verhalen

Genomineerden Witte Anjer Prijs 2026 - Limburg

In de provincie Limburg zijn Frits Paulissen en Harrie Huntjens genomineerd voor de Witte Anjer Prijs 2026. Zij zijn voorgedragen door commissaris van de Koning Emile Roemer vanwege hun inzet voor het thuisfront. Ter gelegenheid van hun nominatie zijn Frits en Harrie geïnterviewd. Op deze pagina lees je hun verhaal.

Frits Paulissen

Voor Frits Paulissen begint zijn betrokkenheid bij veteranen al helemaal aan het begin van zijn diensttijd. Hij kwam veel militairen tegen die waren uitgezonden: Indiëgangers, Koreastrijders en later ook Libanonveteranen. Toen werd nog niet echt gesproken over ‘veteranen’, zegt hij, maar werden mensen genoemd naar wat zij hadden gedaan en waar zij waren geweest. Toch leerde hij juist door hen al vroeg wat het betekent om uitgezonden te worden.

Zelf diende Frits 36 jaar bij Defensie. In 1997 werd hij uitgezonden naar Bosnië. Daar werkte hij in een logistieke functie: hij zorgde ervoor dat militairen alles hadden wat zij nodig hadden om hun werk te doen. Ook een luisterend oor hoorde daarbij. “Juist in een missiegebied merk je hoe belangrijk onderlinge verbondenheid is. Als je samen bent uitgezonden, deel je iets wat bij anderen niet altijd uitgelegd hoeft te worden,” aldus Frits.

Voor Frits is het thuisfront iets waarop hij altijd heeft kunnen terugvallen. Aan het begin van zijn diensttijd verhuisde de familie al mee, van Seedorf naar Apeldoorn en later opnieuw naar Duitsland. Intussen moesten ook de kinderen telkens wennen aan een nieuwe omgeving, een andere taal en weer een nieuwe school. Dat vroeg veel aanpassingsvermogen van het gezin. “Er mag zeker meer erkenning en waardering zijn voor het thuisfront,” zegt Frits. “Voor militairen hoort het verhuizen misschien bij het werk, maar hun gezinnen dragen die last net zo goed en verdienen daar zeker waardering voor.” 

Na zijn militaire loopbaan bleef Frits die verbondenheid opzoeken. Hij werd lid van de Koninklijke Bond van Wapenbroeders, omdat hij de saamhorigheid en kameraadschap miste en zich aangesproken voelde door de betrokkenheid van de Bond bij het wel en wee van haar leden, veteranen en hun thuisfront. Inmiddels is hij leider van het exercitieteam en binnen het regionaal coördinatieteam. Met het exercitieteam is hij aanwezig bij herdenkingen, Veteranendag en defilés en uitvaarten met bondseer. 

Juist in de uitvaarten komt voor Frits veel samen. Voor hem hoort het thuisfront er vanzelfsprekend bij. Nabestaanden neem je mee, omdat zij afscheid nemen van hun man, vrouw, vader of moeder, terwijl veteranen afscheid nemen van een kameraad. Beiden verdienen aandacht. In hoe Frits daarover spreekt, klinkt vooral respect door: voor degene die gediend heeft, maar net zo goed voor de mensen eromheen. Want juist daar, in dat meeleven en samen dragen, blijft de betekenis van kameraadschap voortbestaan.

Harrie Huntjens

Harrie Huntjens is zelf geen veteraan. Maar wie hem hoort vertellen, begrijpt al snel dat zijn leven al decennialang verweven is met militairen, veteranen en hun thuisfront. 

Zijn fascinatie begon al vroeg. Als kind speelde Harrie geen cowboys en indianen, maar militair, met een helm op, een oude fietstas als rugzak en een ‘Handboek Militair’ binnen handbereik. Later hoorde hij de verhalen van mannen die uit Indonesië terugkeerden. Over wat zij hadden meegemaakt, maar vooral ook over hoe weinig erkenning zij bij thuiskomst kregen. Daar ontstond iets wat Harrie nooit meer losliet: het besef dat veteranen niet vergeten mogen worden. 

Harrie was 33 jaar actief bij het Korps Nationale Reserve. Hij had ook graag op uitzending gewild. Maar het liep anders: zijn vrouw werd plotseling ernstig ziek en hij koos zonder aarzelen voor thuis. Twintig jaar lang was hij haar mantelzorger. Maar ook in die jaren liet Harrie de veteranengemeenschap niet los. Zijn vrouw stond achter zijn werk, vertelt hij. Dat maakte het mogelijk om door te gaan, zelfs in de zwaarste periodes. 

Inmiddels is Harrie al bijna 35 jaar betrokken bij herdenkingen bij het Nationaal Indië-monument in Roermond. 30 jaar lang regelde hij kransleggingen in Margraten. Toen een veteranenvereniging verdween, gaf Harrie oudere veteranen uit Indonesië, Nieuw-Guinea en Zuid-Libanon onderdak in het lokaal van de schutterij, waar hij ervoor zorgde dat er elke woensdagmiddag koffie klaarstond. Nog altijd is hij er elke week: om te luisteren, en mensen met elkaar in contact te brengen. “Als het gesprek te ernstig wordt dan gooi ik even een grapje tussendoor,” zegt Harrie. 

Daarnaast hielp hij mee aan de oprichting van een nieuwe veteranenvereniging in Maastricht en was hij jarenlang organisator van het defilé tijdens de Limburgse Veteranendag. “Als je die mensen bij elkaar ziet praten,” zegt hij, “dan weet je dat je iets goeds doet.” 

Zijn betrokkenheid bij het thuisfront is persoonlijk. Zijn zoon werd uitgezonden naar Irak, Bosnië en Afghanistan. “De mensen thuis pakken dat heel anders op, omdat zij niet de kennis en kunde hebben van militairen,” zegt Harrie. Hij weet hoe belangrijk het dan is dat iemand met kennis van zaken naast hen gaat zitten. “Je neemt een stuk angst weg,” zegt hij. “Als je weet waar je over praat, kun je mensen echt helpen.” Harrie Huntjens gebruikt geen grote woorden voor zichzelf. Hij zet koffie, luistert, verbindt en herinnert. Juist daarin schuilt zijn kracht.