verhalen

Genomineerden Witte Anjer Prijs 2026 - Flevoland

In de provincie Flevoland zijn Erna de Voor-Van Straten en Rob van der Pol genomineerd voor de Witte Anjer Prijs 2026. Zij zijn voorgedragen door commissaris van de Koning Arjen Gerritsen vanwege hun inzet voor het thuisfront. Ter gelegenheid van hun nominatie zijn Erna en Rob geïnterviewd. Op deze pagina lees je hun verhaal.

Erna de Voor-Van Straten

Ze noemt het “een kleine moeite”, maar Erna de Voor-Van Straten betekent veel voor de veteranengemeenschap in Lelystad. Sinds 2017 zet ze zich op allerlei manieren in voor de Stichting Veteranen Lelystad: “Ik help waar nodig, doe boodschappen, maak flyers en regel activiteiten. Een tijdlang was ik penningmeester.” 

Zelf is ze geen veteraan, maar via haar man, die in 1982 in Libanon diende, raakte ze betrokken. Omdat ze geen geschikte ontmoetingsplek konden vinden, stelden ze in 2018 hun eigen bedrijfspand open voor inloopavonden: “We schuiven kasten aan de kant, zetten stoelen neer en zorgen voor wat sfeer. Zo hebben we een veilige plek gecreëerd, waar veteranen elkaar kunnen vinden.” Die veilige plek is essentieel: “Veteranen begrijpen elkaar zonder woorden. Ze hoeven elkaar maar aan te kijken. Als er anderen bij zijn, voelen ze zich soms minder vrij. Daarom is een eigen ruimte zo belangrijk.” Inmiddels is er zicht op een eigen pand in Lelystad, waar activiteiten vaker kunnen plaatsvinden. Tot die tijd zijn de veteranen welkom bij Erna en Fred. 

Tijdens de bijeenkomsten ontstaan hechte banden: “De kameraadschap is voelbaar en zichtbaar. Er wordt gelachen en soms gehuild. Niets moet, alles mag. Het is bijzonder om daarbij te mogen zijn.” Het thuisfront is ook welkom: “Vooral bij speciale activiteiten, zoals een bingoavond, komen de partners graag mee. Dat is dan echt een gezellig avondje uit.”

Hoewel ze haar man nog niet kende toen hij op uitzending ging, weet ze hoe belangrijk het thuisfront kan zijn. Zeker sinds hij in 2018 de diagnose PTSS kreeg: “Hij vindt het vooral erg voor mij, omdat het iets uit zijn verleden is waar ik nu mee moet dealen. Dat is soms ook pittig. Thuis probeer ik een veilige haven te bieden. Ik kwam erachter dat kleine dingen, zoals meubels verplaatsen, veel impact kunnen hebben en een onveilig gevoel geven. Ik leerde signalen herkennen en rekening te houden met triggers. Je groeit erin mee.” 

Erna’s eerste reactie op de nominatie: “Ik was echt verbaasd. Hoe dan? Ik doe gewoon wat ik leuk vind. Het kost me geen moeite en blijkbaar wordt het gewaardeerd. Dat is heel mooi, maar er zijn zoveel mensen die zich inzetten.” Ze haalt vooral voldoening uit wat ze doet en de reacties die ze krijgt: “Na afloop hoor ik zo vaak “dankjewel”. Dat is simpelweg genoeg.”

Rob van der Pol

“Ik ben al een tijdje veteraan. Mijn uitzendingen waren in 1993 en 1995, in voormalig Joegoslavië. Je hoort dat je veteraan bent, maar wat betekent dat eigenlijk? Dat was toen nog helemaal niet zo duidelijk.” Vrij snel daarna werd Rob van der Pol gevraagd om op scholen te vertellen over zijn ervaringen. Dat doet hij nog altijd: “Ik gaf al vaker voorlichting aan maatschappelijke organisaties en collega’s, dus dit paste goed. Inmiddels is het hartstikke druk, vooral in het voorjaar. Ik doe het met plezier, al is mijn verhaal niet alleen maar om vrolijk van te worden. Het gaat erom dat kinderen beseffen dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. We hoeven niet te overdrijven, maar bewustwording is belangrijk.” 

Diezelfde gedachte zit achter zijn inzet voor de witte anjer, het symbool van waardering voor veteranen: “Ik deel al jaren witte anjers uit, zeker in deze periode. Op scholen, bij bijeenkomsten, in het veteranenontmoetingscentrum, eigenlijk overal waar het past. Ik krijg foto’s van hele klassen kinderen met een anjer op. Ze vinden dat prachtig en ik ook.”

Voor Rob staat de witte anjer niet alleen voor veteranen, maar ook voor verbondenheid: “In het ontmoetingscentrum krijgt bijna iedereen die binnenkomt een anjer. Bekendheid blijft belangrijk. We kunnen niet vaak genoeg uitleggen wat een veteraan is en waar die anjer voor staat.” 

Over het thuisfront hoeft hij niet lang na te denken: “Dat zijn natuurlijk je partner en kinderen, maar ook ouders, familie en anderen die betrokken zijn. Het is belangrijk dat zij ook waardering krijgen. Als je terugkomt van uitzending, heb je zelf vaak niet in de gaten wat het thuisfront heeft doorgemaakt. Jij was er zelf bij, maar voor hen is het gissen wat er gebeurde. Die spanning blijft vaak nog lang hangen.” 

Daarom zet Rob zich ook graag in voor het bekender maken van de de zilveren roos, een blijk van waardering voor de partners van veteranen: “Laatst sprak ik een partner van een veteraan die daar nog nooit van had gehoord. Via via heb ik haar man benaderd om hem te helpen die alsnog aan te vragen.” Ook aan de partner van een overleden veteraan kon hij er een uitreiken: “Dat werd enorm gewaardeerd. In Dronten proberen we partners nadrukkelijk te betrekken bij activiteiten, van maandelijkse bijeenkomsten tot barbecues en feestdagen. En dat werkt, want ze komen steeds vaker mee.” 

“Toen ik hoorde van de nominatie was ik zeer verbaasd. Blijkbaar val ik op, dat is natuurlijk leuk.”