Mary Groen weet als geen ander hoe het is om ‘thuisfront’ te zijn. Haar vader zat bij de Landmacht en was veel van huis. Dan hadden ze vaak weken geen contact. Ook Mary’s zoon ging onlangs op missie. Gelukkig is er in de loop der jaren veel veranderd.

‘Mijn vader was zestien jaar toen hij naar de Koninklijke Marine ging. Hij ging naar Indië, Papoea-Nieuw-Guinea en Noorwegen. In die tijd was er geen Skype, Facebook of Whatsapp. Eens in het half jaar kreeg mijn oma een briefje waarin stond dat alles goed was met mijn vader en hij het naar z’n zin had. Het thuisfront bleef achter met zorgen en weinig tot geen contact met andere lotgenoten. Mijn vaders oudste zus kan zich herinneren dat ze een keer met haar moeder naar Den Helder ging en dat ze daar de groeten mochten inspreken. Die zouden dan bij hem bezorgd worden. Meer contact was er niet. Voor mijn grootouders was dat niet altijd even makkelijk, hun kind zo ver van huis.

Brieven schrijven was er niet bij: mijn vader was altijd onderweg

Op 23-jarige leeftijd verliet hij de Marine. Maar, een paar jaar later ging hij naar de Landmacht. Het zat hem blijkbaar in het bloed. Hij werd bij het marinevliegkamp de Kooy geplaatst. Dat was hem te dichtbij en hij zorgde dat hij werd overgeplaatst naar Fontainebleau in Frankrijk. Weer verliet hij Nederland en bleven mijn grootouders achter. Mijn vader was ondertussen getrouwd en het gezin ging mee. Hij werd chauffeur en dat betekende dat hij vaak, minstens twee weken weg was. Mijn moeder sprak geen woord Frans en bleef alleen achter met twee kleine kinderen. Er was toen nog weinig aandacht voor het thuisfront. Wel organiseerde de echtgenote van de dominee voor de dames van de militairen eens per maand een koffieochtend.

Mary’s vader ging op zijn 16e bij de Marine

Ook toen hadden we nog geen moderne communicatiemiddelen. We hadden zelfs geen telefoon. Brieven schrijven was er niet bij: mijn vader was altijd onderweg. Ik herinner mij nog dat we ongeveer wisten wanneer hij thuis zou komen. Dan lagen we te wachten en als we hem dan hoorden fluiten, waren we niet te houden. Papa kwam thuis!

Nu ben ik moeder van drie kinderen, een dochter en twee zoons. Onze jongste zoon is in november 2011 uitgezonden naar Kunduz, Afghanistan. Gelukkig hebben wij tegenwoordig wel internet en sociale media. Nu is onze zoon niet iemand van veel woorden. Hij is geen fan van bellen en al helemaal niet van schrijven. Hij heeft ons in een half jaar een paar keer gebeld en we kregen een kaartje met Kerst. Via zijn vriendin bleven we op de hoogte.

Als je kind op missie is, kijk je anders naar het nieuws

Op dit moment ben ik actief voor het thuisfront. Er zijn tegenwoordig thuisfrontafdelingen die contactdagen organiseren. Zo proberen we een missie voor het thuisfront wat aangenamer te maken. De dagen creëren een gevoel van samenhorigheid. We kunnen elkaar beter ondersteunen en informeren dan vroeger. Maar nog altijd blijft een uitzending ook voor het thuisfront een missie. Het valt niet mee om begrip te krijgen van je omgeving. Opmerkingen als ‘Hij wil het toch zelf?’ of ‘Ach joh, voor je het weet is hij weer thuis’, krijg je als thuisfront regelmatig.

Mary’s jongste zoon

Als je kind op missie is, kijk je anders naar het nieuws. De tv of radio gaat harder als het woord Afghanistan valt. Je pluist de krant uit om niets te missen. Als je wat langer van huis weggaat, zorg je dat er altijd iemand is die weet waar je bent, er zou eens iemand aan de deur kunnen komen…

Er zijn momenteel veel militairen voor vredesmissies of andere humanitaire zaken in het buitenland. Of het nu je man, vrouw, vriend, vriendin, zoon, dochter, vader, moeder of een goede vriend is, het is voor het thuisfront altijd een onzekere tijd. Je bent onrustig en thuis moet je alles draaiend houden: kinderen die niet begrijpen dat papa of mama er niet is, dingen in huis die kapot gaan en vervangen moeten worden, beslissingen die genomen moeten worden, vakanties die alleen gepland moeten worden, verjaardagen vieren zonder elkaar, het gemis bij Kerst of Oudejaarsavond. Het hoort er allemaal bij.

Het is heel bijzonder om op contactdagen te praten met lotgenoten. Omdat ik zelf in die situatie zat, kan ik goed informatie geven. Ik herken de onzekerheden. Het geeft mij een goed gevoel dat ik er voor die mensen kan zijn. De militair is met z’n werk bezig en denkt er niet altijd aan om contact te houden met thuis. Daar hebben ze vaak ook helemaal geen tijd voor. Daarom vind ik dat het thuisfront extra aandacht verdient. Voor mij is niet alleen de militair een veteraan, maar ook het thuisfront.’

Meer verhalen