Genomineerden Witte Anjer Prijs 2026 - Overijssel
In de provincie Overijssel zijn Erik Paskamp en Harm IJzerman genomineerd voor de Witte Anjer Prijs 2026. Zij zijn voorgedragen door commissaris van de Koning Andries Heidema vanwege hun inzet voor het thuisfront. Ter gelegenheid van hun nominatie zijn Erik en Harm geïnterviewd. Op deze pagina lees je hun verhaal.
Erik Paskamp diende bijna 24 jaar bij de Koninklijke Marechaussee en werd uitgezonden naar onder andere de Sinaï woestijn in Egypte en het voormalige Joegoslavië. Tijdens die laatste missie kwamen hij en zijn vrouw Lyanne, zelf ook militair, min of meer toevallig samen in Sarajevo terecht. Terwijl zij daar aankwamen, brak de burgeroorlog in alle hevigheid los. Toen hun locatie onder vuur werd genomen, konden zij de schuilkelder niet direct bereiken. Uiteindelijk lukte dat wel, maar de impact van die dag verdween niet.
De gevolgen kwamen pas jaren later naar boven. Na het overlijden van haar vader kreeg zijn vrouw depressieve klachten die het gevolg bleken te zijn van PTSS. Wat lang was weggestopt, kwam in alle hevigheid terug. Voor Erik betekende dat een nieuwe rol: hij was niet alleen veteraan, maar ook thuisfront. Hij begreep waar het vandaan kwam en schoolde zich later om tot maatschappelijk werker, gespecialiseerd in PTSS en moral injury. Maar dat maakte de machteloosheid niet kleiner. “Je ziet wat er gebeurt, maar je hebt er geen invloed op.”
De impact bleef niet bij hen tweeën. Ook hun kinderen pasten zich aan, hielden rekening met ze en namen minder ruimte in. “Ze willen papa en mama uit de wind houden,” zegt hij.
Vanuit die ervaring zette Erik zich in voor andere veteranen, dienstslachtoffers en hun thuisfront. Hij merkte hoe systemen ervan uitgaan dat degene met klachten zelf om hulp vragen, terwijl dat in de praktijk vaak juist niet lukt. Hij pleitte bij instanties en beleidsmakers voor een andere aanpak: niet wachten tot mensen aankloppen, maar zelf het contact opzoeken. “Je kunt ook gewoon eens even bellen en vragen: hoe is het?”
Voor Erik is het thuisfront geen bijrol. “Militairen doen waarvoor ze zijn opgeleid,” zegt hij. “Maar thuis moet je het maar zien te rooien.” Het gaat niet alleen om zorgen of ondersteuning, maar ook om omgaan met veranderingen waar je zelf niet voor gekozen hebt. Inmiddels is ook zijn oudste dochter in dienst bij Defensie, waardoor hij nu ook als ouder ervaart wat het betekent om thuis af te wachten.
Dat hij genomineerd is voor de Witte Anjer Prijs, verraste hem oprecht. “Het voelt als een eer,” zegt hij. “Maar voor mij is het vanzelfsprekend om klaar te staan als mensen je nodig hebben.”
Harm Ijzerman begon in 1980 bij Het Korps Mariniers, toen hij achttien jaar oud was. Zijn eerste uitzending naar Curaçao duurde negen maanden. Brieven deden er soms zes weken over om aan te komen en bellen was een zeldzame luxe. Later volgden missies naar onder andere Egypte, Bosnië en andere internationale inzetgebieden. Tussendoor stapte hij over naar de Koninklijke Marechaussee, waar hij uiteindelijk districtscommandant werd.
Wat hem al die jaren is bijgebleven, is hoe weinig er destijds geregeld was voor het thuisfront. Zijn vrouw zat thuis, maandenlang zonder contact met de organisatie. Geen telefoontje, geen check-in. “Mijn vrouw was een half jaar verstoken van informatie. Dat heeft mij altijd gestoord.” Ook bij terugkomst uit Bosnië stond er niemand klaar om hem op te vangen. Dat gevoel liet hem niet meer los. Dat was het moment waarop hij besloot dat het anders moest.
Jaren later, toen hij als districtscommandant verantwoordelijk was voor Bureau Buitenlandse Missies, viel het Thuisfront Comité van de Marechaussee onder zijn hoede. Hij zag wat vrijwilligers daar deden en wist direct: dit is waar ik na mijn diensttijd naartoe wil. Zes jaar geleden ging hij met pensioen. Nog diezelfde week werd hij vicevoorzitter van het Thuisfront Comité.
Sindsdien doet hij belrondes. Elke maand belt hij thuisfronten van uitgezonden marechaussees: partners, ouders, gezinnen. Gewoon vragen hoe het gaat. Of ze goed contact hebben. Of ze ergens tegenaan lopen. “Wat mijn vrouw destijds miste, kan ik nu teruggeven.” Daarnaast is hij aanwezig bij vertrek- en aankomstmomenten op Schiphol en Eindhoven, waar hij het thuisfront opvangt en aanspreekpunt is. Ook geeft hij presentaties aan onder andere politiecollega’s die op uitzending gaan, om het belang van het thuisfront onder de aandacht te brengen. Het werk raakt hem ook persoonlijk. Zijn zoon werkt inmiddels ook bij de Marechaussee en is al op uitzending geweest. Thuis blijven zijn partner en twee jonge kinderen achter. “Dan ben je zelf het thuisfront,” zegt Harm. Het geeft hem opnieuw inzicht in wat het betekent om te wachten, te zorgen en het thuis draaiende te houden.
De nominatie voor de Witte Anjer Prijs verraste hem. Zijn eerste gedachte ging uit naar zijn mede-vrijwilligers. “Ik had het eerder aan een ander gegund.” Want het werk doet hij niet alleen. Met een team van betrokken vrijwilligers, van oudmarechaussees tot partners van militairen, zetten zij zich dagelijks in voor anderen. “We verdienen dit met elkaar. Dit is geen prijs voor één persoon.” Zijn nominatie draagt hij dan ook graag op aan de vrijwilligers van Thuisfront KMar & Politie.