist pas als veteranen na terugkeer in de maatschappij op onbegrip stuiten. 

Veteranen dragen hun missies altijd met zich mee. Jerry was in de Taskforce Uruzgan verantwoordelijk voor de veiligheid op Kamp Holland. Die werd gewaarborgd met honderden militairen die 24/7 paraat stonden. Maar de Taliban schoot op goed geluk vanuit de bergen raketten op het kamp. “Ze raakten een jonge militair die ik pas twee weken daarvoor zijn veiligheidsbriefing had gegeven. Ik zag het gebeuren en ging er meteen op af met de genezerik. Tevergeefs. Pure pech, maar het gebeurde onder mijn verantwoordelijkheid. Het blijft altijd een zwarte rand aan mijn missie. Daarom weet ik: de nazorg is net zo belangrijk als de missie zelf.”