verhalen

I CAN Wounded Warriors Cycling Team: “Op de fiets is het makkelijk praten, makkelijk huilen, maar ook makkelijk lachen”

I CAN Wounded Warriors Cycling Team is genomineerd voor de Witte Anjer Prijs 2025. Ter gelegenheid van hun nominatie werden bestuurslid Freddy Lang en stichtingsvriend Aris Diepeveen geïnterviewd. Op deze pagina lees je over de stichting en haar verrichtingen.

Freddy de Lang, bestuurslid
‘Op de fiets is het makkelijk praten, makkelijk huilen, maar ook makkelijk lachen. ’

In 2014 ontstond bij een groep Bosnië-veteranen het idee om op de fiets terug te keren naar Sarajevo. In september 2015 werd dat idee werkelijkheid. Met minimale voorbereiding fietsten de veteranen vanuit Doorn hun trauma tegemoet. De tocht was een succes en bleek de opmaat te zijn naar een fietsvereniging die helpt bij traumaverwerking. Een klein half jaar later werd op 29 februari 2016 het I Can Wounded Warriors Cycling Team opgericht. “Op de fiets is het makkelijk praten, makkelijk huilen, maar ook makkelijk lachen”, vertelt bestuurslid en Bosnië-veteraan Freddy de Lang. 

De vereniging organiseert acht tot tien clubritten per jaar, verspreid over het hele land. “Onze leden wonen overal, en we willen dat iedereen in zijn eigen omgeving kan aansluiten,” legt Freddy uit. “We sporen leden ook aan om buiten de clubritten om met elkaar af te spreken. Veel veteranen zitten in een zelfgekozen isolement. Door samen te fietsen met gelijkgestemden, proberen we ze weer deel te laten nemen aan de maatschappij.”

Freddy is lid van het eerste uur. “In 2015 ontmoette ik tijdens een behandeltraject voor mijn PTSS een ander huidig lid van de vereniging. Hij vertelde over het plan om naar Sarajevo te fietsen. Ik wilde direct mee. Ik ben al mijn hele leven wielerfan, maar had geen ervaring, ik bezat niet eens een goede racefiets. De tocht naar Sarajevo kwam daarom nog te vroeg. Maar toen de vereniging in 2016 werd opgericht, heb ik me meteen aangesloten.”

“Het fietsen heeft mij zoveel rust gebracht. Het heeft mij geholpen om te accepteren dat het nooit meer wordt zoals het was. Die acceptatie heeft mij gered: gewond maar niet verslagen. Die spreuk staat ook achter op de tenues van onze club.”

De nominatie voor de Witte Anjer Prijs komt voor Freddy vooral als een grote verrassing. “Ik verwacht eigenlijk nooit iets en hoef niet in de belangstelling te staan. De vereniging heeft mij zoveel gebracht. Ik hoop vooral dat anderen daar ook van kunnen profiteren. Het mooiste moment voor mij is als ik iemand zie groeien. Dat is mijn dank je wel. Toch is de nominatie ook een mooie kans om de vereniging zichtbaarder te maken: hoe meer mensen ons kennen, hoe meer mensen we kunnen helpen.”

Aris Diepeveen
‘Op de fiets heb je aan een half woord genoeg’

Voor veel veteranen stopt een missie niet op het moment dat ze terugkeren. De echte strijd begint vaak pas daarna, wanneer ze worden geconfronteerd met hun trauma en ervaringen. Het I Can Wounded Warriors Cycling Team helpt veteranen om die strijd niet alleen te hoeven voeren. Aris Diepeveen is één van hen. In 1993 vertrok hij als achttienjarige dienstplichtige met het transportbataljon als genist naar voormalig-Joegoslavië. “Ik wilde iets betekenen. Ze kwamen met mooie verhalen over vredesmissies. Je bent jong en naïef, denkt dat je de wereld aankan.” 

Die illusie was snel verdwenen. “Na nog geen 24 uur werd ons konvooi onder vuur genomen. Dan weet je: dit is oorlog.” De ervaringen die volgden, lieten hun sporen na. Jarenlang zweeg Aris, tot zijn lichaam en geest het acht jaar geleden opgaven. “Ik werd wakker in het ziekenhuis na een zelfmoordpoging, die ik buiten mijn eigen weten had ondernomen. Alles was weg: mijn bedrijf, mijn richting. Ik moest helemaal opnieuw beginnen.”

Een lange periode van therapie volgde. In het Militair Revalidatiecentrum in Doorn kwam hij in aanraking met sport als onderdeel van herstel. “Ik kon mijn frustratie erin kwijt. En ik wist: ik wil hiermee door.” Niet veel later kwam hij via via in contact met het I Can Wounded Warriors Cycling Team. “Na één telefoongesprek met de voorzitter, Ton van den Oetelaar, wist ik: dit is wat ik nodig heb.”

Het fietsen, en vooral het samen fietsen, bleek een sleutel in zijn herstel. “Op de fiets heb je aan een half woord genoeg. De blik in iemands ogen is vaak al voldoende. Die herkenning, de kameraadschap, je voelt je eindelijk weer ergens bij horen.” Binnen het team vond hij vertrouwen, structuur en nieuwe doelen. “Het eerste jaar fietste ik exact hetzelfde rondje. Op Strava was ik de local legend. Dat vertrouwde rondje kon ik beetje bij beetje uitbouwen. Nu fiets ik 150 kilometer alleen. Op de fiets vallen dingen op hun plek. Het werkt als EMDR: ritme, focus, loslaten.”

Via het team kwam Aris in aanraking met de Invictus Games. “Ik houd van extreme uitdagingen. Ik heb deelgenomen aan vier onderdelen. Tijdens het roeien op de slotdag kwam dertig jaar aan emoties los. Vier minuten lang gaf ik alles. Mijn lichaam schreeuwde, ik ging zo diep. De ontlading van dat moment vergeet ik nooit meer. Ik krijg er nog steeds kippenvel van.”