Het verhaal van Jeffrey Kloek: “Je moet het initiatief terugpakken, anders ga je het niet redden”
Jeffrey Kloek is drager van het Kruis van Verdienste en lid van de Vereniging Dragers Militaire Dapperheidsonderscheidingen. Hij werkt bij de eenheid Landelijke Expertise en Operaties van de Nationale Politie. En is naast zijn baan bij de politie reservist bij de Koninklijke Luchtmacht als doorgunner op verschillende transport heli’s en instructeur bij de Algemene Militaire Opleiding voor reservisten. Nadat hij in 2012 de Koninklijke Landmacht verliet, wist hij vanaf de eerste dag bij de politie dat dit het niet helemaal was. “Bij de politie ga je in de avond terug naar moeder de vrouw, maar op de kazerne waren we 24 uur per dag samen. Je deelt daar lief en leed met elkaar.” Na een diensttijd van 10 jaar bij de Landmacht keerde hij naast zijn werk bij de politie als reservist terug bij Defensie.
Op jonge leeftijd merkte Jeffrey al dat hij anders was dan de meeste jongens in zijn omgeving. Hij groeide op in Eygelshoven in Zuid-Limburg en ging na de basisschool naar het atheneum. Na het eerste jaar op het atheneum, waar hij met van alles bezig was behalve school, begon hij het tweede jaar op de mavo. Het was de eerste keer dat hij nadacht over zijn toekomst. “Het schooljaar begon met de decaan die ons toesprak en zei: ‘denk alvast na over wat je na de middelbare school wil gaan doen’. Ik was altijd actief en vaak buiten bezig om dingen te ondernemen. Dus vanaf dat moment was er nog maar één weg, één ding dat ik wilde. Dat was bij Defensie gaan werken.”
Als vroege leerling was Jeffrey pas 15 jaar oud toen hij klaar was met de mavo. “Ik was nog te jong om te beginnen met de algemene militaire opleiding, omdat ik die zomer pas 16 werd. Na de zomer kon ik wel starten met een oriëntatiejaar bij Defensie. Ik heb toen verschillende stages gelopen bij diverse eenheden. Zo kreeg ik toch al mee hoe het eraan toeging. De zomer erop werd ik 17 en mocht ik in september 2002 opkomen in Oirschot. Bij de opkomst begon de sergeant meteen te schreeuwen: ‘opstellen’. Ik kreeg daar zo’n kick van. Al snel wist ik: hier ga ik met pensioen.
Na de algemene opleiding rondde Jeffrey ook de opleiding tot boordschutter 25 mm kanon van de YPR-765 PRI (pantserrups infanterie) af. “Ik werd al snel geplaatst op de kazerne in Seedorf, bij de Bravo-compagnie van de Limburgse Jagers. Ik rolde daar binnen, we draaiden oefeningen en al snel werd duidelijk dat we op missie zouden gaan naar Irak. Met 18 jaar vertrok ik naar de zandbak. Of dat verantwoord was? Daar zijn nogal wat twijfels over. Niet bij mij. Ik was overtuigd, maar mijn moeder niet. Die vond het moeilijk dat ik op zo’n jonge leeftijd al op missie ging. We hebben een hechte band. Bij het vertrek was afscheid nemen van haar het allermoeilijkst.”
In Irak was de opdracht om in contact te komen met de bevolking. “We gingen daarheen om scholen en bruggen te bouwen en om inlichtingen te verzamelen. We hanteerden de Dutch approach: smile and wave. 95 tot 99 procent van de mensen waren blij om ons te zien, ze waren ons dankbaar. Toch is het ook misgegaan. 10 mei 2004 was eigenlijk al een voorbode voor wat ging komen. Toen sergeant Steensma omkwam bij een aanval met een handgranaat. Het zorgde ervoor dat we extra scherp en alert waren. Maar toen we in de avond van 16 mei naar een checkpoint op de Route Jackson tussen Rumaytah en Tallil, ging het echt mis.”
‘Met je boordwapen weet je dat je het verschil kan maken’
“We wisten dat de stammen die in dat gebied zaten ons niet goed gezind waren. We hadden onze helmen geplaatst, want de sergeant had er al een slecht gevoel bij. Er was weinig restlicht, dus we hadden bijna geen zicht. We waren met twee Mercedes-Benz jeeps en een Patria-pantservoertuig. Om en om wisselden we elkaar af, de ene groep op de jeeps, de andere in de Patria. Het was vlak na 02:00 uur en ik tuurde in het duister van de nacht, niks te zien. Ineens werd er een felle flits zichtbaar, gevolgd door een enorme knal. Je hoorde de raketten voorbij suizen en die werden gevolgd door mitrailleurvuur. De vijand zat op 80 meter.”
