Ik was achttien toen ik voor het eerst werd uitgezonden naar de Balkan. Naar Bosnië. Die eerste dagen in ons kamp met zeshonderd andere Nederlandse militairen staan mijn nog heel helder voor de geest. Het voelde een beetje als mijn eerste schooldag. Sta je daar met je plunjebaal in de hand, op zoek naar een bed en te wachten op instructies. Dan word je vanzelf creatief in het vinden van oplossingen voor je problemen. Zo sliep ik bij gebrek aan een kussen de eerste maand gewoon op mijn gasmasker. Belangrijker nog dan mijn geïmproviseerde kussen bleek toch mijn gitaar te zijn. Die gitaar werd mijn manier om vriendschappen te sluiten. Eén blik op het instrument zorgde vaak meteen voor een klik en voor je het wist zat je met je zojuist gemaakte vrienden muziek te maken. Talloze vrije uren heb ik al spelend in het kamp doorgebracht. De muziek was voor velen van ons een meer dan welkome afleiding, juist omdat het er buiten de poort zo heftig aan toe ging. Als ik terugkijk lijkt mijn gitaar soms meer vrienden te hebben gemaakt dan mijn blauwe helm. Een andere goede afleiding was het ruiken aan elkaars brieven van het thuisfront. Dan rook je de geur van parfum en hop – dan was je opeens weer dicht bij je vriendinnetje thuis.

“Mijn oom stuurde speciaal voor mij muziek op: de FLIPPO-tapes”

Een paar keer per week kwam ik buiten de poort. Niet alleen natuurlijk, maar in een konvooi. Het was spannend, buiten de poort leerde ik het gevaar pas echt kennen. Overal lagen mijnen langs de weg en aan weerskanten van het kamp bleven de strijdende partijen elkaar bestoken met granaten. In de tijd dat ik daar was, stond de missie op een kantelpunt: we werden van ‘blauwhelmen’ ‘groenhelmen’. Onze taak veranderde steeds meer van vrede bewaren naar vrede afdwingen.Terug op het kamp was er weer de muziek. Ik maakte in Bosnië niet alleen zelf muziek, maar besteedde ook veel tijd aan het luisteren ernaar. The Doors en Jimi Hendrix, dat soort werk. Urenlang zat ik met mijn walkman op te luisteren naar de FLIPPO-tapes, zoals de cassettebandjes werden gedoopt die mijn oom speciaal voor mij maakte. De zending van nieuwe FLIPPO-tapes duurde in mijn ogen natuurlijk altijd veel te lang. Maar gelukkig was daar altijd weer mijn trouwe vriend de gitaar.

Inmiddels heeft Lars van zijn hobby zelfs zijn beroep weten te maken. Direct na zijn laatste uitzending heeft hij een set draaitafels gekocht. Tegenwoordig is hij producer en treedt op als dj Xtra-LarZ in binnen- en buitenland. Bovendien werkt hij als docent op een muziekschool in Leiden. In september draait hij – samen met een bevriende veteraan – twee maanden op het eiland Bali. “Muziek heeft mij veel gebracht. Eerst ging ik als militair de wereld over, nu als dj.” Tijdens de Nederlandse Veteranendag op zaterdag 30 juni, draait dj Xtra-LarZ op het Malieveld.

Meer verhalen