Terug naar 20 jaar Veteranendag

Het verhaal van Jessica van Oort: “Mijn moeder hoorde aan mijn stem dat het niet goed ging”

Jessica van Oort werd in 2010 uitgezonden naar Afghanistan. Een kogelregen, een gevallen kameraad en lastige belletjes naar haar ouders zorgden ervoor dat de missie een grote impact had op haar leven. Nu ze zelf moeder is, begrijpt ze dat ze het haar ouders moeilijk heeft gemaakt. “Die hebben vijf maanden lang in spanning gezeten.” In aanloop naar de twintigste Nederlandse Veteranendag doet ze haar verhaal.

Jessica wilde bij Defensie omdat ze het als klein meisje altijd al een ‘stoer beroep’ vond. “Het motiveerde mij dat ik iets goeds wilde doen voor de wereld.” Na haar missie in Afghanistan overheerst het lang gekoesterde gevoel voor Defensie nog steeds. “Negentig procent van wat je doet is mooi. Die tien procent vervelende dingen overheerst niet, maar als die wel om de hoek komt kijken, komt dat keihard binnen.”

Een van de dingen die indruk maakten op Jessica tijdens haar missie, is een vuurgevecht waar ze met haar eenheid in belandde. Terwijl ze in de schemer gestationeerd zaten op een berg, hoorden ze de raketten rond hun oren suizen. “Eerst zagen we rook uit huisjes beneden komen, toen werden we onder vuur genomen. Dan denk je: ‘Nu gaat het gebeuren.’ We begonnen terug te schieten. Het was een vloedgolf aan kogels die pas stopte toen de vijand ophield.” 

Eenmaal terug op het kamp werd er weinig tijd genomen de gebeurtenis te verwerken. “We hadden het overleefd. Er was een pastoor en een maatschappelijk werker om mee te praten, maar ik wilde gewoon zonder na te denken door. Omdat we het allemaal hadden overleefd, kreeg ik ook een soort adrenaline shock en was het eerste gevoel niet negatief.”

Jessica op haar Bushmaster in Afghanistan

Een tijd later gebeurden achter elkaar weer twee dingen die Jessica niet snel zal vergeten. “We moesten naar een nabijgelegen plaatsje omdat daar een Afghaanse man met een bomvest stond. We schakelden hem uit, maar daardoor ontplofte hij wel. Het regende toen letterlijk mensenvlees.” 

Toen daarna een van Jessica’s kameraden, Luc Janzen, op een bermbom reed en overleed, was de sfeer op het kamp donker. “We reden in mijn voertuig en hoorden op de radio het registratienummer van Luc genoemd worden. Zijn beste maat zat achterin. Het was zo stil en onwerkelijk, alsof het een film was.” Toen de ouders van Luc waren ingelicht, konden ook alle andere militairen hun ouders bellen. “Mijn moeder vroeg wel tien keer of het goed ging, maar ik kon bijna niets zeggen. Mijn moeder hoorde aan mijn stem wel dat het niet goed ging. Ik vroeg mezelf toen echt af wat ik mijn ouders aandeed.”

Jessica tijdens haar missie in Afghanistan (2010)

Terwijl Jessica over haar eigen moeder praat, barst ze in tranen uit. Tijdens de podcast Mee Op Missie vertelt ze over haar emotie, maar laat ze ook blijken dat ze dit niet altijd heeft gedaan. “Ik moet nu zo hard huilen omdat ik zelf moeder ben en ik weet wat ik mijn moeder heb aangedaan. Dat wil ik mijn dochter allemaal niet aandoen. Ik was vroeger keihard en zei altijd dat het goed ging met me, maar het schild dat ik om me heen bouwde is niet goed. Ik wil nu ook juist mijn emotie laten zien en begeleiding aannemen.”

De Nederlandse Veteranendag is een plek waar Jessica haar verhaal durft te vertellen. “Wat ik heb te vertellen is niet normaal voor een burger en daarom is de dag ook zo belangrijk. Veteranen eren is echt nodig. We hebben lichamelijk en mentaal de hoogste prijs betaald om iedereen te beschermen.”

Ze koestert de dag ook omdat ze met kameraden kan spreken over dingen die ze hebben meegemaakt. “Op een reünie of op Veteranendag zie je dat zelfs de grootste stoere mannen er moeite mee hebben. Het is zo belangrijk om je schild te laten zakken en je emoties te tonen. Je moet hulp aanpakken, omdat posttraumatische stressstoornis iets is wat echt moeilijk te begrijpen is.”