Mee Op Missie met Melany: “Ik denk dat het goed is dat ook dit verhaal gehoord wordt. Als mama, als militair.”
Melany is militair verpleegkundige bij de Koninklijke Luchtmacht en sinds haar uitzending naar Irak ook veteraan, al voelt ze zich nog niet helemaal zo. Ze groeide op met het idee dat ze de zorg in wilde, werkte jaren in de thuiszorg en het ziekenhuis, en stapte over naar Defensie omdat ze daar betere zorg wilde leveren zonder constant op de klok te hoeven kijken. Ze wil gewoon voor mensen zorgen, de rest is voor haar bijzaak.
Van de thuiszorg naar Irak
Melany werkte eerst als verpleegkundige in de thuiszorg en het ziekenhuis, en merkte al snek dat het haar niet gaf wat ze ervan had verwacht. “Je wilt soms gewoon net iets meer tijd, maar het gaat maar door.” Ze wilde betere kwaliteit van zorg leveren, en minder druk ervaren. Toen zag ze een vacature van Defensie voorbijkomen. Ze dacht: laat ik in ieder geval naar een open dag gaan.
Ze koos voor de Koninklijke Luchtmacht, maar eigenlijk maakte het haar ook niet zo veel uit. “Ik wilde gewoon zorgen.” De basisopleiding vond ze verschrikkelijk, vooral het fysieke gedeelte. Ze heeft hem afgemaakt op doorzettingsvermogen en hulp van anderen. Na een aantal jaar in dienst op uitzending naar Irak.
Vooral de hitte was haar bijgebleven: “Op z’n warmst was het 52 graden.” Dat is nog heter als je je bedenkt dat je daar rondloopt in lange broek, dichte schoenen en een scherfvest van dertien kilo. De ochtenden begonnen met sporten, iets waar ze geen fan van is maar toch aan meedeed. “Voor de gezelligheid.” Daarna douchen, ontbijten, naar de werkplek op het kamp. Soms in de schaduw zitten met een boek.
Mama en militair
Ze twijfelde voordat ze ging: “Als ik nee zeg, krijg ik daar dan spijt van?” Het avontuur van een uitzending was precies een van de redenen waarom ze bij Defensie was gaan werken. “Ik wil buiten Nederland zorg gaan bieden. Of dat nou op zo’n missie als in Irak was, of een humanitaire missie ergens anders; ik ik wil het een keer gedaan hebben.” Ze zette de voor- en nadelen tegen elkaar af. “Ik ga het wel thuis ontzettend missen, maar ik denk dat ik spijt krijg als ik nu zeg dat ik dit niet ga doen.”
Aan haar wordt regelmatig gevraagd hoe dat is, weggaan als moeder. Ze vindt het een begrijpelijke vraag, maar ook een merkwaardige. “We hebben het beeld geschept dat er een moeder thuis hoort te zijn, dat een vader weg mag gaan. Ik denk dat een kind net zoveel zijn vader mist als z’n moeder.”
Tijdens die dertien weken in Irak belde ze twee keer per week naar huis. Bewust niet vaker. “Je wilt ook niet iedere dag bellen, want je trekt elkaar in een bepaalde emotie mee.” Haar kinderen waren toen één en drie jaar oud.
Ze voelt zich geen veteraan. Ze is er wel een, ze weet dat. Maar het gevoel klopt niet helemaal. Misschien omdat haar uitzending niet het soort verhalen opleverde dat mensen verwachten. “Ik heb geen spannende verhalen, en ik heb een andere uitzending gedraaid dan wat misschien heel vaak wordt gedacht bij een veteraan.” Toch is ze blij dat ze haar ervaring als veteraan kan delen: “Ik denk dat het goed is dat ook dit verhaal gehoord wordt. Als mama, als militair. Dat dat kan.”
We kwamen er wel
In die dertien weken in Irak reed ze elke dag met collega Sanne door het kamp in een pick-up truck met een cd erin die altijd op hetzelfde nummer begon: Breakaway van Kelly Clarkson. De eerste nummers kennen ze uit hun hoofd. “Het brengt me op een goede manier terug naar die tijd. Natuurlijk waren sommige dingen ontzettend stom, het missen van je kinderen, het missen van thuis. Maar ik heb het daar ook heel goed gehad.” En dan: “Met z’n tweetjes in de pick-up truck, en we kwamen er wel.”
Ze wil wel nog een keer op uitzending, maar het liefst als haar kinderen iets ouder zijn, zodat ze het wat beter begrijpen. Op de vraag of ze haar kinderen zou aanmoedigen hetzelfde pad te bewandelen, is Melany kort. “Ik weet niet of ik het zou toejuichen,” zegt ze. “Maar ik zou vooral wel zeggen dat ze iets moeten doen waar ze heel blij van worden. En dat je terug kan kijken van ja, dit was het wel waard.”