Als 19-jarig dienstplichtig militair werd Eric Feijten in 1982 voor een dikke vijf maanden uitgezonden naar Libanon. Ruim 20 jaar later werd hij weer uitgezonden. Dit keer als embedded cameraman van de NOS naar Afghanistan. Zijn respect voor de Nederlandse veteraan is alleen maar groter geworden.

‘Na mijn middelbare school heb ik een zorgopleiding gevolgd, maar al heel snel had ik door dat ik daar niet in verder wilde. Dan maar mijn dienstplicht vervullen, maar ik zag het absoluut niet zitten om 14 maanden lang op een kazerne in Nederland gevulde koeken te moeten eten. Dus vertrok ik, net 19, lichting 82-1 met het 43e Pantserinfanteriebataljon naar Libanon.

Nederland dacht dat we vakantie vierden aan de Libanese kust

Uit de officiële beelden concludeerde Nederland dat wij een soort veredelde vakantie aan het vieren waren aan de kust van Zuid-Libanon. Zelf filmde ik al vanaf mijn 14e alles wat los en vast zat, dus naar Libanon ging vanzelfsprekend ook mijn 8mm camera mee. Gelukkig maar, want die beelden zijn wel even anders. Daaruit blijkt dat er een constante spanning en dreiging heerste. Ik heb bijvoorbeeld beelden van patrouilles, eigenlijk best uniek materiaal.

Een aantal beelden van Eric Feijten in Libanon.

Zelf kijk ik terug op Libanon als een avontuurlijke missie, ook al heb ik best het één en ander meegemaakt. Ik weet dat ik mij lang afgevraagd heb waarom mensen uit mijn tijd PTSS hebben opgelopen. Inmiddels begrijp ik dat veel beter. Echte nazorg was er toen niet. Eenmaal geland in Nederland zei de generaal simpelweg tot ziens. Een paar maanden later ontvingen we een brief van Defensie: als je moeite had met slapen of teveel dronk, dat je dan contact moest opnemen met de dienstdoende dominee bij de kazerne in de buurt.

Het mandaat was echt absurd

Dat is nu zoveel beter geregeld voor terugkerende militairen van missies. Sowieso is door mijn huidige werk mijn blik op Defensie enorm veranderd. Er wordt echt zoveel professioneler gewerkt dan in mijn tijd in Libanon. Als ik daar nu op terugkijk denk ik ook tsjonge dat dat goed is gegaan. De naïviteit bij iedereen, bij onszelf, maar ook vanuit de politiek. Zo van: ‘Dat doen we wel even.’ Het mandaat was echt absurd.

Inmiddels ben ik al weer heel wat jaren cameraman. Vaak op rare uitzendingen. Van aardbevingen en overstromingen tot embedded mee op militaire missies. Met NOS-journalist Peter ter Velde ben ik heel veel in Afghanistan geweest. We hebben op eigen houtje gesproken met de Taliban, maar zijn ook op gevechtsmissies met de Nederlandse troepen mee geweest.

Eric als cameraman voor de NOS mee op patrouille in Afghanistan.

Mijn rugzak staat altijd klaar

In mijn huidige werk profiteer ik nog steeds enorm van mijn militaire achtergrond.

Orde en netheid. Ook in tijden van chaos. En de discipline om altijd voorbereid zijn om te vertrekken. Mijn rugzak staat altijd klaar. Als ik nu word gebeld om naar de Filipijnen te gaan, hoef ik die rugzak niet eens te checken. Want ik weet dat alles erin zit. Mijn paspoort, opgeladen accu’s, mijn camera en in het linker bovenzakje een zaklamp.

Door mijn defensieachtergrond beweeg ik mij ‘in het veld’ ook makkelijker. Omdat ik situaties herken. Ik heb materiaalkennis, over voertuigen, over wapens, over landmijnen.

Voor Europese journalisten geef ik regelmatig veiligheidstrainingen en dan krijg ik vaak de vraag: ‘Hoe bereid je je voor op een gevaarlijke uitzending?’ Dan antwoord ik altijd: ‘Ik bereid me niet voor, ik ben al voorbereid.’ Die mentale instelling neemt al zoveel stress weg.

Ik werd twee nachten opgesloten en bedreigd

Tijdens Arabische Lente werd ik in Cairo opgepakt bij een checkpoint. Geblinddoekt werd ik 2 nachten opgesloten en bedreigd. Gek genoeg deed dat niet zoveel met mij. In zo’n situatie is paniek je grootste vijand en probeer ik zelf de controle ergens over te houden. In dit geval was dat over mijzelf. Door jezelf naar een bepaald level van kalmte te brengen voel je dat je de regie zelf in handen krijgt.

In Afghanistan hebben Peter en ik echt heel veel kunnen doen. We zijn mee geweest op patrouilles en op meerdaagse vechtmissies. Bij de briefing aan de vooravond van zo’n patrouille legden wij altijd uit dat wij journalisten zijn. En dat ten alle tijden blijven, ook al gaan we vriendschappelijk met elkaar om. Dat je zelf dan een militaire achtergrond hebt helpt wel. Je kent het klappen van de zweep. Je spreekt de taal.

Daar in Kandahar heb ik ook echt heel veel respect gekregen voor onze manschappen. Voor hun professionele wijze van opereren. Mensen als Gijs Tuinman [drager van de Militaire Willems Orde, red.] met wie we ook op patrouille zijn geweest zijn prachtige ambassadeurs voor onze krijgsmacht. Zijn empathische, oprechte en integere wijze van opereren is in mijn ogen een voorbeeld voor menigeen, ook buiten Defensie.’

Meer verhalen op veteranendag.nl:

Meer verhalen