verhalen

Genomineerden Witte Anjer Prijs 2026 - Fryslân

In de provincie Fryslân zijn Ron Veenstra en Thomas Bruining genomineerd voor de Witte Anjer Prijs 2026. Zij zijn voorgedragen door commissaris van de Koning Arno Brok vanwege hun inzet voor het thuisfront. Ter gelegenheid van hun nominatie zijn Ron en Thomas geïnterviewd. Op deze pagina lees je hun verhaal.

Ron Veenstra

“Toen ik hoorde dat ik genomineerd was voor de Witte Anjer Prijs, dacht ik eerst dat het een 1 aprilgrap was. Natuurlijk is het mooi dat mensen blijkbaar waarderen wat je doet. Ik zie het ook als erkenning voor het hele team.” 

Ron Veenstra is zelf veteraan, al kwam dat besef later: “Je bent jong, je doet je werk en gaat weer door. Pas later denk je: wat betekent dat eigenlijk?” Zijn familiegeschiedenis speelde daarin mee: “Mijn vader was veteraan. Geïnspireerd door de verhalen van zijn oom had hij zich bij de KNIL gemeld. Hij heeft veel meegemaakt in de Tweede Wereldoorlog. Hij werd tewerk gesteld in Birma en wist zich ternauwernood te redden toen het Japanse schip waarop hij zat werd getorpedeerd. Hij was bij Nagasaki toen de atoombom viel. 

Vijf jaar geleden vroeg de burgemeester of hij wilde meedenken over iets voor veteranen. Dat groeide uit tot een stichting die inmiddels veel organiseert: “We vragen ons steeds af: is het goed voor de veteraan én voor de gemeenschap? We geven gastlessen over vrede en veiligheid en proberen een brug te slaan tussen verleden en heden. Laatst werden we door een school gevraagd voor de onthulling van hun vrijheidswand. Daar hadden leerlingen boodschappen op geschreven, geïnspireerd door onze gastlessen. Daar ben ik best trots op.” 

Persoonlijke aandacht vindt Ron belangrijk: “Bij ziekte of overlijden gaan we langs. Afgelopen jaar hielpen we drie veteranen alsnog aan een herinneringsmedaille Nieuw-Guinea. Een van hen was niet in staat om naar de ceremonie in Den Helder te reizen. Voor hem hebben we die toen hier georganiseerd. Zijn kinderen waren zo trots! Toen hij overleed, waren we er om hem een laatste militaire groet te brengen.” 

Ron wil dat de stichting bekend is binnen de hele Harlingse gemeenschap: “We moeten er zijn voordat de problemen groot worden. Niet pas als het misgaat. Voor het thuisfront wil ik daarom net zo bekend en bereikbaar zijn, als voor veteranen zelf. Zodat zij ‘hun’ veteraan misschien ook eens aansporen om langs te gaan bij de stichting, als ze zien dat er iets speelt.” 

Die verbinding met de samenleving is belangrijk: “Veteranen zijn geen groep oude mannen met verhalen over vroeger. Het gaat erom wat wij hebben geleerd en hoe dat nu relevant is. Als je dat kunt delen, ontstaat er begrip. Daar doen we het voor.”

Thomas Bruining

“Het thuisfront? Dat zijn de partners, de kinderen en de ouders. Alles wat een veteraan overeind houdt.” Thomas Bruining weet uit eigen ervaring hoe belangrijk dat is: “Ik was 17 jaar toen ik bij Defensie ging. Je wordt eigenlijk volledig omgevormd tot militair. Ondertussen wordt alles voor je geregeld. Als je eruit gaat, loop je tegen simpele, dagelijkse dingen aan die je nog nooit hebt gedaan. Doordat je zelf bent veranderd, is het soms ook lastig om weer aansluiting te vinden.”

Dan is het thuisfront extra belangrijk: “Ze bieden steun en duidelijkheid, maar ook gewoon een schop onder de kont. Militairen zijn een apart slag volk. We zijn direct, soms bot en hebben een eigen taaltje. In de burgermaatschappij werkt dat niet altijd. Dan is het goed om mensen dichtbij te hebben die je bijsturen of even inspringen.” Thomas ziet de erkenning voor het thuisfront groeien: “Steeds vaker zie je dat ze tijdens veteranendagen of toespraken worden bedankt. En terecht.” 

Zijn inzet voor veteranen was niet vanzelfsprekend, maar heeft alles te maken met het thuisfront: “Toen ik uit dienst ging, wilde ik er even niets mee te maken hebben. Maar op Facebook kwam ik oud-collega’s tegen en dat voelde toch weer goed.” Samen gingen ze naar de Friese Veteranendag: “Dat was hartstikke gezellig, maar we liepen tegen dingen aan, zoals dat kinderen niet welkom waren. Dan haakt de partner vaak af en daardoor ook de veteraan.” Dat moest anders, vond hij: “Dat hebben we gedaan en dat is goed gelukt.” Sindsdien organiseert hij met Stichting Veteranen Comité Drachten de Veteranendag in Smallingerland, waar iedereen welkom is. 

Thomas is betrokken bij de lokale Dodenherdenking. Daar denkt hij ook aan het thuisfront: “Bij de herdenking op 4 mei hebben veteranen een mooie, prominente plek gekregen. Hun familie staat niet apart zoals vroeger, maar om de veteranen heen.” Thomas is regiocoördinator nuldelijnsondersteuning en daarnaast regelt hij veteranenuitvaarten in Noord-Nederland: “We hebben een aantal mooie, respectvolle uitvaarten mogen verzorgen. Bij de voorbereiding zijn de naasten natuurlijk ook nauw betrokken. Dat veteranen én hun thuisfront erbij horen en respect krijgen, is belangrijk voor mij.” 

Toen hij hoorde dat hij genomineerd was voor de Witte Anjer Prijs, wist Thomas even niet wat hij moest zeggen: “Ik was echt flabbergasted. Ik zat gewoon tv te kijken en ineens kreeg ik dat nieuws. Dan zit je met je mond vol tanden. Ik ben meteen gaan uitzoeken wie mij ‘verlinkt’ had. Die heb ik ook even een schop onder de kont gegeven.”