Terug naar 20 jaar Veteranendag

Het verhaal van Arjan van Egmond: “Ik was stoer en sterk, maar ook kwetsbaar in mijn uniform.”

Toen Arjan van Egmond op uitzending in Bosnië het Korps Mariniers zag, was hij verkocht. Hij sloot zich aan en werd uitgezonden naar Irak en Afghanistan. Daar leerde hij dat het marinierspak niet alleen stoer en sterk is, maar ook veel kwetsbaarheid met zich meebrengt. Hij vertelt over de verschillende uniformen die hij heeft mogen dragen, het schietincident dat hij meemaakte en de onwetendheid in de samenleving over defensie.

Arjan rolde per ongeluk defensie in. Hij werd opgeroepen voor de dienstplicht en deed een verwoede poging om afgekeurd te worden. In plaats daarvan zorgde hij voor zulke enthousiaste reacties dat hij er niet meer onderuit kon. Diezelfde dag kreeg hij een vrijwilligerspositie aangeboden en mocht hij voor de Landmacht op uitzending naar Bosnië: “In Bosnië zag ik mariniers die daar ook waren geplaatst. En dat vond ik zo gaaf om te zien. Dat camouflagepak is zo stoer. Dat wilde ik ook.”

Arjan op missie in Irak

Arjan sloot zich aan bij de Koninklijke Marine en werd uitgezonden naar Irak. Onderweg naar het CIMIC House, waar hij andere mariniers af zou lossen, maakte hij een schietincident mee. “We hadden de opdracht om wacht te lopen bij het CIMIC house. Onderweg hoorden we op de radio dat er geschoten werd. Voor je het weet sta je stil en ben je aan het doen waar je voor bent opgeleid. Alle skills en drills gaan zoals je het hebt geleerd. Ik heb geen idee hoe lang het geduurd heeft, maar zo snel als het begon, eindigde het ook weer.”

Het dak van het CIMIC house

Het maakte indruk op hem, maar wanneer er wordt doorgevraagd, houdt Arjan zijn mond. “Ik heb het wel meegemaakt, maar vindt het niet zo belangrijk om de diepte in te gaan. Het eerste wat iemand vraagt is of je iemand hebt doodgeschoten. Ik vind dat het gesprek daar niet over moet gaan en dat het belangrijker is om te weten hoe het met je gaat. Daar vraagt niemand naar.”

‘Het eerste wat iemand vraagt is of je iemand hebt doodgeschoten. Ik vind dat het gesprek daar niet over moet gaan’
Arjan van Egmond

Na het incident ging Arjan in eerste instantie over tot  de orde van de dag. “Op dat moment ging dat gewoon zo. We losten onze kameraden af, want dat was onze verantwoordelijkheid. Wat net was gebeurd, was vervelend, maar ik moest gewoon mijn opdracht afmaken. Toen ik alleen op het dak van het CIMIC house zat, kreeg ik pas de tijd om na te denken wat er net gebeurd was. Daar waar ik altijd stoer en sterk in dat pak stond, merkte ik dat ik ook kwetsbaar was,” vertelt hij in de podcast Mee Op Missie.

Nadat Arjan op missie naar Afghanistan was geweest, verliet hij defensie. Toch lukte het hem niet om het uniform volledig achter zich te laten. “Mijn vrouw zit bij de politie, waar ik altijd een sterke mening over had. Ze zei dat die mening prima was, maar dat ik alleen het verschil kon maken als ik er zelf deel van zou uitmaken. Toen heb ik de stoute schoenen aangetrokken en heb ik me aangemeld bij de politie.”

‘Ze zei dat ik alleen het verschil kon maken als ik er zelf deel van zou uitmaken’
Arjan van Egmond

Na zijn opleiding kreeg Arjan de vraag om jongeren met een strafblad te helpen bij de terugkeer naar de maatschappij. Samen met andere mariniers hielp hij deze ‘jongeren met een randje’ om structuur aan te brengen. Nadat hij besloot om ook dat uniform aan de wilgen te hangen, merkte Arjan dat hij hettoch niet helemaal achter zich kon laten. Hij werd reservist bij defensie, een functie waarbij hij soms nog terug kan naar zijn oude thuisbasis. “Terug zijn op de kazerne van de Koninklijke Marine voelt als thuiskomen. Het zit in je bloed. Ik hang aan die structuur en duidelijkheid, waarbij je zegt wat je doet en doet wat je zegt. Dan kan je de mogelijkheid om reservist te worden niet voorbij laten gaan.”

Arjan op de Nederlandse Veteranendag met zijn vrouw en koning Willem-Alexander

Dit gevoel van thuiskomen ervaart Arjan ook op de Nederlandse Veteranendag. In 2016 was hij aanwezig in de Ridderzaal en kreeg hij de kans om Z.M. de Koning te ontmoeten, iets wat voor Arjan grote betekenis heeft. Hij vertelt in de mini-documentaire: “Het koningshuis staat voor mij voor Nederland. Dat is waarvoor ik op missie ben geweest. We doen het allemaal voor de vlag. Die vlag is ook het Koningshuis. Dat zij ons erkennen is heel belangrijk. Iedereen kiest er zelf voor om bij defensie te gaan, maar dat betekent niet dat het niet gezien mag worden.”