In dit blog vertelt René Grim, collega van Annemarie de Vries, over zijn huidige werk als directeur van een verslavingskliniek. In zijn verhaal spreekt hij niet over alle veteranen, maar over een groep veteranen die hij in zijn kliniek tegenkomt.

“Als economisch directeur van het Militair Hospitaal werd ik voor de eerste keer geconfronteerd met het leed van veteranen en met name PTSS. Een hooggeplaatste militair vertelde over zijn problemen thuis, na terugkeer van een uitzending in Rwanda. Zijn gezin begreep niet waarom hij niet of bot reageerde. Ook in mijn huidige baan als directeur van verslavingskliniek RoderSana, kom ik militairen tegen met ernstige psychische problemen en PTSS, die vreselijke dingen meemaakten. Om de verschrikkelijke beelden in hun hoofd enigszins dragelijk te maken, gebruiken ze verdovende middelen als cannabis, medicijnen en alcohol. Dit wordt niet begrepen door de naaste omgeving, maar voorheen ook niet door de hulpverleners.

Groot onbegrip
Nog niet zo lang geleden vonden de overheid en zorgverzekeraars dat iedereen dezelfde zorg moest krijgen. Dit klinkt in eerste instantie heel goed. Het betekent echter dat je als getraumatiseerde veteraan opgenomen wordt tussen mensen die geen begrip kunnen of willen hebben voor het leger. Voor een veteraan is dit vooruitzicht vaak voldoende om dan maar geen hulp te zoeken. “Ik doe het wel alleen”.

Gelukkig bestaat er steeds meer begrip voor het feit dat bepaalde beroepsgroepen ’speciaal’ zijn. Militairen, maar ook politieagenten, leraren en artsen, kunnen alles verliezen wat ze hebben opgebouwd als bekend wordt dat ze verslaafd zijn. Dit terwijl de verslaving vaak direct gerelateerd is aan de stress en psychische spanningen die hun beroep met zich meebrengt. Daarom zoeken zij pas in een veel te laat stadium professionele hulp. Ik vind dat militairen, die zich met hun leven hebben ingezet voor wereldvrede, er nooit om hebben gevraagd om psychische problemen te krijgen of afhankelijk te worden van middelen. Zij horen de best mogelijk zorg te krijgen. Wij, als Nederlandse bevolking, zijn dat aan hen verschuldigd. In 2008 kreeg ik  de gelegenheid om een verslavingsbehandeling op te zetten. Behandeling in een omgeving waar de veteraan, de militair, maar ook de politieman, leraar en NS-machinist zich ’thuis’, veilig en gewaardeerd voelt. Een behandeltraject duurt gemiddeld twee jaar waarbij de behandelaren 24 uur per dag bereikbaar zijn voor de (ex-)militair en zijn familie.

Ieder jaar weer zie ik dat de bijzondere, donkere dagen rond Kerst zeer zwaar zijn voor onze veteranen. Herinneringen worden weer erg intens. Soms is er niemand die je begrijpt of waarmee je diepste gevoelens gedeeld kunnen worden. In speciale groepen treffen militairen zich geregeld onderling om steun te zoeken en te leren van elkaar”.

René Grim

René Grim studeerde aan de Koninklijke Militaire Academie en later ook Bedrijfskunde. Voor hij aantrad als algemeen directeur van RoderSana werkte hij op directieposities bij de Krijgsmacht Hospitaal Organisatie, Ziekenhuisgroep Twente en Zorgservices Twente.

 

Meer verhalen