Terug naar 20 jaar Veteranendag

Het verhaal van Ruud Bonte: "All gave some, some gave all"

Het leven van veteraan Ruud Bonte staat in het teken van de marine. Het thuisfront en zijn familie staan bij hem hoog in het vaandel, maar het waren zijn vrienden die hem richting defensie bewogen. Hij werd uitgezonden naar Irak, Cambodja en Kosovo. Inmiddels is Ruud Bonte werkzaam bij het Mariniersmuseum, waar hij de bezoekers alles leert over de geschiedenis die het Korps Mariniers rijk is.

Ruud is van origine huis- en decoratieschilder, maar dat beroep verveelde hem al snel. In zijn jonge jaren zat hij bij het zeekadettenkorps, een jeugdvereniging waar hij roeide en zeilde en waar ook veel mariniers te vinden waren. Alle verhalen over de marine en hun tochten naar Curaçao spraken de jonge Ruud erg aan. Hij vulde het briefje uit het Troskompas in en meldde zich aan bij de marine. “Als ik dan toch iets grijs moet schilderen, kunnen dat ook de boten op Curaçao zijn.

In 1991 hoorde Ruuds vrouw op het nieuws dat Nederland troepen naar Irak ging uitzenden. Ruud was amper thuis, toen hij de conclusie van zijn vrouw hoorde: “Jij zit erbij zeker”. Een week later vertrok hij. In eerste instantie zouden ze vluchtelingenkampen bouwen, maar doordat de Irakezen liever naar hun dorpen terug wilden keren, gingen ze die dorpen beveiligen en opruimen. De dankbaarheid was groot en er keerden steeds meer Irakezen terug naar hun huizen. Hij vertelt hierover in de podcast Mee op Missie: “Op dat moment hebben we heel veel goeds kunnen doen. Ook op onze manier. De mensen leefden veiliger door ons.” 

Hoewel de missie anders liep dan gepland, houdt Ruud een positief gevoel over aan de Nederlandse bijdrage. Toen hij vanaf de bank in Nederland reportages over Irak zag, zag hij het verschil tussen de inzet van onze Nederlandse troepen en die uit andere landen. Met pijn en teleurstelling zag hij hoe het verliep met de dorpen die hij had helpen opbouwen. “De Amerikaan komt binnen en begint bunkers te bouwen. De Engelsen zijn nog echt kolonialen, komen binnen en zeggen: “luister, zo gaan we het doen”. In mijn ervaring, of het nu Nederlandse officiers, de patrouille of wij soldaten waren, die doen het geweer op hun rug, hun helm af en vragen aan de mensen wat we voor ze kunnen doen. In mijn optiek was dat op dat moment de betere benadering.” Ruud draagt sinds zijn missie één motto voor de rest van zijn leven mee: “All gave some, some gave all. Mensen die meegaan op missie geven alles, soms zelfs hun leven. Die quote vat mooi samen hoe bijzonder dat is.

Ruud Bonte in 1991 bij de voordeur van een overvol ziekenhuis in Irak [bron: De Telegraaf]
‘Dan sta je tussen heel veel mensen van wie je houdt, maar toch sta je alleen.’
Ruud Bonte

Na Irak besloot Ruud een dagboek bij te houden. Tijdens de openingsceremonie van de Nederlandse Veteranendag in 2013, las hij uit een deel van dit dagboek voor. Hij vertelde over zijn missies en werd in de Ridderzaal aangevuld door zangeres Vera de Bree. Het nummer ‘Fragile’ dat door haar werd gezongen, is tot op de dag van vandaag van grote betekenis voor Ruud. “Dit nummer ging over littekens die blijven. Aan de buitenkant niet, maar aan de binnenkant wel. Dat was zo slim gekozen en precies wat ik voelde.” Toen Leo, een kameraad van Ruud, overleed, werd het origineel van Sting gedraaid bij het verlaten van de zaal. “Dan sta je tussen heel veel vrienden, bekenden en mensen van wie je houdt, maar dan sta je toch heel alleen.

Ruud Bonte tijdens de openingsceremonie van Veteranendag 2013 in de Ridderzaal

Ruud voelt zich verder niet vaak alleen en dat wijdt hij vooral aan zijn thuisfront. “Laten we het thuisfront alsjeblieft niet vergeten. Als dat niet stabiel is, kun je je werk op missie niet uitvoeren. Stel je voor dat je continu bezig moet zijn met hoe het met je kinderen gaat op school. Dan ben je er met je hoofd niet bij en dat heeft effect op de kwaliteit van je werk. Zij zijn zo belangrijk voor ons.

‘Ik bouw liever voetstukken voor anderen dan dat ik er zelf op spring.’
Ruud Bonte

Wie naar Veteranendag komt, moet niet verwachten dat Ruud voorop loopt bij het defilé. De dag en de erkenning en waardering die hij krijgt betekent veel voor hem, maar voorop lopen doet hij niet. “Ik bouw liever voetstukken voor anderen dan dat ik er zelf op spring.”