Het verhaal van Ahmad Azizi: "Op missie diende ik twee landen, dat gaf me kracht"
Ahmad Azizi werd geboren in Afghanistan, maar bracht een groot deel van zijn jeugd door in Pakistan nadat zijn gezin daarheen vluchtte. Zes jaar lang woonde hij in onzekerheid, totdat het gezin via familiehereniging naar Nederland kon komen. Hij was zeventien toen hij op Schiphol voor het eerst voet op Nederlandse bodem zette. “De eerste persoon die ik zag, was een medewerker van de Koninklijke Marechaussee. Hij glimlachte naar me en zei: ‘Welkom in Nederland.’ Voor het eerst was ik niet bang voor iemand in uniform.”
Ahmad was negen jaar oud toen hij met een geweer in zijn handen stond om het huis van zijn ouders te beschermen. Corrupte mannen in uniform boezemde de familie Azizi vaak angst in. “Als je een politieauto ziet, dan weet je gewoon dat je aan de kant wordt gezet, zonder dat je iets gedaan hebt. Ze vragen om geld en als je dat niet geeft, ga je naar het politiebureau.” Door de dreiging die zijn gezin ervaarde, vluchtte de vader van Ahmad al vroeg uit Afghanistan.
Toch voelde Ahmad zich altijd aangetrokken tot het uniform, mede door familieleden die in het leger zaten. Tegen de wens van zijn ouders in, ging hij in Nederland naar een open dag van de Landmacht. Daar raakte hij in gesprek met iemand van de Koninklijke Marechaussee. “Hij vertelde me wat er nodig was: een Nederlands paspoort, een VMBO-diploma en goede ogen. Ik was toen vier jaar in Nederland en had net mijn diploma gehaald.”
Ahmad meldde zich aan, doorliep de keuringen en scoorde het hoogst mogelijke niveau op alle onderdelen. De keuringsarts zag potentie en daagde hem uit zich aan te melden voor de opleiding tot wachtmeester. “Hij zei: ‘Bedank me later maar.’ En dat heb ik gedaan.”
Zijn eerste plaatsing was op Schiphol — toevallig dezelfde plek waar hij Nederland binnenkwam. “Toen ik daar voor het eerst werkte, dacht ik: vijf jaar geleden droomde ik ervan. En nu sta ik hier.”
Een paar jaar later kwam de oproep voor een uitzending naar Afghanistan. Ahmad twijfelde geen moment en meldde zich vrijwillig. “Onder Nederlandse vlag keerde ik terug naar mijn geboorteland om daar de lokale politie op te leiden. Mijn ouders waren bezorgd, maar mijn broertje zei: ‘Als je op missie bent, dien je twee landen.’ Dat gaf me kracht.”
Na vijftien jaar keerde hij terug naar Afghanistan. “We landden bij zonsopgang. Toen ik uitstapte, rook ik de lucht en voelde ik meteen: ik ben thuis. Dat gevoel was onbeschrijfelijk.” Maar het verblijf bracht ook confrontaties met het verleden. “Na een paar weken begon ik me te ergeren aan dingen die ik niet meer gewend was — gebrek aan structuur, onduidelijke afspraken. Ik was veranderd.”
‘Het leven is veranderd, maar ik sluit niet uit dat ik ooit nog op missie ga. Ik wil voorkomen dat mijn kinderen meemaken wat ik heb meegemaakt.’
De missie bracht hem veel. Ahmad werkte intensief met de lokale politie, gaf theorieles, trainde op straat, ging mee op patrouille. “Ik leerde mijn grenzen kennen. Wat je kunt, wat je aankan. Ik groeide enorm, mentaal én professioneel.”
Dankzij zijn beheersing van de talen Dari en Pashto werd hij ook vaak gevraagd als tolk bij belangrijke overleggen. “De commandant vertrouwde mij meer dan een lokale tolk. Ik begreep niet alleen de taal, maar ook de cultuur. Dat maakte de communicatie veel effectiever.”
Na deze missie volgden andere internationale missies, onder meer als verbindingsofficier in Athene, waar hij hielp bij de pre-boarding van vluchtelingen die naar Nederland kwamen. Tegenwoordig werkt hij weer op Schiphol, als groepscommandant bij de Brigade Grensbewaking van de Koninklijke Marechaussee.
Ahmad is bovenal vader van twee jonge kinderen. “Het leven is veranderd, maar ik sluit niet uit dat ik ooit nog op missie ga. Ik wil voorkomen dat mijn kinderen meemaken wat ik heb meegemaakt.”
Veteranendag is een speciale dag voor Ahmad. Hij is dan ook trots dat hij een van de veteranen is die op 28 juni in de Koninklijke Schouwburg staat om zijn verhaal te doen. “Omdat ik wil laten zien wat een veteraan is. Maar ook omdat ik met mijn verhaal anderen wil inspireren: geef niet op, grijp kansen. Ik begon met niets. En kijk waar ik nu sta.”