Genomineerden Witte Anjer Prijs 2026 - Groningen
In de provincie Groningen zijn Aad Nieven en Paul Rila genomineerd voor de Witte Anjer Prijs 2026. Zij zijn voorgedragen door commissaris van de Koning René Paas vanwege hun inzet voor het thuisfront. Ter gelegenheid van hun nominatie zijn Aad en Paul geïnterviewd. Op deze pagina lees je hun verhaal.
Korporaal der eerste klasse Aad Nieveen is nuchter over zijn eigen missie in Libanon in 1982. Hij herinnert zich geen heldenverhalen, maar vooral kameraadschap. “Je bent ’s nachts samen op patrouille en weet: ik ben afhankelijk van degene naast me.” Dat smeedt een band voor het leven. Die verbondenheid is een rode draad in zijn leven. Zijn zoon, actief dienend veteraan, ging meerdere keren op missie, onder andere naar Afghanistan. “Als wij elkaar aankijken, is er meteen begrip. Je hoeft niet alles uit te leggen.”
Toen zijn zoon werd uitgezonden, kwam Aad in contact met de Afdeling Thuisfront van het 13e Regiment. Daar ziet hij van dichtbij wat het betekent voor families wanneer een geliefde op missie is. “Het thuisfront draagt net zo goed mee.” Ze onderhouden wekelijks contact met families van militairen op uitzending, waar mogelijk ook met de militairen zelf. Laagdrempelig en zonder druk. “Alleen het idee dat er iemand is, maakt al verschil.”
De Afdeling Thuisfront is ook betrokken bij de meest beladen momenten rondom een missie. “We brengen militairen samen met hun familie weg en we zijn de eersten die ze weer terugzien.” Tijdens thuisfront ontmoetingsdagen wordt die verbondenheid zichtbaar. Via een live verbinding krijgen militairen een paar minuten schermtijd met het thuisfront. “Dat zijn intense en bijzondere momenten, er wordt gelachen, soms gehuild. Ik ben blij dat ik daar deel van mag uitmaken.” Met een familiedag in Stadskanaal probeert Aad het bereik te vergroten. “Waarom alleen voor de veteraan? We moeten juist de familie erbij betrekken.”
Toen Aad zelf terugkwam uit Libanon, was er nauwelijks opvang. “Op Schiphol kreeg je een hand en drie weken later moest je je weer melden. Sommigen werden niet eens opgehaald.” Thuis wachtte het gewone leven. “We aten een bal gehakt, de familie had een spandoek gemaakt. Je praatte er een beetje over, dronk een biertje en ging weer door.” Nu heeft Defensie meer aandacht voor nazorg en het thuisfront. Toch is ook nu essentieel: blijven praten. “Stop het niet weg. Laat iemand even, maar blijf in contact. Dat is het belangrijkste.”
De nominatie voor de Witte Anjer Prijs is een eer, maar ook onverwacht. “Ik doe dit met een heel team van vrijwilligers. Samen zorgen we ervoor dat niemand er alleen voor staat.”
Paul Rila is een drijvende krachten van de lokale veteranengemeenschap in Veendam. Hij ging in 1998 op zijn eerste missie naar voormalig Joegoslavië. Zijn vrouw is dan hoogzwanger van hun eerste dochter, Kayleigh. Terwijl Paul in het missiegebied zit, wordt zijn dochter vijf weken te vroeg geboren. Een dag later reist hij terug naar Nederland. Lang kan hij niet blijven. Twee weken later moet hij alweer terug, terwijl zijn dochter nog in het ziekenhuis ligt. “Mijn vrouw heeft alles alleen gedaan. Toen besefte ik: thuis is óók op uitzending.”
Die ervaring bleef hem bij tijdens de missies die volgden, onder andere naar Irak, Afghanistan en Mali. In die periode wordt ook zijn tweede dochter, Esmay, geboren. Beide dochters krijgen bij hun geboorte te maken met blijvende medische complicaties, wat het gezinsleven extra zwaar maakt. “Thuis missen ze niet alleen jou als persoon, maar ook alles wat je normaal opvangt.”
Het thuisfront is voor Paul zijn veilige haven. Tegelijkertijd merkt hij hoe weinig zichtbaar die wereld soms is. “Defensie is een ‘subwereld’. Als je het niet kent, begrijp je het niet. Dat geldt voor uitzendingen, maar net zo goed voor wat er thuis gebeurt.”
Het contrast met vroeger is groot. Waar er eerst nauwelijks aandacht was voor partners en gezinnen, ziet hij nu meer erkenning en ondersteuning. Toch is er volgens Paul nog winst te behalen. Vanuit die overtuiging zette hij zich in zijn woonomgeving actief in voor veteranen en hun families. In Veendam was hij één van de initiatiefnemers van De Veteranen Stamtoavel: een maandelijkse bijeenkomst waar veteranen, partners en kinderen laagdrempelig samenkomen. Wat begon als een koffiemoment groeide uit tot een vaste plek voor ontmoeting en gesprek. Daarnaast nam hij het initiatief tot een zomerfeest en andere activiteiten waarbij het hele gezin van de veteraan centraal staat. Die insteek blijkt aan te slaan: steeds meer mensen weten de bijeenkomsten te vinden.
De nominatie voor de Witte Anjer Prijs kwam voor Paul als een verrassing. Zijn eerste reactie was om deze af te wijzen. “Ik doe gewoon wat nodig is,” zegt hij. Toch besloot hij de nominatie te accepteren, juist vanwege het thema. “Als dit helpt om het thuisfront zichtbaarder te maken, dan is dat het waard.”