Een week later vlogen wij, met pijnlijke bovenarmen van tetanus- en anti-malariaprikken, voor het eerst van ons leven in een DC8 richting Biak. Ik was goed voorbereid op de tropen, mij kon niets meer gebeuren. Buiten een pondje zoutpillen had ik ook zakjes met opblaasbare ballonnen meegenomen, een gouden tip van André Carrell, de vader van Rudi. Mijn grote wapen was echter mijn accordeon.

Optreden van Rudi Carell, Tonny Eyk en Phillippine Aeckerlin en Marijke Morley in Nieuw-Guinea.

Bij aankomst, op het vliegveld van Biak werden Rudi Carrell en ik, maar ook de twee fantastische cabaretières van ons gezelschap Phillippine Aeckerlin en Marijke Morley, verwelkomd door de jonge AVRO-reporter Joop van Zijl. Hij filmde groeten van militairen, die zeer snel (jazeker, tien dagen later) waren te zien op de Nederlandse televisie.

Drie weken lang, dagelijks in onmenselijke tropische temperaturen, gaven wij één of twee voorstellingen per dag. Overdag veelal op oorlogsschepen die ons vervoerden naar de plaatsen van bestemming. Vreselijk zeeziek of niet, wij lieten ons niet kennen voor de marinejongens van de H.M. Evertsen, H.M.Groningen, H.M. Overijssel en H.M.Friesland, en gaven ook een voorstelling in de Patipabaai voor de bemanning van de tanker Duivendrecht, die langszij kwam bij een fregat.

“Mijn respect voor de ‘jongens’ kent geen grenzen.”

Onze eerste voorstelling maakten wij in Merauke. En ik herinner mij nog een onvergetelijk optreden in de rimboe. We moesten een paar uur de rivier opvaren met een marineboot en het optreden was in de openlucht voor een handjevol Nederlandse militairen. Om ons te beschermen tegen de zon hadden ‘de jongens’ een toneeltje gebouwd met een afdak. Tot ieders verrassing werd het gezelschap luisteraars aangevuld met zo’n honderd Papoea’s en hun kinderen. Ze kwamen schuifelend uit de bosjes en waren dagenlang lopend onderweg geweest om onze voorstelling te zien, de aankondiging hadden ze vermoedelijk via de tam tam vernomen. Oh, wat hebben ze genoten en vooral vreselijk gelachen. Na 50 jaar weet ik nog steeds niet waarom, want de taal verstonden ze niet en er was geen microfoon, maar mogelijk was het Volendams’ kostuum waarin Rudi een liedje zong de aanleiding, ze kwamen niet meer bij.

Het grote avontuur is nu meer dan een halve eeuw geleden. Wat mij na al die jaren is bijgebleven? Welaan, de schitterende witte stranden, diep blauwe zeeën vol koraal, de gele tanden van Papoea’s die op houtjes knauwden, hitte, hitte en nogmaals hitte, baden in een soort bierton, helaas geen airco, de onmisbare klamboes, altijd op maandag de heerlijke erwtensoep aan boord van marineschepen, het Japanse ziekenhuis compleet met operatiezaal uit de 2e wereldoorlog in een grot bij Biak (dat nog compleet was), het eerste blikje bier dat ik ooit zag. Maar het meest is mij bijgebleven: mijn diepe respect voor alle Nederlandse militairen die daar hebben gediend!

Meer verhalen