Gedurende mijn missie hield ik een dagboek bij. De laatste drie maanden ben ik dat gaan uitwerken tot een boek. Elke dag begon steevast met een schrijfsessie. Tussen 5.00 en 7.00 uur ’s ochtends schreef ik mijn ervaringen uit tot een verhaal. Ik deed het vooral voor mezelf, zodat ik alle dingen die ik meemaakte niet zou vergeten. Ik maakte er onbewust een boek van, maar niet met de intentie om het te laten uitgeven. Eenmaal terug in Nederland heb ik mijn teksten zelfs lange tijd weggelegd. Maar op een gegeven moment begon het toch te kriebelen. Toen ben ik gaan zoeken naar een uitgever en heb ik uiteindelijk samen met een redacteur mijn teksten herschreven tot een goed verhaal. We hebben gekozen voor de vorm van een roman, omdat door het verloop van de tijd het onderwerp steeds meer van me af kwam te staan.

Kaft boek Corrupt Congo
Het grappige is dat ik helemaal niet de ambitie heb om schrijver te worden. Ik ben militair en dat blijf ik ook. Het schrijven van een boek is een enorm project. Ik ben er twee jaar mee zoet geweest. Wat me dreef om het af te maken was dat ik graag het verhaal van Congo wilde vertellen. Er is daar nog steeds een enorme strijd gaande die miljoenen mensen dagelijks raakt, maar er is bijna geen aandacht voor. Dat verhaal moest verteld worden.

“Als vrouw was ik extra kwetsbaar in Congo”
Als ik terugkijk op mijn missie was het een hele bijzondere tijd. Ik had enkele jaren gevaren bij de Koninklijke Marine en werkte inmiddels als eindredacteur van het Marine-personeelsblad. Toch wilde ik wel eens weten hoe het er ‘op het land’ aan toe ging. In een jaar tijd ben ik toen door Defensie voorbereid om naar Afrika te gaan als onderdeel van een Europese missie. Ik kwam in mijn eentje daar aan en moest samenwerken met vier oudere Franse militairen. Er was niet zoiets als een Nederlands kamp. Het was mijn taak om ex-rebellen in oost-Congo te registreren, tegen de grens met Rwanda. Dat was niet gemakkelijk. In de gebieden waar we de rebellen moesten opzoeken, was geen elektra en geen stromend water. Overdag was het tropisch warm, ’s avonds ijskoud. Bovendien voelde ik me als vrouw extra kwetsbaar, omdat dat gebied in Congo bekend staat om het grote aantal verkrachtingen. Gelukkig ben ik er ongeschonden vanaf gekomen.

Ik heb veel geleerd in Congo. Het belangrijkste wat ik mee kreeg, is dat ik blij moet zijn met de kleine dingen in het leven. Bovendien heb ik geleerd meer geduld te hebben. Het is niet altijd beter om direct van a naar b te willen gaan (de Nederlandse manier zeg maar). Het is juist goed om oog te hebben voor interessante zijpaden. Met name het investeren in sociale contacten is erg waardevol, in meerdere opzichten. Dat merk ik zeker in mijn huidige baan op Curaçao. Deze ervaringen draag ik nog steeds bij me en probeer ik in mijn dagelijkse werk en leven toe te passen.

Hoewel ik werk en privé heel goed gescheiden kan houden, ben ik 24 uur per dag en 365 dagen per jaar militair. Dat merkte ik onlangs nog op een vakantie. Ik was met een groep toeristen de bergen in toen er plots een hele heftige regenstorm losbarstte. Op het moment dat er paniek uitbrak, lukte het mij om de anderen rustig te krijgen en om de groep als geheel in veiligheid te brengen. En dat terwijl ik veruit de jongste was. Dan zie je toch maar dat militairen en veteranen over een bepaalde vaardigheden beschikken die altijd van pas komen.

“Ik schreef niet om te verwerken”
Tegenwoordig duiken steeds meer schrijvende veteranen op in de media en in de literaire wereld. Dat vind ik leuk om te zien. Hoewel veel veteranen schrijven om iets te verwerken, speelde dat bij mij niet. Ik had geen trauma’s en had niet het gevoel dat ik mijn ervaringen van me af moest schrijven. Het ging me gewoon om het verhaal van Congo.

Tegenwoordig werkt Maartje op Curaçao als communicatie-adviseur voor Defensie. De meerderheid van haar collega’s op kantoor is veteraan. Ze is getrouwd en heeft een kind. 

Meer verhalen