Het verhaal van Pascal van der Voort: “Wij leven in vrijheid door de inzet van veteranen”
Pascal van der Voort koos op zijn vijftiende voor de Koninklijke Marine. Hij kwam terecht op de onderzeeboot en ging twee jaar later op zijn eerste missie. Twintig jaar na het verlaten van de vloot voelt hij zich nog altijd verbonden met zijn “onderzeebootfamilie” en zet hij zich als ambassadeur van de Witte Anjerperken in voor veteranen.
Als jongetje wist Pascal niet goed wat hij wilde worden. Zijn vader was Marineman en werkte aan boord van de Karel Doorman. “Hij was het tegenovergestelde van een stil persoon. Mijn vader vertelde veel over zijn tijd bij de Marine en ik werd gevoed door zijn verhalen,” vertelt Pascal. Mede daardoor scheurde de 15-jarige Pascal een briefje uit het troskompas en startte hij op zijn zestiende aan de keuringsprocedures van de Marine.
Bij de laatste keuring krijgt Pascal te horen dat hij wordt toegewezen aan de onderzeedienst. Zijn vader stond buiten te wachten toen hij de keuring dolgelukkig achter zich liet. Dat zijn één meter drieënnegentig meter lange zoon in een krappe onderzeeër werd geplaatst, zorgde voor een grote lach. Achteraf blijkt het een uitstekende match. “Het type mens aan boord is heel specifiek: verstand op nul, gewoon gaan, teamwork leveren en soms even geen vragen stellen. Ik pas perfect in dat plaatje. De keuringsarts had het goed gezien.”
Na acht maanden stapt Pascal voor het eerst aan boord van een onderzeeboot. Hij is dan zeventien en heeft geen idee wat hem te wachten staat. “De rode draad ken je wel, maar op missie doe je pas echt kennis op. De eerste keer dat de trossen los gaan, blijft bijzonder. De onderzeeër vaart naar dieper water en op het moment dat je toestemming hebt, duik je onder tot periscoopdiepte. Ik ging op een bankje bij de commandocentrale zitten om te zien wat er gebeurde. Je hoort wat lucht ontsnappen. Dan kijk je door de periscoop, en op dat moment zie je de boot niet meer. Je beseft ineens: ik zit onder water.”
In 2002 vertrok hij op een missie die minimaal vier maanden zou duren. Aan boord zijn ongeveer 55 bemanningsleden. Het enige stukje privéruimte is het toilet. “Het was niet heel spannend, want je doet waarvoor je bent opgeleid. Alles is simpel en je weet waar je voor op pad gaat: vrede en veiligheid.” Toch zijn de missies van de onderzeedienst niet zoals alle anderen. “Wij zijn een geheim wapen. Je gaat weg naar een plek, waar je eigenlijk ‘niet bent’. Een onderzeeboot kan verkennen, scheepvaart in kaart brengen, special forces afzetten, kustbewaking en we hebben torpedo’s aan boord. We zitten niet voor niets onder water. Je wordt weggestuurd om taken te volbrengen voor andere krijgsmachtonderdelen naar een gebied gaan. En dan kom je terug en ben je ‘niet weggeweest’. Ja, daar hoort geheimhouding bij.”
Zes jaar na zijn eerste missie verlaat Pascal de onderzeeboot. “Ik zat toen in de korporaalsopleiding. Alles wat ze zeggen over feesten en gezelligheid bij de Marine is waar, en op dat moment vond ik dat belangrijker dan mijn opleiding. Bij de Marine is men dan keihard: je wordt aan de kant gezet en teruggestuurd naar de boten, bovendeks.” Een oude sergeant probeerde Pascal – volgens hem een Onderzeebootchauffinistisch – nog bij de Marine te houden, maar toch stopte hij. “Je kiest dan voor je relatie en dat bracht mij dan ook weer mijn zoon. Maar in gedachte zit ik nog altijd bij de Marine. Je bent onderdeel geworden van een familie.”
Tijdens de opname voor de podcast Mee Op Missie valt op dat Pascal zijn mok zachtjes op tafel zet en deuren voorzichtig sluit. “Dat heb ik geleerd tijdens mijn opleiding, en het zit er nog steeds in. Dat doe ik omdat water de beste geleider van geluid is, en je niet wil dat de vijand je hoort. Hier, maar ook thuis, doe ik dat nog steeds.”
‘Het werk van veteranen is geen ver-van-je-bed-show’
Het familiegevoel dat Pascal overhield aan zijn tijd bij Defensie, zet hij als ambassadeur van de Witte Anjerperken in om veteranen de erkenning en waardering te geven die zij verdienen. “Elke gemeente in Nederland heeft veteranen. Door Witte Anjerperken aan te leggen, zegt een gemeente dankjewel tegen hun veteranen. Mensen moeten beseffen dat we in vrijheid kunnen leven door de inzet van veteranen. Het werk van veteranen is geen ver-van-je-bed-show. Als je een lekkage hebt, pak je dat bij de bron aan. Als de bron in Afghanistan, Mali, of waar dan ook is, gaan we daarheen om het op te lossen.”
Tijdens de Nederlandse Veteranendag van 2023 kreeg Pascal de voetbalclub PSV zover om de veteranenvlag te hijsen. Een jaar later stelde de club de spelersbus beschikbaar aan veteranen om naar Den Haag te gaan. Niet alleen hij, maar ook PSV-directeur Marcel Brands en voormalig directeur Toon Gerbrands vonden het gebaar een ‘no-brainer’. “Dan gaat zo’n thema natuurlijk leven. Het is heel mooi dat een voetbalclub dit doet. Voor de veteranen onder hun fans, maar ook omdat ze een voorbeeld zijn voor veel mensen. Ze staan midden in de maatschappij. Ik hoop dat meer voetbalclubs dit soort dingen gaan doen komende jaren.”