“Zonder erover na te denken sprong ik achter mijn boordwapen. Na al die contactdrills gaat dat op de automatische piloot. Met je boordwapen weet je dat je het verschil kan maken. Je moet het initiatief terugpakken, anders ga je het sowieso niet redden. Ik kroop achter mijn wapen en hoefde alleen maar te beginnen met vuren om de vijand uit te schakelen. De rest van de groep kon zo via de veilige kant van de jeep afkomen. Vanuit een greppel konden zij de vijand ook onder vuur nemen. Het is een wonder dat ik niet geraakt ben. Die nacht heb ik behoorlijk wat engeltjes verbruikt, want ik zat op die jeep als een sitting duck.”
“Er gaat zoveel adrenaline door je heen. Het was pas ver na het aanbreken van het daglicht dat ik van die jeep stapte. Ik stortte op mijn knieën. Mijn maatjes kwamen naar me toe om me te bedanken. Het was een wonder, maar er is die nacht niemand gewond geraakt. De route terug naar het kamp was heftig. Je denkt alleen maar: wie zijn die hufters die ons wilden aanpakken. Je wordt er harder van, ook richting de bevolking, omdat je het gevoel hebt dat je er bent om hen te helpen. Dat is frustrerend, maar we moesten door met de missie. Twee maanden later landden we weer in Nederland. Eenmaal thuis vertelde ik mijn moeder pas over wat er was gebeurd.”
‘We hebben dit niet alleen gedaan’
Met de kameraden met wie Jeffrey dit meemaakte heeft hij altijd nog een innige band. “Ik spreek ze nog vaak via de app of op Veteranendag. Vooral met mijn maatje Ralf Jongbloed, met wie ik werd onderscheiden, is de band heel bijzonder. We waren allebei nergens van op de hoogte toen we op de allereerste Veteranendag in 2005 de dapperheidsonderscheiding ontvingen voor onze daden op 17 mei. Ik zat in de Ardennen voor een bataljon oefening toen mij werd verteld dat ik naar Den Haag moest voor de eerste Veteranendag. Ik zou daar een generaal b.d. in een rolstoel vooruit moeten duwen. Ik vertrok met gepaste tegenzin. Totdat ik op de dag zelf Jongbloed tegen het lijf liep. Hij was ook met een slappe smoes naar Den Haag gelokt. Meteen daarna vertelde de commandant dat we gedecoreerd zouden worden met een dapperheidsonderscheiding.”
Die dag is nog steeds een hoogtepunt uit Jeffrey’s leven. Toch stond hij er ook met een dubbel gevoel. “Ik stond daar als 19-jarig broekie midden op het Binnenhof en ontving het Kruis van Verdienste uit de handen van toenmalig kroonprins Willem-Alexander. Dat geeft een enorme trots. Maar we stonden daar ook met het gevoel: we hebben dit niet alleen gedaan. Dat uiteindelijk alleen wij die onderscheiding ontvingen, omdat de standaard dusdanig hoog was, gaf toch een apart gevoel.
Desondanks heeft de dapperheidsonderscheiding hem veel bijzondere herinneringen opgeleverd. “Ik heb zoveel bijzondere momenten mogen meemaken. Bij de kroning van Z.M. koning Willem-Alexander stond ik naast helden als generaal Noordzij, generaal Hemmes en generaal Meines, en dan komt korporaal Kloek, die toevallig een keer zijn werk goed heeft gedaan.”
Tijdens dat moment op het Binnenhof werd ook meteen het veteranengevoel bij Jeffrey aangewakkerd, ondanks dat hij destijds officieel nog geen veteraan was. “In die tijd was je pas veteraan als je uit actieve dienst was getreden. Dat is met de veteranenwet uit 2012 aangepast, maar ik voelde mij veteraan vanaf het moment dat die onderscheiding op mijn borst geprikt werd.”
‘Dat was spannender dan in een hinderlaag liggen’
Op de twintigste Nederlandse Veteranendag in 2024 was de cirkel rond. Nadat Jeffrey in 2017 zijn vriendin Wendy ontmoette, was het Malieveld op Veteranendag een van de plekken waar hij haar al snel mee naartoe nam. “Ik wilde haar al een tijdje ten huwelijk vragen, alleen had ik het perfecte moment nog niet gevonden. Toen ik in aanloop naar de dag met NOS een item moest opnemen, ontstond het idee om het op het Malieveld te doen. Na het defilé kwam de NOS ons opzoeken, zoals afgesproken. Ik zou ze te woord staan en dan zouden ze ook een aantal vragen aan Wendy stellen. Dat wil ze normaal nooit, maar ik had haar zover gekregen om dat toch te doen. Toen ging ik daar voor de camera midden op het Malieveld op mijn knieën. Dat was spannender dan in een hinderlaag liggen.”