verhalen

Genomineerden Witte Anjer Prijs 2026 - Zeeland

In de provincie Zeeland zijn Colin Bal en Sjaak Duine genomineerd voor de Witte Anjer Prijs 2026. Zij zijn voorgedragen door commissaris van de Koning Hugo de Jonge vanwege hun inzet voor het thuisfront. Ter gelegenheid van hun nominatie zijn Colin en Sjaak geïnterviewd. Op deze pagina lees je hun verhaal.

Colin Bal

Colin Bal groeide op in een gezinsvervangend tehuis. Defensie was de eerste plek waar hij werd beoordeeld op wie hij was, niet waar hij vandaan kwam. “Het onvoorwaardelijke onderling, zonder verborgen agenda’s, dat is mij echt bijgebleven.” Als plaatsvervangend groepscommandant bij de Koninklijke Landmacht ging hij tweemaal op uitzending naar Bosnië, in 1996 en 1998-1999. De kameraadschap dat hij daar ervoer, voelde als een familiegevoel.

Na een blessure moest hij Defensie verlaten. De landing in de burgermaatschappij was moeizaam. “Ik merkte dat ik thuis niet de beste versie van mijzelf was, dat is ook pittig voor het thuisfront.” Hij vond zijn weg door zijn blik te richten op wat veteranen nog kunnen betekenen. Niet een draaginsigne of de baret, maar de vaardigheden die mensen meenemen uit hun diensttijd. “Je ziet degenen die dat doen weer een gevoel van meerwaarde krijgen. En dan zie je dat het thuis beter gaat lopen.” 

Wat hem extra bezighoudt is wat er verdwijnt als een veteraan wegvalt. Niet alleen de persoon zelf, maar ook het netwerk om hem heen. Voor nabestaanden van militairen van recente missies zoals Afghanistan betekent dit vaak een dubbel verlies: ze verliezen niet alleen hun geliefde, maar ook de gemeenschap die daarmee samenhing. “Die groep wordt vaak vergeten, en hen probeer ik te steunen.” 

Recent organiseerde hij een bijzonder moment voor een oud-strijdmakker met ALS, die zijn verpleeghuis niet meer uit kon. Colin regelde een historisch militair voertuig, een YPR, dat voor de deur verscheen. Op de plek waar zijn vriend ooit diende, zat nu zijn zoon. “Je ziet die jongen glunderen, die krijgt uitleg van zijn pa van wat die allemaal gedaan heeft. En dan echt met dat ding. Dat we dat konden doen, was heel bijzonder.” 

Diezelfde betrokkenheid bracht hem bij het schoonmaken van militaire graven. Wat begon als een eenmalige klus groeide uit tot iets groters. Ook het eigen thuisfront haakte aan: zijn dochter, aangetrokken door de geschiedenis, ging mee. De impact bleek groter dan gedacht. Iemand liet weten dat hij voor het eerst in jaren het graf van zijn broer had kunnen bezoeken, omdat de paden eindelijk schoon waren. “Het is niet zo ingewikkeld om iets moois te doen voor een ander.” 

De nominatie voor de Witte Anjer Prijs brengt ongemak met zich mee, geeft Colin toe. Maar wat hem een warm gevoel geeft, is dat er mensen zijn die dat voor je willen doen. “Dat moet je omarmen.”

Sjaak Duine

Op oudejaarsavond 1981 gaat de telefoon. Een van Sjaak Duine’s mannen, teruggekeerd van uitzending naar Libanon, zit in het zwarte gat. Niet zozeer hijzelf had het probleem, zo bleek al snel, het was zijn omgeving. Zijn ouders, zijn vriendin. Ze begrepen niet wat hij had meegemaakt, en hij wist niet hoe hij het moest uitleggen. 

Sjaak bleef die avond aan de lijn. Daarna besloot hij iets te organiseren. Niet alleen voor de soldaten, maar ook voor hun partners. “Ik zag hoe de partners daardoor ook met elkaar gingen praten,” zegt hij. “Toen bleek dat zij niet alleen met hun probleem zaten, er waren collega-partners. Dat versterkt elkaar: begrip, opvang, herkenning.” 

Die avond was het begin van iets wat jarenlang zou voortduren. In de jaren tachtig, lang voordat PTSS een bekende term was, organiseerde Sjaak regelmatig bijeenkomsten. Veteranen én hun naasten kwamen samen, altijd met iemand van geestelijke verzorging of een hulpverlener erbij. “Niet zozeer wat hij had meegemaakt was het probleem, maar de communicatie thuis.” 

Sjaak diende bij de landmacht als commandant van eenheden in het veld, met uitzendingen naar onder meer Libanon, Bosnië en Afghanistan. Die rol nam hij serieus, ook richting het thuisfront. Voor vertrek zorgde hij altijd voor een goed thuisfrontcomité en informeerde hij ouders en partners over wat de eenheid ging doen. En na terugkomst voelde hij een stevige verantwoordelijkheid. “Aan de achterkant heb je de plicht om mensen de mogelijkheid te geven nog een keer van zich af te praten,” zegt hij. 

Tijdens zijn actieve diensttijd gaf hij les aan de militaire academie en haalde hij veteranen voor de klas bij jonge aspirant-officieren. Nadat hij uit dienst ging nam hij bestuursfuncties op zich bij verschillende veteranenorganisaties in en rondom Zeeland. Nu staat hij nog steeds twee keer per maand voor de klas op scholen, waar hij jongeren vertelt over wat een uitzending werkelijk inhoudt. Want begrip begint bij kennis. “Een uitzending is meer dan schieten,” begint hij altijd. “Als een veteraan voor je staat, probeer dan te begrijpen wat er eventueel met hem aan de hand kan zijn.” 

De nominatie voor de Witte Anjer Prijs overviel hem op zijn verjaardag, 8 april. “Een mooi verjaardagscadeau, ik was blij verrast. Ik had er nooit bij stilgestaan, dat kennelijk een aantal mensen aan jou denken om je te nomineren. Dat vind ik al de hoofdprijs.”