Schrijver, journalist en historicus Daan Heerma van Voss reisde zijn neef (een verkenner en pelotonscommandant) achterna naar Mali en stapte zo een voor hem nieuwe wereld in. Zijn neef en hij zijn hecht, praten over alles, maar van zijn interesse voor Defensie begreep Daan weinig. “Hij heeft het steeds over ‘zijn mannen’ en de onderlinge kameraadschap. Daar had ik als buitenstaander weinig beeld bij.” Om dit beter te begrijpen ging Daan mee op missie.

“Het hart van mijn neef ligt bij Defensie. Het is voor hem geen 9 tot 5 baan en hij voelt een grote verantwoordelijkheid tegenover zijn collega’s. Volgens mij kan ik het zelfs ‘liefde voor zijn werk’ noemen. Ik zie het schrijven ook niet als zomaar een baan. Op dat gebied begrijpen we elkaar. Maar binnen onze familie en ook in mijn eigen vriendenkring ken ik verder niemand die bij Defensie werkt.

Binnen mijn vriendenkring is de militair een karikatuur; een leeghoofdige uitvoerder van politieke besluiten. Patriottische gevoelens en vaderlandsliefde, die de meeste militairen nu eenmaal koesteren, worden in linkse kringen niet begrepen, of zelfs als dubieus beschouwd. Mijn neef trok zich niets van de mening van anderen aan en ging op zijn 18e in dienst.

Ik werd steeds nieuwsgieriger naar deze wereld en mede door mijn neef kon ik mee op missie naar Mali.

Daar aangekomen mocht ik mee op de patrouilles buiten de poort. Dat voelde heel vertrouwd en vanzelfsprekend. Ik voelde me veiliger dan wanneer ik in Amsterdam de straat oversteek. Pas achteraf realiseerde ik me dat het vertrouwen dat hij en zijn mannen in mij stelden, eigenlijk best bijzonder was.

Door de patrouilles mee te maken, het leven op het kamp te zien, mee te vergaderen, eten en slapen met de militairen, begon ik zijn fascinatie langzaam te begrijpen.

Daan met zijn neef Koen in Mali

De onderlinge kameraadschap op missie is lastig te beschrijven, maar ondanks dat ik een buitenstaander blijf heb ik daar een beter beeld van gekregen. Het is niet te vergelijken met gangbare vriendschappen of de manier waarop wij met familie omgaan. Het is heel primair, een soort vertrouwen waar niemand woorden voor nodig heeft. Het onderlinge vertrouwen is het belangrijkste wat er is. Als iemand dat vertrouwen schaadt dan heeft dat effect op de hele groep. Alles valt of staat met ‘eer’; een man een man, een woord een woord.

Dat mijn neef als pelotonscommandant op die manier ook over ‘zijn mannen’ praat, klinkt dan opeens logischer. Voor hem is dit een normale term, maar voor mij kwam dit eerst heel geforceerd over.

Het was bijzonder om deze kameraadschap en het werk van mijn neef van dichtbij mee te maken.

Het is me goed bevallen, want ik voelde me al snel zelf onderdeel van de groep. Naar mijn idee komt hun wereld lang niet altijd goed over in de media. Militairen staan te argwanend tegenover journalisten, journalisten willen te graag hun vooroordelen bevestigd zien. Mijn plannen zijn nog niet concreet, maar er komt een dag dat ik weer een bewapende jeep in klim.“

Daan Heerma van Voss (1986) is schrijver, interviewer en historicus. 

Meer verhalen