verhalen

“De Prins van Oranje was toen al blij met minder protocol”

In 1994 stond ik stand-by als transportvlieger bij een oefening van de Nederlandse landmacht in Duitsland. De kroonprins doorliep destijds alle onderdelen van de krijgsmacht ter voorbereiding op het koningschap. In die hoedanigheid bezocht hij ons tentenkamp. Uit het niets kreeg ik de opdracht om de Prins naar de Amerikaanse basis in Ramstein te vervoeren. Dat was best speciaal, want normaal mogen alleen piloten met zogenaamde royal flight status leden van het Koninklijk Huis vliegen. Ik kreeg die opdracht een uur voor vertrek. Veel tijd om voor te bereiden was er niet. Ik heb de vlucht even opgezocht in mijn vlieger logboek, het was op 1 juni 1994.

We zaten met z’n drieën in een helikopter: de Prins, navigator Jeroen Boon van Ostade en ik. Achter ons vloog een tweede helikopter met beveiliging. De vlucht zou ongeveer twee uur duren en ik wist op voorhand niet goed wat ik moest verwachten. De sfeer was echter al snel ontspannen. De Prins en ik spraken via de koptelefoon over de oefening, maar ook over de ISACAR rally. Dat is een soort bekwaamheidsrace voor vliegers en navigatoren. Het bleek dat we daar alle drie aan hadden meegedaan. Jeroen Boon van Ostade had de rally zelfs eens samen met de grootvader (Prins Bernhard, red) van de Prins gevlogen. Op een gegeven moment heb ik de Prins aangeboden om zelf een stuk te vliegen, maar dat aanbod sloeg hij bescheiden af. Het leek alsof hij het wel even prettig vond om tot rust te komen tijdens die paar uur in de lucht, even weg van alle belangstelling. Toen ik de Prins laatst hoorde vertellen niet veel op te hebben met protocol , moest ik daar direct aan denken. En aan een ander voorval tijdens onze vlucht. Ik ben er niet trots op, maar vertel het toch.

De brandstofmeter van onze helikopter, een Alouette III, was niet helemaal betrouwbaar. Toch een beetje door de spanning denk ik, had ik de laatste, handmatige check na het aftanken niet uitgevoerd. Onderweg merkte ik dat het brandstofniveau aan de lage kant was. Voor de zekerheid waarschuwde ik de Prins dat we wellicht een rode lamp zouden krijgen en dan over moesten gaan op de noodreserve brandstof. Ik vond het verschrikkelijk om dat te moeten melden, maar de Prins nam het goed op. Het leek hem wel wat om eens in een groot, groen weiland te landen in plaats van op een groot, grijs vliegveld met gebruikelijk ontvangstcomité. Gelukkig is het zover niet gekomen. De volgende dag heb ik de brandstoftank dubbel gecheckt.

Ik vind Prins Willem Alexander een waardige opvolger van Prins Bernhard als beschermheer van de Nederlandse veteranen en hoop dat hij als Koning beschermheer zal blijven. Hij heeft zich destijds verdiept in de krijgsmacht en vervult zijn rol met verve. Hij geeft er zijn eigen invulling aan en dat zal hij straks met het koningschap ook doen denk ik. Het Koninklijk Huis heeft zich sowieso altijd zeer betrokken getoond bij de krijgsmacht. Eerder al mocht ik de voorganger van onze toekomstige koning ontmoeten. Dat was in de begintijd van mijn opleiding. Koningin Beatrix was toen aanwezig bij de herstart van de Elementaire Militaire Vliegeropleiding in Woensdrecht. Ik heb een half uur met haar doorgebracht. Toen ik dat mijn kinderen laatst vertelde, wilden ze me niet geloven. Totdat ik een foto liet zien. Van de ontmoeting met de Prins heb ik helaas geen foto kunnen nemen. Die ontmoeting kwam uit het niets en het was voor het tijdperk van mobiele telefoons.

Tegenwoordig werk ik als helikopterpiloot voor de traumadienst van het Erasmus Medisch Centrum. Het mooie van mijn tijd bij Defensie is dat ik de ervaringen van toen, goed kan gebruiken in mijn werk nu. Je bent als militair vlieger gewend om in onverwachte situaties te komen en snel te anticiperen. Op een traumaheli komt dat goed van pas. Zo’n 75 procent van mijn collega’s heeft een defensieachtergrond. Dat zegt wel iets denk ik. Dit jaar ga ik voor het eerst naar de Nederlandse Veteranendag in Den Haag. Ik kom dan uit de nachtdienst in Rotterdam en kan gelijk door. Dat is even doorpakken, maar ik kijk er naar uit. En wie weet kom ik onze beschermheer nog tegen. Dan kan ik alsnog die foto maken.