verhalen

Het verhaal van Fransjesca van Grimbergen: “Het is heel bijzonder mensen hoop te geven”

Fransjesca van Grimbergen is veteraan en aalmoezenier. Ze diende als pelotonscommandant en werd uitgezonden naar Kosovo en Afghanistan, waar ze deel uitmaakte van wederopbouw- en vredesmissies. Tegenwoordig is ze aalmoezenier binnen de krijgsmacht: een katholieke geestelijk verzorger die militairen én hun families bijstaat – niet met wapens, maar met woorden, tijd en aandacht. “Ik probeer een stukje met mensen mee te lopen. Niet om iets op te lossen, maar om er gewoon te zijn.”

Fransjesca van Grimbergen trad op haar achttiende toe tot de Koninklijke Militaire Academie. Wat begon met een fascinatie voor tanks op een kerkplein naast haar school, groeide uit tot een indrukwekkende carrière binnen Defensie, met uitzendingen naar Kosovo en Afghanistan.

Als meisje van elf raakte ze al onder de indruk van Defensie. “Er stonden tanks op het kerkplein en ik vond het geweldig. Ik heb nog schroefjes en handtekeningen bewaard van de soldaten.” Ze was vastbesloten: ze wilde naar de KMA. En dat gebeurde. Op haar achttiende zat ze tegenover de aanstellingscommissie, met een vredesteken om haar nek. Toen een officier daar een opmerking over maakte, zei ze: “Is het verkeerd om vrede na te streven? Want dan zit ik hier niet op de juiste plek.” Juist bij Defensie wilde ze de vrede helpen bewaren.

Fransjesca (uiterst rechts) als kind naast een tank op het schoolplein.

Haar eerste uitzending was naar Kosovo in 1999. “We bouwden noodwoningen, want het hele land was kapotgeschoten. Het was soms gevaarlijk, vooral in het verkeer. Maar ik herinner me vooral de brieven. Elke week schreef ik naar huis, en kreeg ik ook terug.” 

Tijdens haar missies was Fransjesca voortdurend bezig met haar geloof en de verbinding daarmee. In Kosovo raakte Psalm 23 haar diep. “Het voelde als een godvergeten vallei. Maar toen, ineens, reden we langs een kabbelend beekje. Het was alsof ik letterlijk dat Bijbelse landschap inreed.” Die ervaring bleef haar bij, ook jaren later – in het stoffige Kandahar, Afghanistan. “Daar was het oorlog. Elke dag beschietingen. Maar zelfs daar vond ik kleine tekenen van hoop: een bloem tussen het stof, een briefje van mijn kinderen.”

Fransjesca tijdens een van haar missies.

In 2009, toen ze al moeder was van twee jonge kinderen, ging Fransjesca opnieuw op missie. “Dat was anders. Natuurlijk was het moeilijk, maar dit is ook mijn werk, mijn roeping.” Toch begon er iets te wringen. “Na mijn terugkeer kon ik mijn plek niet meer vinden. De kleine dingen voelden ineens zo onbenullig.”

Ze ging theologie studeren, ‘om het maar eens te proberen’, en werd uiteindelijk aalmoezenier. Fransjesca twijfelde of ze aalmoezenier moest worden. “Als militair had ik nog een hele carrière voor me – mijn jaargenoten zijn nu overste of kolonel. Als aalmoezenier is er geen carrièrepad. Maar dat is niet erg. Ik heb ontzettend mooi werk.”

“Ik werd ontslagen als militair, en de volgende dag aangesteld als geestelijk verzorger. Geen wapens meer. Wel verhalen, veel verhalen.” Nu ondersteunt ze militairen in het buitenland en staat ze paraat voor wie een luisterend oor nodig heeft. “Mensen met verdriet, twijfel, schuld. Of gewoon behoefte aan iemand die echt luistert, zonder oordeel. Het is heel bijzonder om mensen hoop te geven. Maar aan de andere kant is het als aalmoezenier ook je werk om gevallen militairen te begraven. Dat hoort erbij, mensen een mooi afscheid geven.”

Fransjesca tijdens haar werk als katholiek geestelijk verzorgster.

Fransjesca is er niet alleen voor militairen, maar ook voor het thuisfront. “Dat wordt vaak vergeten. Maar ook zij dragen de last van uitzendingen, verlies en aanpassingen.” Als geestelijk verzorger is haar werkdag nooit te voorspellen. “Soms sta ik op het vliegveld, soms naast een ziekbed in het buitenland. Maar ik ben er. Niet om alles op te lossen, maar om een stukje mee te lopen.”

Fransjesca pleit voor meer aalmoezeniers voor veteranen. “Met honderdduizend veteranen en maar vijf geestelijk verzorgers is dat een druppel op een gloeiende plaat,” zegt ze. “Niet iedereen heeft een gesprek nodig, maar wie dat wel wil, moet ons ook kunnen vinden. En dat lukt nu niet altijd.”

‘Voor mij staat die kaars voor hoop. Voor het besef dat licht sterker is dan het donker.’
Fransjesca van Grimbergen

Ze voelt zich inmiddels wél veteraan – al duurde dat jaren. “Ik was al 23 jaar veteraan voor ik voor het eerst naar de landelijke Veteranendag ging. Maar sinds ik me ben aangesloten bij de Veteranenstichting in Asten en genomineerd werd voor de Witte Anjer Prijs, zie ik het anders. Ik luister niet alleen naar veteranen, ik bén er één.”

In haar werk hoopt ze vooral licht te brengen. Symbolisch kreeg ze ooit een paaskaars mee uit Kosovo. “Voor mij staat die kaars voor hoop. Voor het besef dat licht sterker is dan het donker. Dat is mijn missie – als mens, als moeder, als aalmoezenier.”

Op de vraag wat ze op Veteranendag zou willen doen, antwoordt ze zonder aarzelen: “Kaarsjes uitdelen. Licht brengen. En vrede wensen. Want uiteindelijk begint vrede bij jezelf.”