verhalen

Vereniging Veteranen Regiment Genietroepen: “We creëren de randvoorwaarden voor verbondenheid binnen het Regiment”

Vereniging Veteranen Regiment Genietroepen is genomineerd voor de Witte Anjer Prijs 2025. Ter gelegenheid van hun nominatie werden voorzitter Jan Boot en lid Djietinder Ramdin geïnterviewd. Op deze pagina lees je over de organisatie en zijn verrichtingen.

Jan Boot, voorzitter
‘We creëren de randvoorwaarden voor verbondenheid binnen het Regiment’

Luitenant-kolonel Jan Boot, voorzitter van de Vereniging Veteranen Regiment Genietroepen (VVRG), noemt het een “glimlach van trots en dankbaarheid” wanneer hij spreekt over de nominatie voor de Witte Anjer Prijs. Het is de glimlach die hij bij zichzelf herkent wanneer veteranen van het Regiment Genietroepen elkaar opzoeken en vasthouden in verbondenheid. “Dat is de waardering. Als ik zie hoe ze naar elkaar glimlachen, hoe ze elkaar vinden tijdens bijeenkomsten, dán weet ik waarom we dit doen. Wij creëren de randvoorwaarden voor erkenning, waardering en verbondenheid binnen het regiment, specifiek voor onze veteranen.”

De VVRG werd ruim vijftien jaar geleden opgericht om veteranen van het Regiment Genietroepen met elkaar te verbinden. Inmiddels telt de vereniging meer dan 3.400 leden. Jan: “Als genist stamp je een kampement uit de grond of zorg je, door bijvoorbeeld het zoeken naar bermbommen, dat er veilig verplaatst kan worden over routes. De randvoorwaarden zijn er nog niet, en toch moet jij door waar anderen stoppen. Dat schept een band die je je leven lang bijblijft.”

Die unieke identiteit draagt de vereniging uit, intern binnen het regiment, en extern via vernieuwende initiatieven binnen Defensie. Zo werd onder meer de ‘Veteranenpin Regiment Genietroepen’ ontwikkeld voor op het dagelijks tenue, een initiatief dat door vele regimenten en korpsen van de Landmacht werd overgenomen. “We zijn actief in denktanks, betrekken studenten voor onderzoek naar erkenning en waardering, en werken aan (randvoorwaarden voor) reünies en projecten die het welzijn van veteranen bevorderen.”

Een voorbeeld daarvan is de dagbesteding in Vught. Daar helpen uitbehandelde veteranen die niet meer functioneren in de maatschappij, mee in het Geniemuseum of elders op het Opleidings- en Trainings Centrum Genie. “Nu draaien daar negen mannen mee die weer een doel hebben, die weer ergens bij horen. Dat wordt inmiddels op andere plekken in het land overgenomen.”

De trots van Jan klinkt het luidst wanneer hij spreekt over de Nederlandse Veteranendag. “Twee jaar terug liepen we met meer dan 300 man in het defilé. Voor de koning, met het mineurslied op de lippen. Dat zing je in het veld, bij het verlies van een kameraad, en samen in de tent. Dat kruipt in je. En dat moment, met jong en oud, actief en post-actief, zij aan zij. Dat ís verbondenheid.”

Djietinder Ramdin, lid
‘We zitten op een lijn en zijn er voor elkaar: Altijd.’

Voor Djietinder Ramdin draait de VVRG om veel meer dan kameraadschap: het is een manier van leven. “Je doet het voor elkaar, altijd. Dat maakt deze vereniging uniek.”

Als genist ruimde Djietinder mijnen op, bouwde infrastructuur, en stond na een watersnoodramp tot zijn borst in het water om evacuaties mogelijk te maken. “Binnen twee weken braken we alles af en bouwden het ergens anders weer op. Werken, lachen, doorgaan. Altijd zoeken naar oplossingen samen.”

Die saamhorigheid verdween niet toen de missies eindigden. “Defensie vormt je. Je wordt opgenomen alsof je al jaren in de groep zit. Dat gevoel houdt de VVRG levend.” Bij wapendagen, veteranendagen en de Nederlandse Veteranendag voelt hij het sterker dan ooit. “Je hoort erbij. Je bent niet afgeschreven.”

De verbondenheid gaat verder dan evenementen. In appgroepen leven leden intens mee. Toen de vader van een collega op sterven lag, werd er geld ingezameld om een camper naast zijn vaders huis te zetten. Zo konden ze nog twee weken samen leven. Toen Djietinders vrouw bijna overleed, stonden er bloemen en een kaart op de stoep: Family is not always blood. “Toen was ik echt gebroken. En juist toen stonden ze er. Dat is waarom ik sinds 1994 militair ben geweest. Dit is de VVRG.”

Ook het verlies van een kameraad maakt de kracht van de vereniging zichtbaar. “Hij wilde nog één keer een dodenherdenking meemaken. Ik ben met hem naar België gegaan. We zaten daar samen, hij voelde zich echt gehoord. Twee dagen later overleed hij. Ik mocht namens ons allemaal bij zijn laatste groet zijn.” De VVRG is volgens Djietinder geen gewone vereniging, maar een hechte gemeenschap. “Er zijn geen rangen en standen. Je bent iemand. Je hoeft iemands verleden niet te kennen. Alleen: hoe gaat het vandaag?”

De nominatie voor de Witte Anjerprijs 2025 raakte hem diep. “Ik stond in de bibliotheek te gillen van blijdschap. Mijn vrouw stond perplex van mijn reactie. Het voelde alsof ik mijn rijbewijs haalde, geslaagd was of misschien zelfs net getrouwd.” Voor Djietinder is het duidelijk waarom de VVRG deze erkenning verdient. “Het zijn de 3.400 leden die stuk voor stuk één ding gemeen hebben: we zitten op een lijn en zijn er voor elkaar. Altijd. Sodeju!”