16 is te jong om bij Defensie te gaan

Naam
Miriam Hoorenman
Missies
UN Profor – Voormalig Joegoslavië, Lukavac – 1994

Al op 16-jarige leeftijd begon veteraan Miriam Hoorenman (46) bij de landmacht. Ze is blij dat dat nu pas vanaf achttien jaar kan: ‘De dingen die je hoort en ziet zijn eigenlijk niet geschikt voor kinderogen.’ Na een tijd van gemengde ervaringen bij defensie doceert Miriam nu Duits op een middelbare school. Haar missie in voormalig Joegoslavië en het gevoel van onderlinge verbondenheid met andere veteranen zal ze echter nooit vergeten: ‘Wij horen bij elkaar, dat gevoel.’

‘Ik ben de derde generatie militair in mijn familie. Mijn opa was joods en is ondergedoken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog is hij in dienst gegaan. Ook mijn vader was militair. Van mijn 5e tot mijn 19e ben ik daardoor opgegroeid op de verschillende plekken in Duitsland waar mijn vader gestationeerd was. Alles in mijn jeugd ademde defensie. Van de schoolmelk die werd gebracht door een dienstplichtige tot de gymmeester die van defensie was. Je vroeg ook niet waar de vader van een vriendje of vriendinnetje werkte, maar welke rang hij was. Toen ik op mijn 16e de mavo afrondde hoefde ik dus ook niet lang na te denken wat ik erna ging doen: werken bij defensie.’

‘Ik ging bij de landmacht en haalde mijn viertonnerrijbewijs (C). Ik werd, net als mijn vader, gestationeerd in Duitsland. Na vier jaar werd ik voor het eerst uitgezonden en vertrok ik naar Lukavac in voormalig Joegoslavië. Natuurlijk krijg je training om je voor te bereiden, maar dat is echt niet hetzelfde gevoel als wat je daar ervaart als het daadwerkelijk onveilig is. Ik werkte als magazijnmedewerker op het kamp. In principe werd er niet op ons geschoten, maar af en toe gebeurde het toch. Een keer viel er een granaat bij ons op het kamp. Gelukkig was het een blindganger, dus hij ging niet af. Dat was een van de enige keren dat ik echt bang ben geweest.’

‘Zestien is een te jonge leeftijd om bij defensie te gaan, je weet dan echt nog te weinig en bent niet weerbaar genoeg. Ik kan daarover uit eigen ervaring spreken. Toen ik nog in Duitsland gestationeerd was heb ik een hele vervelende ervaring gehad met een van mijn mannelijke collega’s. Dit heeft een behoorlijke impact op mij gehad. Ik heb mij daarna dan ook laten overplaatsen. Ik vind het daarom persoonlijk goed dat de leerplichtige leeftijd tegenwoordig achttien is. Je moet oud en sterk genoeg zijn om je grenzen aan te kunnen geven en weerbaar te zijn. Ondanks dat ik ook negatieve ervaringen heb overgehouden aan mijn tijd bij defensie, heb ik er ook positieve lessen uitgehaald. In Joegoslavië verloren veel kinderen hun ouders, zij hadden helemaal niets meer. Wij brachten dan delen van ons eten naar de weeshuizen waar zij in zaten. Ik had er daarna moeite mee om terug te komen naar Nederland en mensen te horen zeuren over kleine dingen. Ik probeer bewust te zijn van hoe goed we het hier hebben en dat meer te waarderen.’

‘Mijn praktische doorzettersmentaliteit is versterkt door mijn tijd bij defensie. Ik roei met de riemen die ik heb en zorg dat dingen hoe dan ook voor elkaar komen. Ik ga door tot ik iets voor elkaar heb. Die lessen neem ik ook mee naar de middelbare school, waar ik tegenwoordig als docent Duits werk. Ik vind het belangrijk dat leerlingen weten waar militairen voor nodig zijn. Dat veiligheid niet vanzelfsprekend is en wat er gebeurd is levend wordt gehouden. Het kan namelijk hier ook weer gebeuren, daar ben ik mij erg van bewust. Laatst tekende een leerling een hakenkruis op het bord. Toen heb ik de hele klas de film Schindler’s List laten kijken en heb ik ze uitgelegd wat er onder Hitlers regime is gebeurd. Ik vertel ze over honger, over joden die compleet werden gedehumaniseerd en het leed dat hen is aangedaan. Hun hele leven was onzeker. Daar spot je niet mee.’

‘Veteranendag is een bijzondere dag voor mij. Het is een weerzien van heel veel mensen en het gevoel van saamhorigheid met andere veteranen. Veel veteranen ken ik natuurlijk helemaal niet persoonlijk, maar toch horen wij bij elkaar, dat is een sterk gevoel. Wij hebben samen een klus geklaard. Ik heb twee keer op de motor in het defilé meegereden. Dat vond ik zo stoer!’