“Ik stond te trappelen om uitgezonden te worden. Ik kon slecht tegen de ‘rangen en standen’ cultuur binnen Defensie, maar het vooruitzicht van een missie maakte dat ik bleef. In 1992 was het zo ver. Voor het Internationale Rode Kruis zou ik een half jaar naar Albanië gaan om een noodhulpoperatie te ondersteunen. De communistische leiders waren net verdreven. Het half jaar werd een jaar, terwijl de hete adem van Servië overal voelbaar was. Achteraf gezien was Albanië de meest ‘ontspannen’ missie. Ja, het was een stap terug in de tijd, maar het was niets bij de dreiging die ik voelde en de ellende die ik heb gezien in Afrika. Na mijn jaar in Albanië ben ik gelijk doorgegaan naar Ivoorkust. Ik was daar als hoofd van de Rode Kruis subdelegatie in het grensgebied met Liberia verantwoordelijk voor de opvang van de vele vluchtelingen uit dat oorlogsland. Bij aankomst in Ivoorkust kregen we een groep bodyguards toegewezen. In het begin voelde dat wel stoer, maar al gauw zagen we er de ernst en noodzaak van in. We werden continu beschoten en bedreigd. Eén keer ben ik alleen naar een marktje geweest. Ik kwam onder het bloed en met kleerscheuren terug. Ik was degene die de medicijnen en voedselvoorraad beheerde en verdeelde. Ik was voor de lokale bevolking hun laatste hoop. Het hele dorp stortte zich op ‘die blanke man die alle problemen kon oplossen.’

“Ik was 30 maar moest bovenmenselijke beslissingen nemen”

Het is zwaar, om die verantwoordelijkheid te dragen. Je bent een jaar of 30 en je moet bovenmenselijke beslissingen nemen. Je maakt keuzes over leven en dood. Over wie je wel en niet gaat opvangen. Soms moest ik een hele familie van de voedingslijst strepen, bijvoorbeeld omdat we twijfelden of de hulpbehoevenden hun ‘buit’ niet zouden doorsluizen naar Liberia. Je geweten knaagt. Ik weet dat er fouten worden gemaakt. Overdag stond ik midden in die schrijnende armoede en ’s avonds stond ik op de veranda bij mijn huis over zee uit te kijken. Regelmatig heb ik daar staan huilen. In Angola, waar ik als VN militair ingezet werd op het logistieke hoofdkwartier verdiende ik bakken met geld. We vlogen weekendjes naar Namibië om daar te gaan squashen. Het contrast kon bijna niet groter zijn. Mijn meest heftige herinnering is die aan Rwanda. Ik denk dat iedereen die daar geweest is er (latente) PTSS aan over gehouden heeft. Ik was daar getuige van de aanloop naar de genocide. Niet lang geleden was ik op vakantie in Nepal. Ik rook er de lucht van verbrande lijken die ceremonieel verbrand werden en direct kwam dat hele gevoel terug dat ik in Rwanda had. Iets wat ik ook nog altijd met oud & nieuw heb wanneer ik een rotje hoor ontploffen. Ik merk dat ik door mijn missies haast heb gekregen. Toen ik eind jaren negentig besloot om weg te gaan bij Defensie nam ik ook het besluit om alles uit het leven te halen; ik werk in het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem, ik duik, squash, schrijf boeken en heb een vliegbrevet. Ik ben veel mensen tijdens mijn werk bij Defensie verloren: collega’s en burgers met wie ik inmiddels bevriend was geraakt. Afrika heeft mij eens te meer laten zien dat het leven vergankelijk is”.

Royan van Velse woont in Nieuwegein. Hij werkt tegenwoordig als Manager Inkoop en Logistiek in ziekenhuis Rijnstate Arnhem. In april 2012 verscheen zijn derde boek “Reizen door landen in opspraak” dat Royan schreef over zijn uitzendervaringen.

Meer verhalen