Terug naar 20 jaar Veteranendag

Het verhaal van Eus Sandel: “Toen ik haar reanimeerde, zag ik Libanon voor me.”

Eus Sandel werd in 1982 uitgezonden naar Libanon. Toen hij aankwam in het gebied, schrok hij van de puinhoop om hem heen. De ervaringen in het oorlogsgebied zorgden ervoor dat hij hulp zocht in Nederland. Hij vond die hulp door andere veteranen te helpen. Met een gezonde dosis Amsterdamse branie in zijn rugzak richtte hij De Veldpost op: een ontmoetingsplek voor veteranen. In aanloop naar de twintigste Veteranendag doet hij zijn verhaal.

Het begin van Eus’ carrière bij Defensie ontstond voornamelijk vanuit praktische redenen. Toen hij in 1978 in dienst trad in Vught, kon hij namelijk het dubbele gaan verdienen van zijn werk als timmerman. Hij werd opgeleid tot technisch specialist en chauffeur en vertrok vier jaar later in die hoedanigheid op missie naar Libanon. “In eerste instantie wilden mijn ouders niet dat ik ging. Ik was nog maar 19. Mijn moeder zei altijd: ‘Ik ga geen lijkzak voor je kopen.’”

Bij aankomst in Libanon schrok Eus van de puinhoop om hem heen. Hij zag neergeschoten vliegtuigen, jonge kinderen die klaar zaten om kanonnen af te vuren en rookpluimen die in grote getalen de lucht in kringelden. “Wat heb ik gedaan? Waar heb ik ja op gezegd? Overal waar we kwamen, werden er wapens op ons gericht. Wij kwamen allemaal net onder moeders paraplu vandaan, dan schrik je wel als je in Libanon aankomt,” zo vertelt hij in de podcast Mee Op Missie.

De eerste weken in Libanon verbleef Eus voornamelijk buiten de poorten van de basis. Als chauffeur moest hij het hele UNIFIL-gebied zo snel mogelijk uit zijn hoofd leren. “Mensen die het werk eerst deden, werden bang, dus wij moesten al hun werk overnemen. Het heeft geen zin om bang te zijn, want dat werkt je alleen maar tegen. Je moet gewoon door.” 

 

Eus in Libanon (1982)

Eus maakte zijn heftigste ervaring in Libanon mee toen hij met zijn kameraden op drie lijken stuitte. Een groepering uit het gebied had deze mede-VN’ers neergeschoten. “Mijn eerste gedachte was: ‘Hoe kan dat, we zijn toch van de VN?’ Bij terugkomst begon dat aan me te knagen. Ik kreeg vooral nachtmerries en herbelevingen. Ik sliep drie jaar lang slecht en kreeg daardoor een kort lontje richting mijn gezin.”

Ik heb mijn gezin heel veel pijn gedaan. Ik kreeg later een schuldgevoel tegenover mijn gezin en dat wil je weer rechttrekken. Je denkt: ‘papa was er toen niet, maar nu wil ik er wel zijn’. Maar hoe lang moet je dat volhouden, hoe erg is het schuldgevoel?

Na zijn tijd bij Defensie, besloot Eus aan de slag te gaan bij de politie. De verschillende meldingen van zelfmoord(pogingen), mishandelingen en andere geweldplegingen, brachten hem vaak terug naar Libanon. Toen hij in 1993 werd opgeroepen om een Turks meisje van twaalf te reanimeren nadat ze door een verwarde man met een tafelpoot was mishandeld, ging het mis. “Tijdens het reanimeren kwamen beelden uit Libanon terug. Al dat bloed en opnieuw de confrontatie met een lijk, dat komt bij mij gewoon anders binnen. Ik stond helemaal verstijfd en raakte in paniek. Uiteindelijk ben ik namens de politie bij haar uitvaart in Turkije geweest. Het was een hele heftige tijd.”

Het lange proces waarin Eus streed en leerde omgaan met zijn PTSS, begon toen hij in 2011 De Veldpost oprichtte. “Ik heb eind jaren ‘90 hulp gezocht, maar toen dacht ik: ‘Als ik mezelf wil helpen, moet ik anderen helpen.’ Ik wilde dingen doen voor veteranen en richtte daarom het ontmoetingscentrum op. Ik leerde daaruit wat ik moest doen voor mezelf. De Veldpost bood mij houvast.”

Eus bij de ingang van het VN-kamp in Libanon (1982)

Een jaar na de oprichting van De Veldpost, klopte de EO bij hem aan om voor een documentaire terug te gaan naar Libanon. In 2012 vertrok hij op een voor hem emotionele reis. “Het was wel helend om daarheen te gaan. Ik had nachtmerries, een kort lontje, vluchtgedrag, maar kon door mijn reis naar Libanon een stuk van mij daar achterlaten. Toen we daar waren, heb ik heb mijn baret achtergelaten, als eerbetoon voor alle gevallen Nederlandse kameraden.”

Het kameraadschap dat Eus zo mist, komt nog steeds terug in zijn werk voor De Veldpost. “Het is voor een ieder, maar vooral voor veteranen, met of zonder aandoening. Vroeger wisten veteranen niet waar ze heen moesten, maar wij zijn laagdrempeliger en vangen ze op. In het museum en de veldkeuken kan iedereen zijn verhaal kwijt. Het bestaat nog steeds, nu in een mooi gerenoveerd pand.”

Het ontmoetingscentrum kwam er door hard werk van Eus. In de podcast Mee Op Missie krijgt hij de vraag waarom zowel burgemeester Van der Laan, als burgemeester Halsema het zo’n mooi initiatief vonden. “Dat komt denk ik inderdaad deels door mij. Ik sprak, net als zij, Amsterdams. Ik was recht door zee, vertelde dat ik geld en een pand wilde. Toen werkten ze allebei mee.”

Eus met Koning Willem-Alexander op de Nederlandse Veteranendag

Dat Eus erkenning en waardering voor veteranen hoog in het vaandel heeft staan, zal niemand na dit verhaal meer verbazen. De Nederlandse Veteranendag vindt hij dan ook een belangrijke dag. “Maar het is niet alleen de Veteranendag. We hebben nog meer dagen in het jaar waarop het Veteranendag is. Soms zijn er veteranen die meer aandacht nodig hebben dan die ene dag in het jaar.”

Al het werk dat Eus heeft gedaan voor de veteranengemeenschap, komt op een steeds lager pitje te staan. Hij wil tijd maken om met zijn vrouw en familie door te brengen en langzaam meer op de achtergrond van het Veteraanschap te verdwijnen. “Ik ben trots op mijn missie en het militair zijn. Toch voel ik nu dat ik er niet te lang meer in mee moet gaan, want nu is het tijd voor andere dingen dan veteranen, Libanon en Defensie. Ik ga het wel missen, maar die stap is nodig. Op Veteranendag ben ik na een uur bekaf omdat ik met zoveel mensen praat. Het is goed: voor mij is het elke dag Veteranendag.”